Debat 13 januari

Voorwoord debat 13 januari:

‘Hoe gezond is de gemeente Uden?’

 
In de reacties op de promotie van dit debat viel ons op dat veel mensen aansloegen op de term ‘foodcourt’.  Veel reacties kwamen van mensen die zich nadrukkelijk ergeren aan de komst van dit fenomeen. Een zo mogelijk nog grotere groep vindt dat dit debat ‘mosterd na de maaltijd’  is. ‘Onzin’, ‘tijdverspilling’ zijn veelgelezen kreten op het onvolprezen Facebook. Het besluit om het Foodcourt hier te vestigen is immers al lang en breed genomen. Sterker nog het opent binnen niet al te lange tijd haar deuren.

 

Met elkaar in gesprek


Ik wil hier met name ingaan op die tweede reactie omdat het de kern raakt van wat wij met het debatcentrum willen. Het moet in ieder geval geen arena worden waar wij of iemand anders zijn of haar gelijk komt halen. Of waar in activistische zin bepaalde politieke besluiten worden tegengehouden of juist ondersteund. Debatcentrum De Grens wil vóór alles onderdak bieden aan de dialoog. Een plaats waar we met elkaar in gesprek gaan.

 

Verbeelding tweeslachtig beleid

We hebben uiteraard gekozen voor de frame ‘Foodcourt versus Bernhoven’ omdat het deze lekker klinkt en gemakkelijk reactie oproept. Maar toch ook omdat het in oppervlakkige zin de verbeelding is van het beleid van de gemeente Uden. Een in onze ogen tweeslachtig beleid.

Waarbij ik overigens wil benadrukken dat ‘Foodcourt versus Bernhoven’ geen echte tegenstelling is! Het ene instituut bestaat niet dankzij of ondanks de ander.  Het gaat ons nadrukkelijk niet om de vraag of dat Foodcourt er nu wel of niet had moeten komen. Het gaat ons om het beleid van de gemeente Uden met betrekking tot de gezondheid van haar inwoners. En dat beleid gaat ook dóór nadat het Foodcourt zijn deuren heft geopend gewoon door.

 

Geld verdienen of gezondheid?

De gemeente Uden heeft de gezondheid van haar burgers tot één van de speerpunten van haar beleid gemaakt. In woord én daad. Er worden  forse budgetten gestoken in het promoten van een gezonde levensstijl onder de Udense bevolking. Tegelijkertijd echter verdient de gemeente Uden geld aan de verkoop van grond en de afgifte aan ondernemingen die producten verkopen die ronduit slecht zijn voor de gezondheid van diezelfde bevolking. Producten die een zeer grote aantrekkingskracht hebben op jongeren.

 

Onrustbarende stijging aantal maagverkleiningen

In dat kader is het interessant een radio-interview van enige tijd geleden op Radio 1 te memoreren met een arts die veel maagverkleiningen doet. Die man vertelde dat mensen die boven een bepaald overgewicht komen, nooit meer langs natuurlijke weg op een normaal gewicht komen. Maagverkleining is dan nog de enige mogelijkheid. Tevens vertelde die arts dat de vetcellen die dat overgewicht min of meer veroorzaken in onze jonge jaren worden aangemaakt. En eenmaal aangemaakt, gaan die vetcellen nooit meer weg. Hij benadrukte dat volgens hem de enige manier om de schrikbarende stijging van het aantal maagverkleiningen te keren, enkel is te realiseren door mensen op jonge leeftijd een gezond voedingspatroon aan te leren. Wellicht dat één van de aanwezige medici hier vanmiddag nog wel iets over zegt.

 

Wat is de boodschap?

Waar het ons nu om gaat, is dat het vreemd is dat en gemeente die gezondheid propageert bijvoorbeeld via JOGG – Jongeren op Gezond Gewicht – bewust obesitas bevorderende bedrijven binnen de gemeentegrenzen haalt.
Wat is de boodschap die de gemeente Uden hiermee afgeeft? Aan de ene kant veel geld uitgeven om een gezonde levensstijl te promoten en aan de andere kant geld verdienen door een ongezonde levensstijl te faciliteren. Het resultaat is op z’n best nihil. Maar waarschijnlijk negatief. Ontstaat er toch nog een verband tussen het Foodcourt en Bernhoven. Doordat de mensen die in hun jonge jaren vetcellen hebben aangemaakt in het ene gebouw, na twintig of dertig jaar voor een maagverkleining terechtkomen bij de overburen.

 

Hoe effectief is dit beleid?

Los van dit dilemma kun je je ook nog eens afvragen of een gemeente zich wel op die manier met de gezondheid van haar inwoners mag bemoeien. Dat maken we toch zeker zelf wel uit. Nog interessanter is de vraag hoe effectief de financiële inspanningen van de gemeente Uden zijn om de inwoners te stimuleren tot een gezonde levensstijl. Hoeveel gezonder zijn wij Udenaren dan inwoners van gemeentes die zeggen: ‘zoek het zelf maar uit’. En tot slot is het heel legitiem om je af te vragen of dat geld op een andere manier niet veel beter besteed worden.