Code van Bordeaux

Volgens de International Federation of Journalists:

  1. Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist.
  2. Bij het nakomen van deze plicht zal de journalist opkomen voor de volgende twee beginselen: vrijheid in verantwoord  bijeenbrengen en publiceren van nieuws, en het recht van faire commentaar en kritiek (hoor en wederhoor).
  3. De journalist doet zijn berichtgeving alleen berusten op feiten waarvan hij de bron kent. Hij zal wezenlijke informatie niet achterwege laten en geen documenten vervalsen.
  4. Bij het verkrijgen van nieuws, foto’s en documenten zal hij op faire wijze te werk gaan.
  5. Hij zal bereid zijn elke verstrekte informatie die schadelijk onnauwkeurig blijkt, op royale wijze recht te zetten.
  6. Hij zal het beroepsgeheim in acht nemen ten aanzien van de bron van in vertrouwen verkregen informatie.
  7. Hij zal als ernstige journalistieke vergrijpen beschouwen:
    1. plagiaat
    2. laster, smaad, belediging en ongegronde beschuldigingen;
    3. het aanvaarden van steekpenningen, in welke vorm ook, tot het verrichten of het achterwege laten van enige publicatie.
  8. Iedere journalist die deze aanduiding waardig is, beschouwt het als zijn plicht bovenstaande beginselen oprecht in acht te nemen. Met inachtneming van de algemene wetgeving van zijn land zal hij in beroepszaken slechts de rechtspleging van zijn vakgenoten erkennen; hij verwerpt elke tussenkomst van overheidspersonen of anderen.
  9. De journalist zal zich bewust zijn van het gevaar van door media verspreide discriminatie, en zal al het mogelijk doen om discriminatie te voorkomen, gebaseerd op, o.a., ras, sekse, seksuele geaardheid, taal, godsdienst, politieke of andere meningen en nationale of sociale afkomst.