Water … Natuurlijk … Water

Water ... Natuurlijk ... Water

Column lijsttrekker 2019 ‘Water Natuurlijk’ Ernest de Groot – voorgedragen tijdens het Politiek Café, georganiseerd door Debatcentrum ‘De Grens’ op 6 maart 2019 in De Pul te Uden.

Als je, net als ik, rooms-katholiek, fan van Feyenoord, Brabander, natuurbeschermer, landschaps-beheerder en waterschapper bent, dan zijn het allerminst vrolijke tijden. Ik beperk me vanavond voor het gemak tot de waterschappen en de waterschapsverkiezingen.

Even een korte bloemlezing vanuit de diverse media over de waterschappen: een kliko voor afgedankte politici, het muurbloempje of zorgenkindje van de Nederlandse democratie, technocratische uitvoeringsorganisatie, nep-democratie, zakkenvullers (hoogwater), maar ook, oudste bestuurslaag van Nederland, deskundig, onmisbaar, een omgevingsbewuste organisatie die opkomt voor veilig, voldoende en schoon water.

 

Waterschappen

De Waterschappen komen er over het algemeen beter af dan de waterschapsverkiezingen, dus laat ik daar dan maar mee beginnen. Een Waterschap is een overheidsorganisatie, net zoals rijk, provincie en gemeente. Het is een functionele overheid, die zorgt voor het integrale waterbeheer in een gebied. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat u beschermd bent tegen te veel water. En dat u genoeg water en schoon water heeft. En dat doen we tegen acceptabele kosten. Verder was ons waterschap het afgelopen jaar de beste overheidsorganisatie van 2018. Tot zover het goede nieuws.
Anderen betogen dat waterschappen geldverslindend, technocratisch en ondemocratisch zijn. Laten we die trits maar even langslopen.

 

Geldverslindend

Zo’n 0,8% van de begroting van een waterschap gaat op aan bestuurskosten. Dat is relatief weinig, zeker als je bedenkt dat de dagelijks bestuursleden van het waterschap Aa en Maas een actieve rol vervullen als waterambassadeur, procesleider, programmamanager en provinciaal bestuur ondersteuner. Alle andere kosten gaan naar de verschillende vormen van waterbeheer.

 

Technocratisch

Bij een waterschap zouden technocratische overwegingen centraal staan. Het zouden onderafdelingen van Rijkswaterstaat kunnen worden. Nou ben ik zelf universitair geschoold cultuurtechnisch – en landbouwkundig ingenieur, maar als planoloog, landschapsecoloog en agrarisch econoom vind ik dit een wel heel enge benadering. Om een waterschap te leiden is meer nodig dan ingenieurs. Technocraten zijn nodig, maar een breed bestuur dat bestaat uit technisch geschoolden, breed kijkende belangenvertegenwoordigers én financieel-juridisch georiënteerde bestuurders vormen de sleutel tot een effectieve en efficiënte aanpak van problemen in de samenleving. Het gaat hierbij zowel om een integrale systeemgerichte aanpak van de waterkwantiteit en waterveiligheid als om een integrale ketengerichte aanpak van de waterkwaliteit. De problematiek van klimaat-adaptatie en waterkwaliteit is namelijk te complex voor technocratische deeloplossingen. Besturen verschuift zo van government naar governance.

 

Ondemocratisch

Ja, de waterschapsverkiezingen waren vroeger minder democratisch, omdat de agrariërs en ondernemers bij alle categorieën meededen. Maar inmiddels hebben burgers en natuur ook hun plek verworven.
Ja, de waterschapsverkiezingen zijn een beetje ondemocratisch omdat de wetgever zetels heeft geborgd. Een doorsnee waterschap kent zeven tot negen geborgden, drie tot vier landbouwers, drie tot vier ondernemers en één á twee natuurterreinbeheerders. Vaak is dit er slechts één. En ja, van mij had die verdeling ook twee-twee-twee mogen zijn. Anders verworden kwaliteitszetels tot kwantiteitszetels die de macht bepalen.
Maar bij zeven geborgden zijn er altijd nog drieëntwintig zetels vrij te verkiezen. Dus dat democratische glas is nog altijd voor ruim 75% vol. Ik noem de waterschapsverkiezingen dan ook overwegend democratisch.

 

Waterschapsverkiezingen/Klimaatverkiezingen

Waterschapsverkiezingen zijn bij wet geregeld. Omdat waterschappen belastingen innen moet u dit bestuur kunnen kiezen. Na de wateroverlast van juni 2016 en de droogte van juni, juli, augustus, september en oktober 2018. En na de discussie over klimaatakkoord en het klimaatdebat, zou je kunnen zeggen, dat de waterschapsverkiezingen eigenlijk ook klimaatverkiezingen zijn.

 

Weg van de politieke waan van de dag

Het voordeel van de waterschappen als bestuurlijke, functionele overheid en regionale water-autoriteit is dat zij gewoon door kunnen werken aan een klimaat robuust systeem in 2050. Dus minder afhankelijk zijn van de politieke waan van de dag. Kijk maar naar de recente discussie tussen linkse klimaatdrammers, rechtse klimaatspijbelaars en nog rechtsere klimaatontkenners in de Tweede Kamer. Hier wordt de leefomgeving van uw achterkleinkinderen echt niet beter van. En nu hoor ik u denken. Maar er valt toch niks te kiezen. Dan doet u zichzelf toch wel wat tekort.

