‘Het democratische proces in Uden zakt door de ondergrens!’

UdenPlus voorman Tinie Kardol

Door Loek Borrél en Rob Vrolijk

De maatschappelijke carrière van Tinie Kardol is zonder enige twijfel indrukwekkend. Tegelijkertijd heeft het iets willekeurigs en achteloos. Daar waar de meeste mensen een professionele levenslijn als die van hem zorgvuldig plannen, lijkt het Kardol bijna te overkomen. Omdat hij nu eenmaal gemakkelijk leert en omdat mensen in zijn omgeving iets in hem zien. Maar wanneer we doorvragen, komen we bij zijn belangrijkste drijfveer: de strijd tegen onrecht. Zijn wil om iets te betekenen voor kwetsbare mensen in de samenleving. Die drang heeft hem – onwillekeurig wellicht, maar daarom niet minder dwingend – aangezet tot presteren. Zijn promotie aan de Universiteit van Maastricht, zijn directeurschap van zorginstellingen en een woningstichting in Vught en – meest recentelijk – zijn politiek leiderschap van UdenPlus. Ze zijn niet onwaarschijnlijk het resultaat van zijn drang om ‘naast de kwetsbaren in de samenleving te staan’. Over de oorzaak van die drang later meer. Eerst maar eens een nadere blik op de carrière en de politiek.

‘Op mijn zestiende debuteerde ik in het eerste van UDI’19. Later heb ik nog bij VVV Venlo, Tiglieja Tegelen, Sparta Beek en Donk, TOP en tot slot weer bij UDI gevoetbald. Totdat ik mijn kruisband scheurde op vierendertigjarige leeftijd. Toen was het afgelopen. Voetbal is lang belangrijk geweest voor mij. Op de middelbare school kreeg mijn moeder regelmatig te horen: “Hij zou de beste van de klas kunnen zijn als hij eens wat minder zou voetballen.” Na de Mulo heb ik anderhalf jaar bij Iduna gewerkt, maar via een vriend van me raakte ik geïnteresseerd in de gezondheidszorg. Die vriend had drie verstandelijk beperkte zusjes en één daarvan woonde nog thuis. Door haar dacht ik: ik zou wel met mensen zoals zij willen werken. Toen ben ik gestart met een opleiding in het ziekenhuis van Helmond. Dat was deels werk en deels studie.’

 

De voetballer ontwikkelt zich tot doctor

‘Toch ging ook in die tijd het grootste deel van mijn aandacht uit naar voetballen. Ik deed er niet veel voor, maar haalde goede cijfers. Aanvankelijk zei de mentrix tegen mij “Als jij niet beter je best gaat doen, dan red je het niet.” Toen ik desondanks goede punten bleef halen: “Jij moet gaan studeren, want je doet niks en haalt toch goede punten.” Dat heeft me gestimuleerd om naast mijn activiteiten in het ziekenhuis en het voetbalveld ook m’n MO A en MO B akte te halen. Na het ziekenhuis ging ik werken voor de kinderbescherming in Venlo. Dat deed ik in combinatie met een studie sociale wetenschappen aan de Universiteit van Maastricht. Na het met lof behalen van mijn doctoraal bood mijn werkgever – het Ministerie van Volksgezondheid – aan m’n promotie te ondersteunen. Daar ben ik aanvankelijk op ingegaan totdat ik als directeur Bewonerszaken bij de gemeente Uden aan de slag kon. Dat was in ’87. Van ’94 tot ’96 heb ik voor een bestuurs- en managementbureau gewerkt en in dat laatste jaar ben ik directeur-bestuurder geworden van Vughterstede. Een stichting voor seniorenwoningen en voor woonzorgcentra die verzorgingshuiszorg, verpleeghuiszorg, thuiszorg, huishoudelijke hulp en andere diensten levert aan thuiswonende ouderen in de gemeente Vught. In de beginjaren van die functie heb ik mijn studie aan de Universiteit van Maastricht weer opgepikt en in 2004 ben ik gepromoveerd op “gezondheidsvraagstukken in de instellingszorg”.’