 

Keuzeruimte

Er valt wel degelijk wat te kiezen als je goed naar de rol- en taakstelling en de financiering van een waterschap kijkt:

  • Kies je voor een eng (lees smal) takenpakket? Een waterschap met enkele kerntaken? Of voor een waterschap met een breed takenpakket? Een klimaat-schap met meerdere omgevingsgerichte taken, zoals RO en bodem?
  • Kies je voor een waterschap dat zich enkel richt op veilig, voldoende en schoon water of een waterschap dat zich tevens bezighoudt met gezond, natuurlijk, recreatief, landschappelijk, cultuurhistorisch, educatief en ruimtelijke water.
  • Kies je bij veilig water voor enkel technische maatregelen? Of kies je voor een slimme combinatie van dijkversterking, ruimte voor de rivier- en gebiedsontwikkeling en vóór sterkere bloemrijke dijken?
  • Kies je bij voldoende water voor het afvoeren, afvoeren, afvoeren en bij een te kort voor aanvoeren, aanvoeren, aanvoeren van water (lees heen-en-weer jassen van water)? Of kies je voor het vasthouden van gebiedseigen water en het afvlakken en bufferen van piekbuien in de sub-regio?
  • Kies je bij voldoende water voor het principe van peil volgt teelt en bebouwing? Of voor het principe van teelt en bebouwing volgen peil? De juiste functie op de juiste plek op basis van landschappelijke kenmerken.
  • Kies je bij schoon water voor een doelmatige rioolwaterzuivering die zich primair richt op stikstof en fosfaat? Of kies je voor een energie- en grondstoffenfabriek, die ook medicijnresten, antibiotica en microplastics aanpakt en vezels en fosfaat terugwint?
  • Kies je voor een doelmatig, kosten-gestuurd waterschap? Of kies je voor een doelgericht, ambitie-gestuurd waterschap, ofwel kies je voor tarief-dekkende kosten of voor kostendekkende tarieven?
  • Kies je voor een financiering waarbij de burgers een deel van de kosten van de agrariërs en ondernemers dragen? Of kies je voor een systeem waarbij de vervuiler, gebruiker en/of kostenveroorzaker zoveel mogelijk zelf betaalt’.
  • Kies je voor een strikte, eenzijdige belastingheffing voor natuur? Of kijk je ook naar alle ecosysteemdiensten, zoals buffering en zuivering door bos- en natuurgebieden?
  • Kies je voor een bestuur dat gekozen wordt door mensen die traditioneel altijd kiezen, of doe je zelf vanaf nu ook mee.

 

Conclusie

Mijn conclusie moge helder zijn: ja, we mogen weer stemmen en ja, er valt wel degelijk wat te kiezen. Democratie is een groot goed. Ik heb slechts één grote wens voor de komende Provinciale Staten en waterschapsverkiezingen. Ik hoop oprecht …

  • Dat een deel van twijfelend en wellicht zelfs azijn-zeikend Nederland zich gewoon even iets meer verdiept in de thema’s die spelen binnen hun eigen provincie en waterschap en de speerpunten van betrokken partijen.
  • Dat mensen de moeite nemen een stemwijzer of keuzewijzer in te vullen om zo meer inzicht te krijgen in de keuzeruimte, die er wel degelijk is. Of: Dat mensen de moeite nemen het stembiljet te bekijken om zo te zien of er een partij of persoon in hun omgeving is die hun stem echt verdient.
  • Dat de opkomst op 20 maart 2019 daardoor zo’n 2 tot 3% hoger is dan de 43,6% in 2015. Dus op naar de 46%. Waterschappen streven per slot van rekening naar realiseerbare doelen.

 

Gedicht Jan Terlouw

Ik rond af met een gedicht van Jan Terlouw, genaamd Water.
Water is zo mooi …,
De chemicus zegt H20, want dat is zo zijn trant,
de fysicus zegt dat je het krijgt wie waterstof verbrand.
De bioloog noemt het waarschijnlijk vissen biotoop,
voor dominees is het materiaal voor bij de doop.
Het is regen, zegt de man die zich met het weerbericht bemoeit.
De gynaecoloog zegt: Nee, het is iets waar een vrucht in groeit.
De dronkenlap drink het niet en daarom krijgt hij een kater.
En wij, eenvoudig als we zijn, wij noemen het gewoon:
Water … Natuurlijk … Water.

Je kunt op dit artikel reageren onder het aanmeldformulier voor de nieuwsbrief.

Lees ook: We staan met z’n allen voor twee ingrijpende keuzes op 20 maart 2019!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

Het dilemma van de Provinciale Staten kiezer

Het dilemma van de Provinciale Staten kiezer
Het dilemma van de Provinciale Staten kiezer

Ik ben nu negenenvijftig jaar oud en zo lang ik mij politiek bewust ben, speelt de vraag of de verkiezingen voor de Provinciale Staten niet teveel worden gedomineerd door de landelijke politiek. Die kwestie speelt in mijn beleving dus al drie-en-veertig jaar en de oplossing is volgens mij geen millimeter dichterbij gekomen.Het is het dilemma van de Provinciale Staten kiezer.

De oorzaak van het probleem lijkt me niet zo heel moeilijk. De 570 gekozen leden van de Provinciale Staten kiezen op hun beurt de leden van de Eerste Kamer. Die Eerste Kamer heeft met z’n vetorecht net zo’n grote macht op de landelijke wetgeving als de Tweede Kamer. Geen wonder dus dat de partijen landelijk hun promotionele apparaat op volle sterkte inzetten om landelijke issues aan de orde te stellen. Het vreemde van deze constructie nu is dat wij als burger (direct en indirect) twee keer onze stem uitbrengen op twee verschillende politieke bestuursorganen, die niet per definitie hetzelfde belang dienen.

 

Een keuze maken die je eigenlijk niet wilt

De essentiële vraag in deze is: moet ik als burger het landelijke belang laten prevaleren of het provinciale belang? Door de druk die de landelijke partijen via hun campagnes uitoefenen, zullen de meeste mensen geneigd zijn voor het eerste te gaan. Maar het is uiteindelijk net zo legitiem om juist in het belang van de provincie te stemmen. In beide gevallen moet je misschien een keuze maken die je eigenlijk niet wilt. Zo blijken partijen die zich op landelijk niveau met betrekking tot klimaatissues conservatief opstellen in de provinciale praktijk veel progressiever te zijn.

 

Zijn de Provincialee Staten een tandenloze tijger?

Door deze dominantie van de landelijke partijen zou het idee kunnen ontstaan dat de Provinciale Staten een tandenloze tijger zijn. In verkiezingstijd worden de provinciale politici immers volledig weggedrukt en tussen de verkiezingen in is er geen reden voor deze politici om zich te profileren. Bovendien hebben ze het te druk met besturen, want de omvang van het takenpakket van een provinciaal bestuurder liegt er niet om.

 

Vergeten worden omdat je je werk goed doet?

Nu kun je je natuurlijk afvragen hoe erg het is dat de Provinciale Staten zo onbekend zijn bij de inwoners. Helemaal niet erg, aldus de Nijmeegse hoogleraar bestuurskunde Michiel Herweijer en bestuurskundige Peter Castenmiller in hun boek ‘Ruimte voor provinciaal beleid’ uit 2015. Integendeel zelfs, want juist in de luwte zou het provinciaal bestuur optimaal functioneren. Castenmiller zegt hierover: ‘Het is inherent aan de positie als middenbestuur dat je vooral bemiddelt tussen rijksoverheid en gemeenten. Een rol waarin je minder contact hebt met burgers. Dat die burgers provincies dan gemakkelijk over het hoofd zien, hoeft natuurlijk niet slecht te zijn. Je wordt misschien wel vergeten omdat je de zaken goed regelt.’

 

Uitholling van de democratie?

Ik begrijp wat hij zegt, maar vind het vreemd om enkel op bestuurlijk niveau naar een democratisch instrument te kijken. Naar mijn idee is het bijvoorbeeld juist dáár fout gegaan in Europa. Door het negeren van democratische processen ten behoeve van goed bestuur – of in ieder geval de intentie van goed bestuur – is er een enorm wantrouwen ontstaan bij de burger.

Niet de Provinciale Staten zijn het probleem, maar de Eerste Kamer. Die hield zich in het verleden vooral bezig met de technische kanten van een wetsvoorstel. De deugdelijkheid ervan en de samenhang met andere wetgeving. De laatste tien jaar echter is deze kamer meer en meer een politiek instrument geworden. Een oplossing zou zijn om de verkiezingen van Eerste Kamer direct aan de burger toe te vertrouwen en deze op een ander tijdstip te plannen dan de landelijke en de provinciale. Maar in dat geval zouden wij burgers eigenlijk twee keer naar de stembus moeten voor twee kamers met hetzelfde vetorecht. Dat lijkt me zacht gezegd een beetje vreemd.

Lees ook: 20 maart verkiezingen Provinciale Staten: Niet klagen, maar stemmen!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

20 maart verkiezingen Provinciale Staten

20 maart verkiezingen Provinciale Staten

20 maart verkiezingen Provinciale Staten:
Niet klagen, maar stemmen!

 

In het kader van de provinciale verkiezingen organiseert Debatcentrum De Grens op woensdag 6 maart een Politiek Café. Tijdens deze avond vertellen de deelnemende partijen wat hun plannen voor de provincie. Ook gaan een aantal kandidaten voor de Provinciale Staten met elkaar in debat. De zaal gaat open om 19.00 uur, het Politiek Café begint om 19.30 uur en duurt tot 21.30 uur. Plaats van handeling is De Pul, Kapelstraat 13, 5401 EC Uden.
In aanloop naar deze bijeenkomst en veel belangrijker de verkiezing op 20 maart een artikel met wat de provincie precies doet en waarom het zo belangrijk is dat wij als burgers gaan stemmen.

 

 

Door Rob Vrolijk

Woensdag 20 maart is het weer zover. Dan mogen wij Nederlandse burgers weer naar de stembus voor de provinciale verkiezingen. En met die wild kakelende symfonie aan protesten van ‘ontevreden burgers’ op sociale media, zou je verwachten dat we massaal gebruik gaan maken van ons stemrecht – dat tot 1970 overigens nog werd beschouwd als een plicht – om het controlerende en het uitvoerende orgaan van onze provincie te kiezen.

 

Niet stemmen levert in ieder geval niets op

Ik vrees alleen dat het percentage aan stemmers (ver) onder de 50% blijft. Onder het mom dat het toch allemaal niets uit maakt. En/of/omdat het allemaal doorgestoken kaart is. En/of/omdat onze democratie een fopspeen is/niet werkt/volstrekt corrupt is. We hebben de negatieve drogredenen om niet te gaan stemmen voor het uitkiezen, maar de enige zekerheid die dat oplevert is dat je niet-stem inderdaad niets oplevert.

 

Wat wij Brabanders willen

Levert een actieve stem dan wel iets op? Jazeker, al betekent het niet dat je voor 100% gelijk krijgt. Het verkiezingsresultaat is de grootste gemene deler van wat wij met z’n allen als Noord-Brabander willen. Niet wat een individu, een kleine groep of zelfs een grote groep wil. Al neemt de invloed natuurlijk wel toe evenredig toe met de grootte van de groep.

 

Democratie: niemand en iedereen krijg z’n zin

Het mooie van onze democratie is dat deze niet perfect is. Niemand krijgt z’n zin, maar tegelijkertijd krijgt iedereen z’n zin. Een beetje wel te verstaan. Misschien dat ik dat het aardigste kan illustreren met het gemodder rondom het kinderpardon onlangs. Dat is inderdaad een landelijk issue, maar is een goede illustratie.
Het conservatieve deel van de natie wilde absoluut geen uitzonderingen. Voorgenomen uitzettingsprocedures moesten zonder aanziens des persoons worden uitgevoerd. De progressieven daarentegen wilden het nu juist wel op individueel niveau beoordelen. Kinderen mochten niet de dupe worden van een falend systeem en/of ouders plus slimme advocaten die hier willens en wetens op aanstuurden.

 

Het democratisch proces is gerommel

Het gevolg was een eindeloze litanie aan gekissebis met als eindresultaat een compromis waar beide partijen zich tegelijkertijd wél en niet in kunnen vinden. De wat extremere conservatieven vinden dat er teveel wordt toegegeven aan de progressieven, de wat extremere progressieven vinden dat er teveel wordt toegegeven aan de conservatieven. Maar zo gaat dat nu eenmaal in een goed functionerende democratie: niemand krijgt voor 100% gelijk. Op het moment dat dát gebeurt, weet je dat je in een dictatuur leeft.

 

Waar stemmen we eigenlijk voor?

Terug nu naar de verkiezingen voor de Provinciale Staten. In principe werkt het provinciaal bestuur net zoals het gemeentelijke bestuur en wat minder zoals het landelijk bestuur. Om te beginnen bepalen de burgers van een provincie wat de samenstelling wordt van de Provinciale Staten. Dat is dus wat we doen op 20 maart, door te stemmen op de kandidaat c.q. partij van onze voorkeur. De aldus gekozen leden van de provinciale staten kiezen vervolgens de leden van de Gedeputeerde Staten. Deze Gedeputeerde Staten vormen als het ware de regering van de provincie (vergelijk met het College van wethouders in de gemeente), onder leiding van de Commissaris van de Koning (vergelijk met de burgermeester).

 

Wie doet wat?

De Gedeputeerde Staten maken de wetsvoorstellen en voeren de aangenomen wetten uit; de Provinciale Staten controleert (vergelijk met de verhouding tussen de landsregering en tweede kamer of College van B & W en gemeenteraad). Zowel de Commissaris van de Koning als de burgermeester worden niet gekozen door ons burgers, maar benoemd. De Commissaris door de regering. De burgermeester door de Kroon, bestaande uit de Koning plus de verantwoordelijke minister. Beide aanstellingen vinden uiteraard plaats in overleg met de op dat moment ‘leidende partijen’.

 

Stem voor Provinciale Staten is tevens stem Eerste Kamer

Er is één onderdeel dat onze stem in de Provinciale Staten extra belangrijk maakt. En dat is dat de leden hiervan – samen met de kiescolleges in Bonaire, Sint-Eustatius en Saba – de leden van de eerste kamer kiezen. Indirect stemmen we tijdens de verkiezingen voor de Provinciale Staten dus óók voor de samenstelling van de Eerste Kamer. En wie het nieuws een beetje volgt, weet dat het Kabinet Rutte III mogelijk zijn meerderheid in de Eerste Kamer gaat verliezen. Het toppunt van de democratische macht en kracht van de burger, lijkt me.

 

Wat doe dat provinciaal bestuur nu eigenlijk?

Blijft over de vraag: wat betekent het provinciaal bestuur voor ons burgers? Wat doen ze precies? Het landelijk bestuur wordt dagelijks gevolgd in de media; het optreden van de gemeente is direct van invloed op ons dagelijkse bestaan. Het provinciale bestuur lijkt meer op de achtergrond te opereren. De provincie heeft niet alleen vast opgelegde taken, maar deze kunnen ook in de dagelijkse praktijk ‘ontstaan’. Tevens kan de provincie zichzelf ook taken opleggen.

 

1. Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting

Het indelen van de beschikbare ruimte in de provincie wordt beschouwd als de belangrijkste taak van het provinciaal bestuur.
Zo bepaalt de provincie waar wegen, spoorweg- en scheepvaartverbindingen, woon- en industriegebieden, agrarische en natuurgebieden en recreatieve voorzieningen komen. Gemeentes hebben wellicht het voortouw bij dit soort initiatieven, maar ze dienen daarbij rekening te houden met de structuurvisie van de provincie. Bij verschillen van inzicht tussen bijvoorbeeld de gemeente, belanghebbende burgers en actiegroepen wordt op provinciaal niveau eerst iedereen zorgvuldig gehoord voordat er besluiten worden genomen.

 

2. Milieubeheer

De provincie houdt toezicht op de naleving van milieuwetten op het gebied van lucht, bodem en water. Ook houdt de provincie zich bezig met de bestrijding van verontreiniging (door bodemsanering en gebruik zuiveringsinstallaties). De provincie geeft aan waar bouwpuin, autowrakken, bedrijfsafval en ander schadelijk afval moet worden opgeslagen.
Het stimuleert gebruik van duurzame energie door bijvoorbeeld de plekken aan te wijzen waar windmolens mogen staan. Ben je dus bijvoorbeeld voor of tegen zonnepaneelparken? Stem dan vooral op een partij die in jouw richting denkt. Maar vergeet ook niet dat iedere partij in een coalitieland als Nederland altijd water bij de wijn moeten doen.

 

3. Samenleving & cultuur

De provincie zorgt ervoor dat er voldoende sportgelegenheden zijn voor iedereen en dat iedere plek binnen vijftien minuten bereikbaar is voor ambulances. Ook subsidieert het culturele activiteiten en is het betrokken bij herstel en behoud van karakteristieke monumenten, archeologie en bibliotheken.
De provincie ondersteunt de regionale radio en stimuleert – samen met de gemeenten – projecten voor onder andere ouderenzorg, vrijwilligerswerk en regionale patiënten en consumentenplatforms.

 

4. Waterstaat

De provincie is verantwoordelijk voor de provinciale waterhuishouding middels het toezicht op de Waterschappen. Die houden zich bezig met het waterpeil en de kwaliteit van het water. Denk bijvoorbeeld ook aan de controles of het water in de recreatieplassen veilig en schoon genoeg is. Dit alles onder de noemer van de Natte Waterstaat.
De provincie is ook verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van provinciale wegen, bruggen en viaducten. Dit wordt dan weer samengevat met Droge Waterstaat.

 

5. Economische en Agrarische zaken

Bevorderen werkgelegenheid door bevordering vestiging bedrijven. Daarbij moet de altijd lastige afweging gemaakt worden tussen werkgelegenheid en milieu.
Ondersteunen en bevorderen recreatiemogelijkheden eigen bewoners en toerisme van buiten de regio.

 

6. Openbaar vervoer

De provincie is verantwoordelijk voor de aanleg en onderhoud van provinciale wegen. Het speelt ook een belangrijke rol bij het organiseren van streekvervoer. Die wordt weliswaar uitgevoerd door commerciële partijen, maar de provincie heeft de belangrijke taak de mobiliteit van de inwoners te garanderen en organiseren. Middels mobiliteitsplannen met een visie voor de langere termijn en goed overleg met de vervoersmaatschappijen.

 

7. Toezicht op gemeenten

Begroting en jaarrekening gemeenten moeten ieder jaar worden goedgekeurd door het College van Gedeputeerde Staten.

 

Waar haalt de provincie het geld vandaan?

Het geld dat nodig is om al deze taken uit te voeren, krijgen ze voor een belangrijk deel van het Rijk uit het Provinciefonds. Daarnaast heeft de provincie eigeninkomsten uit bijvoorbeeld – de belangrijkste – de ‘opcenten’ op de motorrijtuigenbelasting: een toeslag op de wegenbelasting die per provincie verschilt.

 

Het bestuur van Nederland wordt gevormd de grootste gemene deler

Al met al is de invloed van het provinciaal bestuur op het dagelijkse leven van ons burgers behoorlijk ingrijpend. Daarom is het ook zo belangrijk dat we onze stem uitbrengen. Nogmaals niet in directe zin om ons gelijk te halen – want dat gaat toch niet gebeuren -, maar om jouw individuele steentje bij te dragen aan de toekomst van onze provincie zoals jij je die voor je ziet. En tezamen vormen we – in de vorm van de grootste gemene deler – het bestuur van de provincie. Noord-Brabant in ons geval. Stemmen dus.

En wil je weten wat de plannen zijn van de verschillende partijen? Heb je wellicht vragen? Kom dan woensdag 6 maart om 19.00 uur naar het Politiek Café bij Debatcentrum De Grens in De Pul. Tot dan.

Inleiding debat 13 januari

Debat 13 januari

Voorwoord debat 13 januari:

‘Hoe gezond is de gemeente Uden?’

 
In de reacties op de promotie van dit debat viel ons op dat veel mensen aansloegen op de term ‘foodcourt’.  Veel reacties kwamen van mensen die zich nadrukkelijk ergeren aan de komst van dit fenomeen. Een zo mogelijk nog grotere groep vindt dat dit debat ‘mosterd na de maaltijd’  is. ‘Onzin’, ‘tijdverspilling’ zijn veelgelezen kreten op het onvolprezen Facebook. Het besluit om het Foodcourt hier te vestigen is immers al lang en breed genomen. Sterker nog het opent binnen niet al te lange tijd haar deuren.

 

Met elkaar in gesprek


Ik wil hier met name ingaan op die tweede reactie omdat het de kern raakt van wat wij met het debatcentrum willen. Het moet in ieder geval geen arena worden waar wij of iemand anders zijn of haar gelijk komt halen. Of waar in activistische zin bepaalde politieke besluiten worden tegengehouden of juist ondersteund. Debatcentrum De Grens wil vóór alles onderdak bieden aan de dialoog. Een plaats waar we met elkaar in gesprek gaan.

 

Verbeelding tweeslachtig beleid

We hebben uiteraard gekozen voor de frame ‘Foodcourt versus Bernhoven’ omdat het deze lekker klinkt en gemakkelijk reactie oproept. Maar toch ook omdat het in oppervlakkige zin de verbeelding is van het beleid van de gemeente Uden. Een in onze ogen tweeslachtig beleid.

Waarbij ik overigens wil benadrukken dat ‘Foodcourt versus Bernhoven’ geen echte tegenstelling is! Het ene instituut bestaat niet dankzij of ondanks de ander.  Het gaat ons nadrukkelijk niet om de vraag of dat Foodcourt er nu wel of niet had moeten komen. Het gaat ons om het beleid van de gemeente Uden met betrekking tot de gezondheid van haar inwoners. En dat beleid gaat ook dóór nadat het Foodcourt zijn deuren heft geopend gewoon door.

 

Geld verdienen of gezondheid?

De gemeente Uden heeft de gezondheid van haar burgers tot één van de speerpunten van haar beleid gemaakt. In woord én daad. Er worden  forse budgetten gestoken in het promoten van een gezonde levensstijl onder de Udense bevolking. Tegelijkertijd echter verdient de gemeente Uden geld aan de verkoop van grond en de afgifte aan ondernemingen die producten verkopen die ronduit slecht zijn voor de gezondheid van diezelfde bevolking. Producten die een zeer grote aantrekkingskracht hebben op jongeren.

 

Onrustbarende stijging aantal maagverkleiningen

In dat kader is het interessant een radio-interview van enige tijd geleden op Radio 1 te memoreren met een arts die veel maagverkleiningen doet. Die man vertelde dat mensen die boven een bepaald overgewicht komen, nooit meer langs natuurlijke weg op een normaal gewicht komen. Maagverkleining is dan nog de enige mogelijkheid. Tevens vertelde die arts dat de vetcellen die dat overgewicht min of meer veroorzaken in onze jonge jaren worden aangemaakt. En eenmaal aangemaakt, gaan die vetcellen nooit meer weg. Hij benadrukte dat volgens hem de enige manier om de schrikbarende stijging van het aantal maagverkleiningen te keren, enkel is te realiseren door mensen op jonge leeftijd een gezond voedingspatroon aan te leren. Wellicht dat één van de aanwezige medici hier vanmiddag nog wel iets over zegt.

 

Wat is de boodschap?

Waar het ons nu om gaat, is dat het vreemd is dat en gemeente die gezondheid propageert bijvoorbeeld via JOGG – Jongeren op Gezond Gewicht – bewust obesitas bevorderende bedrijven binnen de gemeentegrenzen haalt.
Wat is de boodschap die de gemeente Uden hiermee afgeeft? Aan de ene kant veel geld uitgeven om een gezonde levensstijl te promoten en aan de andere kant geld verdienen door een ongezonde levensstijl te faciliteren. Het resultaat is op z’n best nihil. Maar waarschijnlijk negatief. Ontstaat er toch nog een verband tussen het Foodcourt en Bernhoven. Doordat de mensen die in hun jonge jaren vetcellen hebben aangemaakt in het ene gebouw, na twintig of dertig jaar voor een maagverkleining terechtkomen bij de overburen.

 

Hoe effectief is dit beleid?

Los van dit dilemma kun je je ook nog eens afvragen of een gemeente zich wel op die manier met de gezondheid van haar inwoners mag bemoeien. Dat maken we toch zeker zelf wel uit. Nog interessanter is de vraag hoe effectief de financiële inspanningen van de gemeente Uden zijn om de inwoners te stimuleren tot een gezonde levensstijl. Hoeveel gezonder zijn wij Udenaren dan inwoners van gemeentes die zeggen: ‘zoek het zelf maar uit’. En tot slot is het heel legitiem om je af te vragen of dat geld op een andere manier niet veel beter besteed worden.

Openbare Veiligheid in Uden en Landerd krijgt ‘flinke schup’

Ik had me nog zo voorgenomen om niet, maar dan ook helemaal niet te beginnen over alle zin en onzin rond het Sinterklaasfeest. En dan vooral niet over de positie van zijn grappige hulpjes. Ik heb er wel een mening over – een zeer uitgesproken mening zelfs – maar ik gebruik mijn woorden liever in een gesprek tussen voor- en tegenstanders in het debat. Bovendien heb ik geen enkele zin in een partijtje duwen en trekken op het ‘VMBO-schoolplein’ van de sociale media. Maar als inwoner van de gemeente Uden werd mijn democratisch rechtsgevoel vorige week dusdanig ‘geschupt’ dat ik mij gedwongen voel te reageren.

Door Loek Borrél

In de Eindhovense gemeenteraad zit ene mevrouw Linda Hofman, fractievoorzitter van het CDA. Mevrouw is liefhebber van het Sinterklaasfeest en wenst niet gestoord te worden in haar hobby’s. Haar goed recht wat mij betreft. Tegelijkertijd echter heeft zij als fractieleider van deze gewaardeerde democratische partij nogal vreemde opvattingen als het gaat om de vrijheid van meningsuiting en het demonstratierecht met betrekking tot dit onderwerp.

 

Strijdkreet

Op haar facebookpagina deelde mevrouw een bericht over de hooligans van de plaatselijke voetbalclub die aankondigden dat ze de door de gemeente toegestane demonstratie van tegenstanders van Zwarte Piet zouden gaan verstoren. Geheel in lijn met het jargon van deze onruststokers moedigde ze hen aan met de strijdkreet ‘schup ze’.

 

De nuance is verloren gegaan

Op het internet, in fora, op facebook en andere sociale media worden vaak krachttermen gebruikt. Mensen die zich in het dagelijkse leven wat moeilijk uitdrukken compenseren deze onmacht door online te schreeuwen, te tieren, te schelden. Blijkbaar denken ze dat ze dan eerder gehoord worden en helaas is dat tegenwoordig ook zo. Ze beroepen zich daarbij – voor zichzelf! – op de democratisch grondrecht, maar ondertussen gaat de nuance totaal verloren. En andersdenkenden moeten vooral hun bek houden.

 

Een Adviseur Openbare Veiligheid zonder benul

Ik zou normaal gesproken dan ook geen aandacht hebben besteed aan dit voorval. Ware het niet dat mevrouw Hofman in het dagelijkse leven ook adviseur Integrale Veiligheid in de gemeenten Uden en Landerd is. Adviseur Openbare Veiligheid? Deze mevrouw? Die niet in niet in staat is om elementaire beginselen van de Grondwet te eerbiedigen? Een adviseur Openbare Veiligheid die gewelddadige acties aanmoedigt tegenover mensen die gebruik maken van hun demonstratierecht?

 

Er is over de kwestie gesproken …

Een prominent CDA-figuur uit het Eindhovense vindt de opmerkingen en de beschuldigen van Linda Hofman niet ‘CDA waardig’ en vraagt deze mevrouw de eer aan zichzelf te houden. De gemeenten Uden en Landerd hebben met mevrouw Hofman gesproken over de kwestie en zijn zich bewust van het feit dat deze kwestie gevoelig ligt met het oog op haar functie.

 

Adviseur Opruiing betere functie

Gevoelig met het oog op haar functie? Deze mevrouw heeft met haar domme opmerking blijk gegeven dat de overheid elk advies van haar kant met een korreltje zout moet nemen. Als mevrouw Hofman ergens géén verstand van heeft, dan is het van het bewaren van de Openbare Veiligheid. Adviseur Opruiing zou een veel betere functie voor haar zijn. Conclusie mijnerzijds is dat de openbare veiligheid in Uden en Landerd een ‘flinke schup’ hebben gekregen …

Lees ook:  Bekennen Knoerissen kleur?VVD hoofd ballonnenopblazer Klaas Dijkhoff Knoergoeie Brabander!

Bekennen Knoerissen kleur?

Bekennen Knoerissen kleur?

Bekennen Knoerissen kleur?

VVD hoofd ballonnenopblazer Klaas Dijkhoff Knoergoeie Brabander!

Een goede vriend van mij zat jaren geleden in de raad van elf van carnavalsvereniging De Knoerissen in Uden. En in een onbewaakt moment – er waren enkele uurtjes geen activiteiten gepland met de club – besloot hij een pilsje te pakken van Café ’t Stulpke aan de markt. Beter bekend als Henkie van Zutphen. Omdat er tussen de twee activiteiten te weinig tijd zat om naar huis te gaan en zich om te kleden, deed mijn vriend dat in vol ornaat. Hij zag er geen enkel kwaad in. Fout, fout, fout, zo bleek achteraf. Want naderhand kreeg hij op zijn donder dat hij ‘in tenue’ was gaan stappen: ‘Je weet hoeveel agressie onze outfit oproept’, werd hem toegebeten. Nee, dat wist hij niet. Maar het was voor hem voldoende reden om de eer het volgende jaar aan iemand anders te laten.

Door Rob Vrolijk

Jaren later werden mijn partner en ik met ons reclamebureau gevraagd of we wilden meedenken hoe we de Knoerissen wat dichter bij de gewone mensen konden krijgen. Ik persoonlijk zou liever iets bedenken om dat idiote carnaval uit de hoofden van de mensen te krijgen, maar mijn partner is wél een zeer enthousiast carnavalsvierder. Bovendien vinden we het beiden leuk om over dit soort zaken na te denken. Dus namen we de uitdaging aan.