 

Tussen Vught en Brussel

‘Na mijn promotie werd ik gevraagd om een leerstoel “Gerontologische Wetenschappen” op te starten aan de Universiteit van Tilburg. Daarvoor moet wel eerst een procedure van zeker een jaar worden doorlopen. Je moet een “proposition paper” schrijven, met collega’s overleggen, met studenten praten. Velen moeten er iets van vinden. Ondertussen kwam ik in gesprek met Dominique Verté van de Universiteit van Brussel. Hij wilde me graag hebben. Dus vroeg ik hem wat dáár de procedure was en hij zei: “De procedure dat ben ik. Wanneer wil je beginnen?” Dat antwoord heb ik voorgelegd aan de man die me voor Tilburg had geïnteresseerd. Die zei: “Als Dominique Verté dat zegt, is dat geen grootspraak.” Toen ben ik in 2011 in Brussel gestart met de leerstoel “Active Ageing”, in combinatie met mijn directeurschap in Vught. In Brussel begeleid ik promovendi en hun onderzoeken, doe ik zelf onderzoek, neem ik deel aan Europese projecten en geef af en toe college. In Vught ben ik in juni gestopt, maar het werk aan de universiteit slokt meer dan een halve weektaak op. Dat doe ik met heel veel plezier overigens. En toen kwam UdenPlus op mijn pad.’

 

Politiek handwerk weerbarstiger dan vooraf voorzien

Kardol ziet zichzelf niet als een politiek dier. Hij heeft in het verleden op de achtergrond wel hand- en spandiensten voor het CDA verricht, maar een plek in de spotlights heeft hij nooit geambieerd. Naar eigen zeggen werkt hij ‘liever in de achtertuin dan in de voortuin’. Waarom heeft hij dan toch het lijsttrekkerschap van UdenPlus aanvaard? ‘De mensen van UdenPlus hadden mij gevraagd een uiteenzetting te geven over de “vergrijzing van de samenleving”. Vervolgens vroegen de initiatiefnemers Cees Keizer en Erik den Dekker me om mee te denken over het verkiezingsprogramma. Nog weer later vroegen ze me voor het lijsttrekkerschap. Daar heb ik redelijk snel en naïef “ja” op gezegd. Niet verwachtend dat de partij met drie zetels uit de bus zou komen en dat ik de op één na meeste voorkeurstemmen zou krijgen. Met name dat laatste schept verplichtingen.’
Na de verkiezingen lijkt het politieke handwerk weerbarstiger dan hij vooraf heeft voorzien: ‘De gang van zaken na de verkiezingsuitslag heeft me enorm verbaasd. We zijn door de winnaar van de verkiezingen – Jong Uden – uitgenodigd voor een gesprek. Dat duurde welgeteld twintig minuten en we kregen twee vragen voorgelegd. Of UdenPlus een partij of persoon uitsloot én of we punten hadden die we zeker in het coalitieakkoord opgenomen wilde hebben. We gaven aan dat we openstonden voor alles en iedereen. Alle reden dus om met ons het verdere gesprek aan te gaan. Nooit meer iets van ze gehoord. We hebben in de krant en via de e-mail moeten lezen dat er een coalitie was gesloten. Volstrekt tegen alle democratische beginselen in. Er hebben 2200 Udenaren op UdenPlus gestemd. De wensen van die mensen zijn compleet genegeerd. En dat in een gemeente die zich laat voorstaan op democratische vernieuwingsprocessen zoals ‘verbeeld’ in de G-1000. Het lijkt niet meer dan window dressing. Mooie sier naar de buitenwereld toe.’