 

Prinsenverkiezing

Het contact met de communicatieknoeris van dienst was bijzonder aangenaam en wij hadden wel wat ideeën hoe we de uitstraling van de Knoerissen wat minder elitair konden maken. Zo stelden we voor om een prinsenverkiezing te organiseren waarbij iedere wijk of vereniging een eigen prins kon voordragen. Vervolgens kon dan een echte – op Amerikaanse leest geschoeide – campagne losbarsten. Met deur-aan-deur-acties en gebruikmaking van de reguliere verkiezingsborden. Als kers op de taart moesten drie door Skyline TV uitgezonden verkiezingsavonden worden georganiseerd waar de kandidaten zich aan het grote publiek presenteerden middels het uitvoeren van opdrachten en het opvoeren van leuke acts. Dit ter vervanging van het destijds wegkwijnende fenomeen ‘zitting’.

 

Een prinses aan het hoofd?

Ook stelde we voor om ook vrouwen kans te geven op het prinsessendom. Het echte Nederland heeft vier generaties lang een vrouw aan het hoofd gehad. Waarom zou dat dan niet kunnen tijdens het ludiek bedoelde carnaval? Verder deden wij het voorstel om in de carnavalskrant wat minder aandacht te besteden aan de hoogwaardigheidsbekleders en de spotlight wat meer te richten op de gewone carnavalsvierder. In clichétaal: ‘de man die al twintig jaar meedoet met de optocht en de mevrouw die al dertig jaar de pakjes van de dansmariekes naait.’

 

Voorstellen afgewezen

Vrijwel al onze voorstellen werden afgewezen. De prins bleef gekozen worden door een geheimzinnige commissie mannen en het idee van een prinses was destijds net zo abject als de ‘roetveegpiet’ tegenwoordig in bepaalde kringen. Het enige dat we er door kregen, was een carnavalskrant met een menselijk gezicht. Grappig genoeg heette die krant dat jaar ook niet de Knoerissenkrant, maar Carnavalskrant. Een uitzondering in een lange rij.

 

We verlaten de slangenkuil

Maar zelfs de minimale veranderingen die wij er wel door hadden gekregen, werden niet in dank afgenomen. Diverse Knoerissenbobo’s voelden zich zwaar gepasseerd omdat ze slechts met een kleine foto in die Carnavalskrant stonden. Zij, die altijd zoveel betekende voor de vereniging! Met zo’n kleine vermelding! Schandalig, vonden ze. En al die ellende kwam op het dak van de communicatieknoeris van dienst. En toen hij min of meer uit zijn functie werd ontheven, zagen wij onze kans schoon om ons solidair met hem te verklaren en de slangenkuil te verlaten.

 

Mijn zaak niet

Ik heb er sindsdien enkel en alleen aan teruggedacht als een intensieve, maar bijzonder leuke periode. En dat er van onze ideeën en ons keiharde werk zo weinig is overgebleven: soit. Uiteindelijk zijn de Knoerissen baas over hun eigen club. Zij moeten doen wat ze zelf leuk vinden, zich houden aan de regels die ze zelf opstellen en zichzelf presenteren zoals het hen goeddunkt. Daar heb ik verder niks mee te maken.

 

Knoergoeie Klaas?

En nog steeds heb ik geen rancuneuze of andere vervelende gevoelens naar deze carnavalsclub. Maar ik kan het niet nalaten om in het licht van het voorgaande verhaal te reageren op het nieuws dat vorige week tot ons kwam. Dat de nationale ballonnenopblazer Klaas Dijkhoff is uitverkoren tot Knoergoeie Brabander. Natuurlijk is Klaas een olijke baas, met een scherp verstand en gevoel voor humor. Ik zou met heel veel plezier een goed biertje kunnen drinken aan de bar. Tegelijkertijd echter is Klaas ook een pragmatisch rabiaat rechtse houwdegen die met name door het linkse volksdeel van onze natie wordt verafschuwd.

 

Volgend jaar stemadvies?

Nu kun je natuurlijk beweren dat dat ieders goed recht is om te vinden wat je vindt. Klaas dus ook. Uit politiek oogpunt is er – naar mijn idee – dan ook helemaal niets mis met Klaas. Ik kan me zelfs voorstellen dat een dergelijk eerbetoon in zijn woonplaats Breda wat minder controversieel is (al heb ik geen idee van de verhoudingen aldaar). Maar in Uden? Wat is de bedoeling van de Knoerissen hiermee? Willen zij het linkse deel van de Udense carnavalsvierders van zich te vervreemden? Waarom dit politieke statement juist in deze gepolariseerde tijden? Of is Hans Spekman voor volgend jaar wellicht een optie (ondanks het feit dat hij geen Brabander is en waarschijnlijk geen carnaval viert. Aan zijn kleding hoeft hij in ieder geval niets meer te doen).? Is dit een domme vergissing of bekennen de Knoerissen gewoon kleur: wij zijn pragmatisch rabiaat rechts? Hebben ze nog steeds de wens om álle Udenaren aan zich te binden of richten ze zich tegenwoordig exclusief tot het rechtse volksdeel? Komen ze dan bij de komende verkiezingen ook met een stemadvies? Of is dat de carnavalsgekte voorbij? Ik ben toch zo benieuwd.

Lees ook: Openbare Veiligheid in Uden en Landerd krijgt ‘flinke schup’