 

Enkele lichtpuntjes

‘De samenstelling van de coalitie lijkt van tevoren bekokstoofd en de antwoorden op vragen van de oppositie liggen klaar. Dat gevoel had ik heel sterk de eerste twee maanden dat ik in de raad zat. Voorbeeld. Tijdens één van de fractieleiders-overleggen stelde ik voor om burgers of vertegenwoordigers te vragen hoe we als gemeente met burgerparticipatie moeten omgaan. Antwoord van een van de aanwezige coalitiegenoten : “Niet nodig. Als de burger zich wil laten horen, weten ze waar het gemeentehuis staat. Zo doen we dat al vijfendertig jaar en dat hoeft niet te veranderen.” Tja, als dát je opvattingen zijn over democratie, dan is dat heel mager. Het enige dat ik dan nog kan doen is wachten waar de ondergrens van het betamelijke wordt bereikt. Er is tenminste één politicus in de coalitie die stelselmatig door die ondergrens zakt. Die voortdurend vragen en meningen van de oppositie wegzet zonder er inhoudelijk op in te gaan.’
Overigens ziet Kardol ook wel lichtpuntjes: ‘Ik merk dat Maarten Prinssen openstaat voor goede ideeën, ongeacht of ze nou van de coalitie of van de oppositie komen. Ik weet dat sommigen hem wegzetten als politiek onervaren, maar misschien juist wel daardoor heeft hij niet de neiging om alles van de oppositie aan de kant te schuiven. Hij gaat in ieder geval het gesprek aan. En aan de oppositiekant moet ik de SP complimenteren. Die partij is constant in gesprek met inwoners van Uden en brengt hun grieven onder de aandacht van de politiek. SP nestor Spencer Zeegers is sowieso één van de weinige politieke zwaargewichten in de Udense raad. Hij heeft enorm veel kennis van het raadswerk, weet wat er speelt in de samenleving, bereidt zich minutieus voor op vergaderingen, houdt zinnige betogen en stelt relevante vragen.’

 

De toekomst volgens UdenPlus

Het is duidelijk. Volgens Kardol heeft het democratisch proces in Uden nog een flinke weg te gaan. Hoe zou zijn partij het oplossen als ze deel uitmaakten van de macht? ‘Of het nu gaat om de verkeersveiligheid of een ander onderwerp, de burgers verdienen een luisterend bestuur. Als UdenPlus willen we met hen in gesprek gaan, problemen beschrijven, samen met de burgers kijken welke oplossingen voorhanden zijn en dit in de gemeenteraad bespreken. Stem geven aan de burger en het gemeentebestuur informeren welke problemen er spelen in de verschillende buurten. Gezamenlijk, maar zeker ook kleinschalig zoeken naar een oplossing. We hebben in Uden bijvoorbeeld gebiedsplatforms. Die vertegenwoordigen de burgers in verschillende delen van de gemeente. Maar die platforms zijn veel te groot. Het gaat om gebieden die niets met elkaar te maken hebben. Ik zie meer in kleinere groepen mensen, bijvoorbeeld in een straat, buurt of wijk. Die kennen vaak de buren, de mensen in de omgeving. UdenPlus wil werk maken van projecten als Buurtzorg, waar het doel is dat kwetsbare mensen omringd worden door buurtgenoten. Zodat ze langer in staat zijn zelfstandig te kunnen blijven wonen. Democratie komt van onderen en is niet het resultaat van allerlei structuren die van bovenaf worden opgezet.’

 

Terug naar de drive van Kardol

Tijd om terug te keren naar het begin. De innerlijke drive van Kardol om de kwetsbare mensen in de maatschappij bij te staan: ‘Als kind woonde ik in een wijk van Uden die grensde aan een straat die niet zo goed bekend stond. Tegenwoordig zouden we het een achterstandswijk noemen. Ik heb het in die tijd meegemaakt dat kinderen om die reden niet met mij mochten spelen. Daar begreep ik destijds helemaal niets van en het heeft me allergisch gemaakt voor zogenaamde klassenverschillen. Daar heb ik dan ook m’n hele leven tegen gevochten. Bij de kinderbescherming, als directeur van de zorginstellingen in Vught, in mijn privéleven en nu als politicus. Ik kies zo nodig de kant van de zwakkeren in de samenleving. Voor mij is iedereen gelijk, hoe kwetsbaar je ook bent. Met in mijn achterhoofd misschien ook altijd de gedachte: “uit welke buurt je ook komt”.

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar informatie@debatcentrumdegrens.nl. Dan voegen wij uw reactie onderaan dit artikel toe.

Lees ook: ‘Openbare Veiligheid in Uden en Landerd krijgt ‘flinke schup’ (blog)

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval