Onderwijsbestuurder Paul Rüpp over vrijheid:

‘We naderen het punt dat vrijheid wordt geprivatiseerd’

Onderwijsbestuurder Paul Rüpp over vrijheid:

Door Loek Borrèl en Rob Vrolijk

Tijdens de dodenherdenking van 4 mei jongstleden op het ‘Engels Kerkhof’ in Uden hield voorzitter van het College van Bestuur van Avans Hogeschool Paul Rüpp een verhaal over vrijheid. Deze toespraak maakte dermate veel indruk dat Debatcentrum De Grens hem vroeg om zijn licht nogmaals over dit onderwerp te laten schijnen tijdens onze eerste bijeenkomst van het nieuwe seizoen. Op zondag 1 september. Ondanks zijn ongetwijfeld volle agenda, nam hij onze uitnodiging aan. Mooie aanleiding om hem tevens te vragen voor een interview en ook daarin zei hij zonder enige aarzeling zijn medewerking toe.







Rüpp voelt zich als jongeman aangetrokken door de politieke ideeën van Joop den Uyl en diens PvdA. Maar als hij in 1989 door oud-wethouder (van KVP/CDA-huize – red.) Harrie van den Elsen wordt uitgedaagd om na zijn actieve lidmaatschap van verschillende maatschappelijke organisaties en een correspondentschap bij het Brabants Dagblad bestuurdersverantwoordelijkheid te nemen, werd het om verschillende redenen toch CDA: ‘Ik had moeite met het PvdA standpunt om geen kernwapens te stationeren in Nederland. Ik was absoluut geen aanhanger van VS-president Ronald Reagan, maar ik ben ervan overtuigd dat onder andere de dreiging van stationering van kernwapens in Nederland heeft bijgedragen tot het beëindigen van de Koude Oorlog. Verder staat de PvdA in de socialistische traditie van de staat die alles regelt voor de burger. Terwijl de liberalen van de VVD de rol van de staat zoveel mogelijk willen minimaliseren en het individu centraal stellen. De confessionelen van het CDA staan daar tussenin. Wij leggen de verantwoordelijkheid bij de gemeenschap. Niet bij het individu. De gemeenschap biedt weliswaar alle ontplooiingsmogelijkheden voor het individu, maar wel altijd in verbinding met elkaar. Diezelfde gemeenschap dus. Bij het CDA horen de begrippen ‘publieke gerechtigheid’, ‘solidariteit’, ‘rentmeesterschap’ en ’spreiding van verantwoordelijkheid’. Dat sprak me destijds aan en dat doet het nog steeds. Al is de koers van het CDA – zeker onder Buma – drastisch anders.’

 

Liberalisering en privatisering


Is het voor Rüpp dan niet zuur dat juist het liberale gedachtegoed nu al ruim vijfentwintig jaar de boventoon voert in de politiek? En dat in de huidige politiek het ‘rentmeesterschap’ ten aanzien van milieuvraagstukken en de solidariteit met de zwakkeren in de samenleving ver te zoeken is? Rüpp: ‘In de politiek zie je stromingen opkomen en neergaan. Vanaf eind jaren tachtig kreeg het neoliberale denken stevig de wind in de rug. Ook in mijn partij. Met als gevolg privatisering van staatsbedrijven en schaalvergroting in allerlei sectoren, waaronder het onderwijs. Ik zie daar nu twee soorten reacties op. Aan de ene kant de nationalistische en chauvinistische met een sterk rechtse signatuur. Gericht op polarisatie. Aan de andere kant een beweging die er juist voor pleit om de verschillen tussen burgers te verkleinen. Een voorbeeld: denk aan de supervermogenden die de laatste decennia in de gelegenheid zijn gesteld om zichzelf exorbitant te verrijken tegenover een groeiende groep mensen die niet of nauwelijks hebben geprofiteerd van de economische groei. Dan is het de opdracht aan de politiek om die oplopende confrontatie te dempen en een beleid te entameren om de verschillen te verkleinen. En dat is nu juist wat die opkomende, zogenaamd populistische partijen niet doen. Tegelijkertijd begrijp ik hun populariteit wel. De globalisering is historisch gezien altijd voorbehouden aan een kleine groep vooraanstaanden. Voor hen is de aardbol inderdaad steeds kleiner geworden, maar een groot deel van de burgers heeft het te druk om financieel “het einde van de maand te halen”. Zij maken zich zorgen over de veiligheid in hun leefomgeving. De leefbaarheid ervan. Kunnen zij in de toekomst nog wel optimaal profiteren van de gezondheidszorg? Hoe ziet de toekomst van hun kinderen er uit?’

De chauvinistische politiek van de alfaman

‘De globalisering is met name in het voordeel van de extreem grote ondernemingen die geen band meer hebben met de gemeenschappen waarin ze zich begeven. Hun relatie met de mensen is niet meer dan “verleiden, betalen en afleveren”. Wat het extra cynisch maakt, is dat de macht van de aandeelhouders de laatste jaren zo enorm is toegenomen. De Begrippen als “solidariteit” of “investeren in de wortels van de samenleving” spelen geen enkele rol in dit soort bedrijven. De winsten vloeien dan ook niet terug in de markt, maar verdwijnen in de zakken van de aandeelhouders. Uiteindelijk destabiliseert dat de onderlinge solidariteit in de samenleving en ik vind dat we daar iets aan moeten doen.’ ‘De globalisering roept weerstand op bij kleinere bedrijven en mensen die zich verzetten tegen deze tendens en opkomen voor de eigen identiteit. Mijn stellingname tijdens die 4 mei lezing was dan ook dat wanneer mensen zich niet meer gehoord voelen, ze zichzelf afkeren van deze politiek en in opstand komen. Via mensen als Trump, Orban, Bolsonaro en Erdogan die zeggen dat ze naar hen luisteren en kiezen voor een nationalistische, chauvinistische politiek die appelleert aan die gevoelens van verlatenheid en achter gesteldheid.’

 

Privatisering is doorgeslagen

Op de vraag of het niet tijd is om de verzorgingsstaat zoals we die ooit hadden in afgeslankte vorm te herstellen, antwoordt Rüpp: ‘Alle politieke partijen komen voort uit emancipatiebewegingen die opkwamen voor de belangen van hun achtergestelde achterban. Of het nu de liberalen zijn, de socialisten of de katholieken. En die emancipatiebewegingen kregen allemaal hun vertegenwoordigers in het parlement. DENK is daar het laatste voorbeeld van. Tegelijkertijd zie je dat de laatste dertig jaar de consensus tussen de traditioneel grote stromingen enorm is toegenomen. De politiek werd minder een arena waar de tegenstellingen werden “uitgevochten” en meer het theater van het compromis. En in al die jaren hebben politieke beleidsmakers de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor cruciale maatschappelijke taken geprivatiseerd. Denk bijvoorbeeld aan gezondheidszorg, volkshuisvesting en onderwijs.’ ‘Vervolgens heeft de politiek in de meeste gevallen ook het toezicht ‘van zich af georganiseerd’, kijk bijvoorbeeld naar de Zorgautoriteit. Daar zit voor mij een knelpunt: de vraag is gewettigd of je publieke verantwoordelijkheid – bijvoorbeeld voor het geld dat door de gemeenschap is opgebracht – wel op deze manier mag organiseren. Moet die verantwoordelijkheid niet terug naar de democratisch gekozen overheid die vervolgens verantwoording aflegt aan de burgers? Want de niet-politieke bestuurders die nu de verantwoording dragen in al die nationaal georganiseerde toezichthoudende (bestuurs)organen, zijn niet rechtstreeks door het parlement ter verantwoording te roepen, laat staan dat de burger daar invloed op heeft. Daardoor wordt het schimmig en dus in de ogen van velen verdacht. De politiek dient zichzelf dus de vraag te stellen hoe ze onze publieke organisaties weer direct verantwoording kan laten afleggen aan de publieke overheid zonder overigens de uitvoering zelf ter hand te nemen. De besteding van de middelen, de inrichting van de organisatie, de staat van het onroerend goed moeten aan de publieke organisaties zelf worden overgelaten. De overheid controleert of de middelen doelmatig worden besteed conform de door de overheid opgelegde publieke doelstellingen met de daarbij horende kwaliteit en of de publieke instellingen hun beloften waar maken. En daar debatteert de Kamer over met de regering. Op die manier heeft de burger weer invloed op het beleid middels verkiezingen.’

 

 

 

‘De paradoxale neiging is er in de politiek en de samenleving om de vrijheid steeds verder te beperken om deze te behouden.’

 
 

Hoe bedrijf je identiteitspolitiek?

‘Een ander probleem van deze tijd is de discussie rondom identiteit. Francis Fukuyama schrijft in “Het einde van de geschiedenis en de laatste mens” dat elke beweging een tegenbeweging oproept. Net zo lang totdat vanuit die strijd een status quo is ontstaan van

 

Carrière in vogelvlucht

Paul Rüpp (10 december 1957, Breda) werd wel de ‘onderkoning van Brabant’ genoemd, maar zelf houdt hij zich verre van dit soort kwalificaties. Hij is zelfverzekerd, maar zeker niet arrogant. Hij geeft toe dat hij een zondagskind is en dat hij in zichzelf gelooft: ‘Ik ben eigenwijs, maar sta open voor tegenspraak. Dat levert betere resultaten op’, zo zegt hij in het Brabants Dagblad van 2 augustus 2003. Hoe het ook zij, wie Rüpp interviewt kan niet heen om zijn geslaagde carrière als politicus en bestuurder. Tussen 1991 en 1998 als wethouder van de gemeente Uden. Na vijf jaar directielidmaatschap bij Beter Bed keert Rüpp in 2003 terug in de politiek. Als lijsttrekker voor het CDA in Noord-Brabant en later als gedeputeerde van Noord-Brabant. Dat doet hij tot 2009 en sindsdien is hij voorzitter van het college van bestuur van Avans Hogeschool. Per 1 maart 2012 treedt hij toe tot het landelijke bestuur van de HBO-Raad. Sinds 1 januari 2013 is Rüpp voor Noord-Brabant Kamerheer van Koningin Beatrix en na de troonswisseling op 30 april 2013 van Koning Willem-Alexander.

“rust, orde en welzijn”. En dan houdt de geschiedenis op. Komt deze status quo er niet, dan krijg je steeds nieuwe tegenbewegingen. Zoals rond 2000 met de opkomst van Pim Fortuyn.’
‘Twee opmerkingen over identiteit. Positief is dat je als mens de erkenning krijgt dat je ertoe doet in de samenleving. Dat versterkt de gemeenschapszin. Aan de negatieve kant versterkt identiteit het groepsdenken in sekse, culturele, religieuze of politieke achtergrond waardoor de samenleving versplintert en polariseert. De gemeenschap als optelsom van afzonderlijke individuen of kleine groepen. Dat beangstigt me.’
‘Identiteitspolitiek in onze multiculturele samenleving vraagt om politici met verantwoordelijkheidsbesef. Die de kloof en de tegenstellingen niet willen vergroten en uitbuiten; maar juist oog hebben voor de samenhang. Met andere woorden: hoe behoud je het persoonlijke en het individuele terwijl je tegelijkertijd verbinding zoekt met die ander, vanuit een positie van respect en solidariteit.’
‘De sleutel tot het positieve “identiteitsbegrip” ligt in het onderwijs. Binnen de veilige muren van het klaslokaal moeten onderwijsgevenden en leerlingen/studenten open en vrij met elkaar in gesprek kunnen gaan over heikele onderwerpen. Docenten die bepaalde onderwerpen uit de weg gaan of niet aanhoren? Dat vind ik fout. De schoolleiding moet een situatie creëren waarin docenten en studenten zich volstrekt veilig voelen om hun mening te geven over wat dan ook. Iedere docent en leerling is vrij om te zijn wie of wat hij of zij is. Gevrijwaard van elke vorm van fysiek of psychisch geweld. De school is het eerste platform waar gemeenschapszin weer inhoud moet krijgen.’
‘Tijdens een rede op onze onderwijsdag in april van dit jaar heb ik mij uitdrukkelijk uitgelaten over de kliklijn van Forum van Democratie om “linkse” docenten aan te geven. Ik vind dat buitengewoon schadelijk. Zowel “linkse” als “rechtse” docenten moeten in alle vrijheid hun werk kunnen doen. Het is niet meer dan normaal dat studenten op een hogeschool weten welke mening hun docent er op na houdt. Ze zijn volwassen genoeg om met de docent in gesprek te gaan en hun eigen mening tegen het licht te houden. Dat is ook de kern van het open debat. Dat je je mening staaft aan die van anderen.’

 

Vrijheid onder druk

‘Met de komst van gastarbeiders in de jaren ’60 uit mediterrane gebieden, zie je vooral in de arbeiderswijken van grote steden een latent racisme opkomen. De samenstelling van de buurt verandert, mensen kunnen elkaar niet meer aanspreken omdat ze elkaar letterlijk niet verstaan, de culturele verschillen zorgen regelmatig voor onbegrip en later tot afwijzing. En terwijl de witte bevolking nog steeds niets merkt van racisme, de politiek dit onderwerp niet als een thema beschouwt, merkt de “nieuwkomer” dat de bejegening niet altijd positief is. Achteraf moeten we dus constateren dat we de uitwassen van de multiculturele samenleving te lang onbesproken hebben gelaten. We hebben het onbehagen in de oude buurten te lang genegeerd, begrip getoond voor het verkeerde en hebben als politiek geen goed beleid ontwikkeld om de specifieke bevolkingsveranderingen in goede banen te leiden. Aanvankelijk vooral in de grote steden, maar later ook in de provincie.’
‘Als gevolg van deze ontwikkelingen is onze vrijheid onder druk komen te staan. De paradoxale neiging is er in de politiek en de samenleving om de vrijheid steeds verder te beperken om deze te behouden. We maken steeds meer ad hoc wetgeving om zaken te regulieren die we niet binnen ons idee van vrijheid kunnen plaatsen. De wet “Gedeeltelijk verbod gezicht bedekkende kleding”, in de volksmond “het boerkaverbod”. Ik vind het bijna onvergeeflijk dat wij in Nederland instemmen met zo’n wetgeving. Los van de vraag of zo’n boerka vrouwonvriendelijk is of niet. De vrijheid om te dragen wat je wilt en te zijn wie je bent moet een grondrecht zijn in ons land. Je beperkt de vrijheid als je een groep hiervan uitsluit. De staat bemoeit zich steeds meer met ons privéleven. Een ander voorbeeld daarvan is het rookverbod in openbare gelegenheden. Rationeel heb ik er alle begrip voor dat er zoiets is als een antirookwetgeving. Het is goed voor de gezondheid, het eten in restaurants smaakt beter, maar het verbod schuurt enorm met de persoonlijke vrijheid van mensen om zelf te beslissen wat goed of fout voor hen is.’




Hoe heilig is onze vrijheid?

Het merkwaardige nu is dat juist de emancipatiestromingen als het liberalisme, de christendemocratie en een deel van de socialisten wetgeving invoeren die de verworven vrijheden weer inperken. Voortkomend uit ressentimenten in de samenleving waarmee veel stemmen zijn te winnen. We leven in een omgekeerde wereld. Politieke partijen opereren niet langer vanuit een eigen ideologie of gedachtegoed, maar op basis van strategische overwegingen. Met welke stellingnames krijg ik de meeste kiezers achter me. Dat is geen politiek bedrijven, maar marketing en daar heb ik weinig begrip voor. Het resulteert erin dat partijen nauwelijks in staat zijn de consequentie van een bepaald beleid onder ogen te zien, maar vooral kijken naar het korte termijn succes bij de potentiële stemmers. Met slechte wetgeving als gevolg.’
‘Ik vind het zorgwekkend dat we het punt naderen dat vrijheid wordt geprivatiseerd. Dat bepaalde groepen meer kansen op vrijheid hebben dan anderen. Ben je niet in staat om te leven volgens de ‘gezonde’ wetgeving van de overheid? Dan word je gestraft met vrijheidsbeperkende maatregelen. Of dat meer vrijheid kan worden ‘gekocht’. Dat iemand met veel geld gewoon zijn boetes op ongezond eten of roken waar dat niet mag gewoon kan betalen, terwijl de minderbedeelde zich steeds minder kan veroorloven.

 

Duidelijke keuze voor ontwikkelen eigen visie

Binnen het CDA zijn we in een fundamentele discussie beland hoe we de toekomst van de christendemocratie moeten vormgeven: moeten we ons oor te luister leggen bij de meningen die onder de bevolking leven en daar onze politiek op afstemmen? Of moeten we juist als christendemocratische politiek een eigen visie geven op de grote vragen voor de toekomst. Zoals je uit dit gesprek mag afleiden, kies ik volmondig voor het tweede.

Lees ook het interview met Maashorst Vooruit Voorman Jeroen van den Heuvel.

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

Maashorst Vooruit voorman Jeroen van den Heuvel

‘Gemeente Maashorst betekent voor mij: energie, schouders eronder, mensen opzoeken: vooruit!’

Maashorst Vooruit voorman Jeroen van den Heuvel

Door Loek Borrèl en Rob Vrolijk

Het duurde even voordat Jeroen van den Heuvel de juiste richting had gevonden in z’n professionele leven. Op de basisschool vonden ze hem te druk en bedachten dat hij iets met z’n handen moest gaan doen. Hijzelf kwam na een VMBO, MBO horeca-opleiding en twee jaar bedrijfsleiderschap in een zalencentrum in Aarle-Rixtel tot de conclusie dat hij weliswaar heel graag met mensen werkte, maar op een andere manier dan in de horeca. Een opleiding Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH) was voor hem teveel in de richting van de persoonlijke begeleiding, maar Cultuur Maatschappelijke Vorming (CMV) voelde eindelijk als thuiskomen. Aan het einde van zijn studie aan de HAN in Nijmegen ging hij als stagiaire aan de slag in Mill en inmiddels is Van den Heuvel vijf jaar actief als professioneel jongerenwerker bij The Unit in Boxmeer.













Van den Heuvel werd 31 jaar geleden geboren in Veghel, maar hij groeide op in Zeeland. Een dorp waaraan hij zijn hart zó sterk heeft verpand dat een poging om samen met zijn vriendin Line in Nijmegen te gaan wonen, mislukte. Gelukkig voelt Lina zich ook thuis in Zeeland.
Van den Heuvel raakte op twintigjarige leeftijd politiek geïnteresseerd toen hij voor een schoolproject in aanraking kwam met maatschappelijke wijkinitiatieven: ‘Dat vond ik zó interessant dat ik in de toekomst voor een gemeente wilde werken. Als ambtenaar dus. Ik heb toen als minor ‘politiek beleid en overheidsmanagement’ gedaan en heb samen met iemand anders onderzocht hoe je zelfsturing onder jongeren kunt stimuleren. Tijdens dat project heb ik heel veel inspiratie geput bij een teamleidster van de gemeente Veghel en haar collega. Bijvoorbeeld hoe je een wijk in kunt gaan om informatie “op te halen” in plaats van mensen naar een loket te laten komen. Ongeveer in diezelfde tijd was er in Zeeland een actiegroep actief die heette “Zorg om Zeeland”. Dat ging over de vraag of een basisschool in het centrum van Zeeland moest worden gevestigd. Het merendeel van de bevolking was faliekant tegen, maar de gemeente drukte het er toch door. Toen had ik zoiets van: “Zo ga je niet om met mensen en de ideeën die er leven. Dus toen ik – met de verkiezingen in aantocht – werd gevraagd om mee te doen met “Vereniging Herindelen”, heb ik “ja” gezegd. En van het één kwam het ander.’

 

Meer actiegroep dan politieke partij

‘We waren meer een actiegroep dan een echte politieke partij. Ons enige programmapunt was opschalen. Desondanks werden wij de grootste partij en kwam onze voorman Cees van Dongen onverwacht te overlijden. Een hele heftige en turbulente tijd. Ik had nog geen enkele politieke ervaring, maar moest wel iets vinden van zaken waarover ik eigenlijk geen standpunt had. Ik had behoefte aan meer inhoud en gelukkig met mij meer mensen in de partij. Daar heb ik mij samen met Bas Keizer intern ook heel sterk voor gemaakt. En dat leidde uiteindelijk tot “Maashorst Vooruit”.’
‘We hebben voor deze naam gekozen om onze politieke opstelling van opschalen zo helder mogelijk neer te zetten. “Maashorst” omdat dat gewoon de meest mooie en logische keuze is voor de nieuwe gemeente. En “Vooruit” om aan te geven dat we vooral niet willen blijven hangen in het verleden. Energie, schouders er onder, mensen opzoeken: vooruit!’

 


Aanjager van samengaan Landerd en Uden

‘Maashorst Vooruit’ kan worden gezien als de grote aanjager van het samengaan van Landerd en Uden tot de gemeente Maashorst. En natuurlijk is Van den Heuvel bekend met de kritiek dat het grootste deel van het natuurgebied met dezelfde naam in Oss en Bernheze ligt. Ook weet hij dat deze gemeentes – samen met Landerd en Uden – veel financiële middelen en energie hebben gestoken in ontwikkeling en promotie van dit natuurgebied. Maar hij is het absoluut oneens met de stellingname dat Landerd en Uden met deze naamkeuze aan de haal gaan met deze gezamenlijke inspanningen: ‘Ik vind dat Oss een agressieve houding heeft als het gaat om opschaling en herindeling. Je kunt echt zien dat ze op zoek zijn naar de kerkdorpjes omdat een aantal politieke partijen daar goed op scoren bij de kiezer. Ik snap ook wel dat ze afgeven op die naam omdat het inderdaad een regionaal initiatief is. Maar wij zijn gewoon de eerste die zich daarop hebben georiënteerd en die elkaar daarop hebben gevonden.’
Ook de kritiek van de voorzitter van de landelijke adviescommissie inzake gemeentenamen Ferjan Ormeling is voor Van den Heuvel geen reden om zijn mening bij te stellen: ‘Ja, dat is een man ergens uit het noorden van het land die geen enkele binding heeft met deze regio en absoluut niet kan inschatten wat de naam “Maashorst” teweeg brengt hier in de gemeenschap.’ En op de overweging dat de adviescommissie met een negatief advies de minister van Binnenlandse Zaken zou kunnen bewegen om de naam te verbieden reageert Van den Heuvel met: ‘De Landerdse gemeenschap zou het bijzonder jammer vinden – en dan druk ik me nog zachtjes uit – als de nieuwe gemeentenaam niet ‘Maashorst’ zou worden. Dan denken veel inwoners van Landerd toch: “Zie je wel. Er is helemaal niets gelijkwaardigs aan. Het is niets meer dan aansluiten bij Uden.”’

 

Is dit slechts het begin van een langjarig herindelingsproces?

‘In het eerste rapport over de toekomst van Landerd was er sprake van een samengaan van Bernheze, Landerd en Uden. Maar Bernheze haakte al snel af en toen sloeg de twijfel ook op andere plekken toe. Vandaar dat we zijn gestart met enkel Landerd en Uden. In ons verkiezingsprogramma benoemen we dat als een eerste stap om te komen tot een krachtige Maashorstgemeente. En wat mij betreft sluiten de aanliggende dorpen van Bernheze zich daar op termijn bij aan. Maar ik vind het lastig om daar uitspraken over te doen. Bijvoorbeeld omdat ik zie hoe moeilijk ze het in Schaijk vinden om te beseffen dat we het samen gaan doen. Dat het geen kwestie is van ‘aansluiten bij’. Daar moet ik mij als iemand van buitenaf niet mee bemoeien, zoals Oss dat wel heel agressief in Schaijk en Bernheze heeft gedaan. De dorpen moeten dat zelf aangeven. Ik vind Nistelrode en Vorstenbosch heel goed bij ons passen, maar dat idee moet daar politiek eerst landen. En dat kan heel lang duren, weet ik uit ervaring.’

 

Maximale participatiemogelijkheden inwoners

Van den Heuvel beseft dat het samengaan van de twee gemeentes in Landerd veel sterker leeft dan in Uden. Toch is hij ervan overtuigd dat ook dat goed komt: ‘De manier waarop de inwoners, instellingen, organisaties en andere stakeholders in Landerd en Uden kunnen meedenken en bouwen aan de nieuwe gemeente is uitgebreider dan bij welke andere herindeling die ooit heeft plaatsgevonden. Maar we doen het dan ook op een volstrekt andere manier, met die challenges. We halen de informatie narratief op. Dus niet aan de hand van cijfers, maar van verhalen. Dat is in het begin heel abstract en levert ook angst op bij de politieke partijen. Omdat niet bekend is hoeveel mensen dit of dat hebben gezegd. Maar goed, het gaat de mensen natuurlijk pas echt interesseren als we het nieuwe beleid gaan uitvoeren. Subsidies, afval, zaken die de mensen echt merken en voelen. Het belangrijkste is dat er onder dat beleid waar we met z’n allen inspiratie uit kunnen halen. Dat leidt dan tot speerpunten als “prachtige dorpen en wijken”. Dat is één van de zaken die we met die verhalen hebben opgehaald. En wat is belangrijk voor die “prachtige wijken en dorpen”? Voorzieningen. Verenigingen die zich er vestigen. Dan kom je bij de basisbeginselen van wat mensen prettig doet wonen.’

 

Waarom deze nieuwe gemeente?

Over de vraag ‘waarom de nieuwe gemeente’ er moet komen, is Van den Heuvel helder: ‘Om daadkrachtig te kunnen optreden in de regio. Onlangs waren er berichten over begrotingen en die waren niet echt rooskleurig. Er zijn grote uitdagingen die onze regio overstijgen, maar die wel met dezelfde pot geld moeten worden gerealiseerd. En je staat bestuursmatig nu eenmaal sterker wanneer je méér inwoners vertegenwoordigt. Een totaal andere reden om deze fusie te realiseren is dat het mogelijkheden biedt om afstand te nemen van zaken die niet lekker lopen. Opnieuw naar de tekentafel. Dat leeft echt. Met name onder politici van een nieuwe generatie waartoe ik mezelf nog net reken. Die staan absoluut open voor veranderingen.’

Tweede deel van dit interview verschijnt op 10 augustus. Dat gaat over de toekomst van gemeente Maashorst zoals Jeroen van den Heuvel die voor zich ziet.

 

Lees ook interview met UdenPlus voorman Tinie Kardol en Water Natuurlijk voorman Ernest de Groot.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

Interview Lijsttrekker Water Natuurlijk

Lijsttrekker Water Natuurlijk Ernest de Groot:

‘Het milieu is geen links item, het gaat over een leefbare toekomst voor volgende generaties!’

Interview Lijsttrekker Water Natuurlijk

Door Loek Borrél en Rob Vrolijk

‘Misschien is het de voorzienigheid. Misschien ook heeft de vijfenvijftigjarige Ernest de Groot er z’n hele leven op aangestuurd. Waarschijnlijk ligt de waarheid in het midden. Maar het is zeker geen toevalligheid dat hij tweede dijkgraaf is bij het waterschap Aa en Maas en dat hij bij de komende waterschapsverkiezingen aanvoerder is van Water Natuurlijk.

‘Ik was als jongeman al geïnteresseerd in de natuur. Na de middelbare school ben ik naar de universiteit van Wageningen gegaan waar ik Landinrichting, Ruimtelijke Ordening en Landschapsecologie heb gestudeerd. Toen ik afstudeerde, was de arbeidsmarkt zeer slap en heb ik me op eigen initiatief verdiept in het beheer van wijst gronden. Vanuit die interesse heb ik halverwege de jaren ’90 op persoonlijke titel meegedaan aan de waterschapsverkiezingen. Destijds werd het algemeen bestuur nog enkel bevolkt door agrariërs en ondernemers. Als reactie daarop had de Brabantse Milieufederatie een ‘groene’ lijst van kandidaten die op persoonlijke titel meededen aan de verkiezingen. De waterschappen werden nog indirect gekozen door de betrokken gemeenteraden. Ik ben destijds gekozen dankzij de SP in Uden en de VVD in Veghel. De SP vanwege mijn inzet voor het IVN en de VVD omdat de fractieleider ook in Wageningen had gestudeerd. Hij wilde graag iemand met cultuurtechnische kennis van water in het waterschap. Overigens was de macht van de agrariërs in die tijd nog zo groot dat er voor mijn ideeën geen plek was. Pas in 2005 werd ik loco dijkgraaf van het dagelijks bestuur Aa en Maas.’

 

Water Natuurlijk opgericht in 2008

‘Sinds 2008 worden de waterschappen direct gekozen door de burger via een lijstenstelsel. In hetzelfde jaar werd Water Natuurlijk opgericht door Natuurmonumenten, milieufederaties, provinciale landschappen, Sportvisserij Nederland en de Kanobond. Zeg maar iedereen die geen agrariër of ondernemer is. Overigens zijn er door die diversiteit binnen onze “club” intern ook tegenstellingen, met name over de hoe vraag.’
‘Is met de opkomst van Water Natuurlijk de macht van de agrariërs en ondernemers vermindert? Niet helemaal. Via het CDA en de VVD – die ook aan de waterschapsverkiezingen meedoen – hebben de agrariërs en ondernemers nog steeds een hele dikke vinger in de pap. Bovendien zijn zeven van de dertig zetels in het waterschap geborgd. Drie voor agrariërs, drie voor ondernemers en één voor een vertegenwoordiger terreinbeheer en boslandschap.’
‘Het dagelijks bestuur van het waterschap Aa en Maas wordt gevormd door één vertegenwoordiger van de geborgde leden, één afgevaardigde van het CDA, één van Water Natuurlijk en één van de VVD.’

 

Onafhankelijk van provincie

Als ‘Water Natuurlijk’ worden wij ondersteund door D66, GroenLinks en een beetje door de SP. Die zijn namelijk tegen de waterschappen als instituu. In Brabant hebben we een goede band met de ChristenUnie, maar dat is niet in het hele land het geval. Ook met de Partij voor de Dieren hebben we contact, maar zij kunnen zich niet vinden in onze connectie met de sportvisserij. Zij doen dus zelfstandig mee.’
‘Ik ben blij dat het waterschap onafhankelijk is van de provincie. Onder provinciaal bestuur zouden onze meerjaren-trajecten toch teveel onderhevig zijn aan de vierjarige politieke veranderingen. We werken wel goed samen met de provincie. Bijvoorbeeld met betrekking tot de ecologische verbindingszones, de wad- en natuurparels en de verandering van de buitengebieden. De provincie is wel officieel toezichthouder van de waterschappen en draagt er zorg voor dat het werk van de verschillende waterschappen op elkaar is afgestemd.’

 

Droogte in toekomst grotere bedreiging dan wateroverlast

Ook in de waterschappen spelen politieke voorkeuren een rol: ‘De belangrijkste knelpunten bevinden zich op het vlak van de waterveiligheid. Door de klimatologische veranderingen, stijgt de zeespiegel, verzakt Nederland, zijn de deltahoogten niet meer dezelfde als die van vijftig jaar terug en moeten we aan de slag met de waterkeringen. Iedereen in het waterschap vindt schoon water nodig. Maar in hoeverre is schoon ook echt schoon? Daarin verschillen het CDA en Water Natuurlijk van mening.
De agrariërs en dan ook het CDA zijn bijvoorbeeld voorstander van het ‘aanvoeren’ en ‘wegjassen’ van water. Water Natuurlijk is voor een meer drassige grond, maar de agrariër wil geen aardappelen op natte grond. Maar de praktijk wijst uit dat er voor de boer pas een probleem ontstaat wanneer er grote droogte heerst, zoals de zomer van 2018. Dan moet er water aangeleverd worden. Maar de agrariër ziet alleen maar wateroverlast. Wetenschappelijke berekeningen laten zien dat het watertekort in de toekomst voor het boeren funester is dan een wateroverschot. Maar daar willen zij niet aan. Dat heeft er ook mee te maken dat je wateroverlast binnen drie dagen ziet wanneer de beken overstromen. Maar een watertekort is een proces van maanden en veelal niet direct zichtbaar. Het heen en weer zeulen met water zoals dat nu gebeurt, komt voor een groot deel ten laste van de burger. Water Natuurlijk pleit voor een natuurlijke ‘sponswerking’ van het land.’ 

Natuur en agrariërs in evenwicht

‘In de Maashorst lijken de agrariërs dit wel te begrijpen. Daar lag vroeger een grote sloot dwars door het gebied. Deze moest twee of drie bedrijven aan de Zeelandse kant ontwateren. Hiervoor werd dan een-derde van de Maashorst leeg getrokken. Die sloot hebben we voor de helft dichtgegooid en de andere helft hebben we laten verontdiepen. De betrokken agrariërs hebben we een pomp gegeven waarmee ze het overschot aan water in de Maashorst kunnen pompen. Inmiddels hebben we de grondwaterstand aldaar 50 centimeter kunnen verhogen. Het leuke van deze opzet is dat het water in die natuurlijke kernen wordt vastgehouden en langzaam naar de flanken wordt gedreven. De beekjes vanuit die flanken komen vervolgens ten goede aan de landbouwers in deze gebieden. Zo hebben we een spaarpot van water gecreëerd die later benut kan worden bij droogte.’

 

Problemen verkeerd getackeld

De Groot vertegenwoordigt nadrukkelijk de belangen van milieu en natuur. Toch ligt hij – naar eigen zeggen – niet slecht bij de agrariërs. ‘Ik sta niet te boek als een milieuactivist. Ik kijk ook altijd naar de implicaties van de landbouwer. Of zij er niet te veel nadeel bij hebben. Ik wil zowel de natuur als de landbouwer bedienen en dat is in het voorbeeld in de Maashorst uitstekend gelukt. Tegelijkertijd kan het niet zo zijn dat iedereen altijd en overal profijt van heeft. De natuur en het milieu moeten leidend zijn. Tenminste, als je wilt dat je kleinkinderen op termijn niet omkomen door hittestress. Klimaatverandering heeft allerlei effecten en de daaraan gekoppelde problemen hebben we verkeerd getackeld. Al die afvoermachines uit de ruilverkavelingtijd bijvoorbeeld zijn ook letterlijk niet meer van deze tijd. Wij willen er op de hoge zandgronden met allerlei stuwtjes en dammetjes en de meest simpele maatregelen voor zorgen dat het water nooit minder dan 40-50 centimeter (onder het – red.) maaiveld staat. Nogmaals: droogte wordt in de toekomst een groter probleem dan wateroverlast.’

 

Grote rol waterschappen in klimaatdiscussie

Volgens De Groot is er in het klimaatdebat een grote rol weggelegd voor de waterschappen: ‘Wij vinden als waterautoriteit dat wij in de klimaatdiscussie een initiërende en stimulerende positie moeten innemen. Dat geldt niet alleen voor klimaatverandering, maar ook voor waterkwaliteit. Want ons derde thema is ‘schoon water’. Wij vinden dat water schoon én gezond moet zijn. Van het water, dat wij hier lozen, maken ze in Rotterdam via bekkens in de Biesbosch drinkwater. De bevissing moet ook van hetzelfde water. Dus het afwentelen van problemen, daar zijn wij niet zo van. Verder is het een nieuwe prioriteit om medicijnresten uit het water te krijgen. Daar zijn eigenlijk geen normen voor. De VVD stelt dat als er geen normen voor zijn, bedrijven er ook niets aan hoeven te doen. Wij vinden dat wij een verantwoordelijkheid hebben voor schoon en gezond water.’

 

Van waterschap tot omgevingschap

‘Wij zijn de enige organisatie die zich integraal druk maakt om waterkwaliteit. Verschillende organisaties bemoeien zich met een deelgebied van schoner water. Medicijnresten is vooral een ‘governance’ probleem en geen technisch probleem Als waterschap zou je ervoor kunnen kiezen om elke zuivering in te richten met een koolstoffilter. Dat kost ons ongeveer 5 miljoen euro. Terwijl we ongeveer 50 miljoen aan waterkwaliteit besteden en ongeveer 60 miljoen aan waterkwantiteit en waterkering. Dat is nog geen 10% duurder, maar je haalt er wel 80% van de medicijnresten uit en andere stoffen zoals bio-plastics. Dat is een politieke keuze. De waterschappen kunnen zich in de optiek van Water Natuurlijk meer en meer omvormen tot omgevingschappen. We kijken immers ook naar, bodem, ruimte, landschap en cultuurhistorie. Helaas zeggen partijen als CDA en VVD dat we ons als waterschap meer moeten beperken tot kerntaken en dan heb je meer een kostendiscussie dan een ambitiediscussie.’

 

Water Natuurlijk is geworteld in de regio

Door in 2015 de waterschapsverkiezingen te koppelen aan de provinciale verkiezingen is er het één en ander verandert: ‘Dat scheelt ons als pure waterschappartij duizenden stemmen. In 2009 waren wij op dertig stemmen na net zo groot als het CDA, maar dat is niet meer. De gemiddelde burger kent ons niet, maar wel die grote landelijke partijen. Al gaat dat toch ook niet op voor alle gemeenten. In Uden bijvoorbeeld hadden wij tijdens de laatste verkiezing 44% van de stemmen. Ook vind ik het jammer dat je met die koppeling tevens wordt gekoppeld aan landelijke issues. Want de eerste kamer wordt gekozen door de provinciale staten en die eerste kamer is nodig voor de wetgeving van het kabinet. Dan zie je dat zo’n CDA zich tegen natuur- en milieumaatregelen keert. Dat zou een linkse hobby zijn. En dan kunnen ze voor de waterschappen natuurlijk niet voor een tegenovergestelde insteek kiezen. Dat is lastig. Maar gelukkig zijn we met Water Natuurlijk zeer goed geworteld in de regio. We hebben een netwerk van zo’n tweeduizend mensen. In de sportvisserij, IVN, KNNV, de club van boswachters, het Brabants Landschap, lokale partijen. Dáár moeten we het toch van hebben. Dus over het geheel genomen vind ik die koppeling prima. De opkomst is nu veel hoger dus ook het mandaat dat we hebben.’

 

Pragmatisch aanpakken

Volgens De Groot zijn natuur en milieu niet per definitie linkse onderwerpen: ‘Het gaat om leefbaarheid en gezondheid voor en van toekomstige generaties. Dat is van levensbelang. Geen hobbyproject van een handjevol milieuridders, al mogen die uiteraard wel meepraten. Wat is er gebeurd met het Christelijke Rentmeesterschap? De VVD heeft in het verleden twee belangrijke voorvechters voor het milieu voortgebracht: Pieter Winsemius en Ed Nijpels. Geen van beiden linkse rakkers. Maar ook vooraanstaande CDA leden als Cees Veerman en Herman Wijffels hebben zich voor deze zaak ingezet. Zelfs Gerrit Braks heeft in zijn tijd meer voor de natuur betekent dan veel mensen denken. Hij is immers degene die de ecologische hoofdstructuur heeft geïnitieerd! Jammer dat dat later door de CDA-er Bleeker weer helemaal is ontmanteld. Maar nogmaals: milieubeleid is geen links paradepaardje, maar bittere noodzaak. En het aardige van het waterschap in dit kader is dat wij niet blijven hangen in ideologische discussies, maar daadwerkelijk actie ondernemen. Wanneer wij klaar zijn met polderen, gaat de spa in de grond en wordt die beek gewoon verlegd. Hoe pragmatisch wil je het hebben?’

Lees ook: ‘Woensdag 6 maart organiseert Debatcentrum De Grens Politiek Café

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

UdenPlus voorman Tinie Kardol:

‘Het democratische proces in Uden zakt door de ondergrens!’

UdenPlus voorman Tinie Kardol

Door Loek Borrél en Rob Vrolijk

De maatschappelijke carrière van Tinie Kardol is zonder enige twijfel indrukwekkend. Tegelijkertijd heeft het iets willekeurigs en achteloos. Daar waar de meeste mensen een professionele levenslijn als die van hem zorgvuldig plannen, lijkt het Kardol bijna te overkomen. Omdat hij nu eenmaal gemakkelijk leert en omdat mensen in zijn omgeving iets in hem zien. Maar wanneer we doorvragen, komen we bij zijn belangrijkste drijfveer: de strijd tegen onrecht. Zijn wil om iets te betekenen voor kwetsbare mensen in de samenleving. Die drang heeft hem – onwillekeurig wellicht, maar daarom niet minder dwingend – aangezet tot presteren. Zijn promotie aan de Universiteit van Maastricht, zijn directeurschap van zorginstellingen en een woningstichting in Vught en – meest recentelijk – zijn politiek leiderschap van UdenPlus. Ze zijn niet onwaarschijnlijk het resultaat van zijn drang om ‘naast de kwetsbaren in de samenleving te staan’. Over de oorzaak van die drang later meer. Eerst maar eens een nadere blik op de carrière en de politiek.

‘Op mijn zestiende debuteerde ik in het eerste van UDI’19. Later heb ik nog bij VVV Venlo, Tiglieja Tegelen, Sparta Beek en Donk, TOP en tot slot weer bij UDI gevoetbald. Totdat ik mijn kruisband scheurde op vierendertigjarige leeftijd. Toen was het afgelopen. Voetbal is lang belangrijk geweest voor mij. Op de middelbare school kreeg mijn moeder regelmatig te horen: “Hij zou de beste van de klas kunnen zijn als hij eens wat minder zou voetballen.” Na de Mulo heb ik anderhalf jaar bij Iduna gewerkt, maar via een vriend van me raakte ik geïnteresseerd in de gezondheidszorg. Die vriend had drie verstandelijk beperkte zusjes en één daarvan woonde nog thuis. Door haar dacht ik: ik zou wel met mensen zoals zij willen werken. Toen ben ik gestart met een opleiding in het ziekenhuis van Helmond. Dat was deels werk en deels studie.’

 

De voetballer ontwikkelt zich tot doctor

‘Toch ging ook in die tijd het grootste deel van mijn aandacht uit naar voetballen. Ik deed er niet veel voor, maar haalde goede cijfers. Aanvankelijk zei de mentrix tegen mij “Als jij niet beter je best gaat doen, dan red je het niet.” Toen ik desondanks goede punten bleef halen: “Jij moet gaan studeren, want je doet niks en haalt toch goede punten.” Dat heeft me gestimuleerd om naast mijn activiteiten in het ziekenhuis en het voetbalveld ook m’n MO A en MO B akte te halen. Na het ziekenhuis ging ik werken voor de kinderbescherming in Venlo. Dat deed ik in combinatie met een studie sociale wetenschappen aan de Universiteit van Maastricht. Na het met lof behalen van mijn doctoraal bood mijn werkgever – het Ministerie van Volksgezondheid – aan m’n promotie te ondersteunen. Daar ben ik aanvankelijk op ingegaan totdat ik als directeur Bewonerszaken bij de gemeente Uden aan de slag kon. Dat was in ’87. Van ’94 tot ’96 heb ik voor een bestuurs- en managementbureau gewerkt en in dat laatste jaar ben ik directeur-bestuurder geworden van Vughterstede. Een stichting voor seniorenwoningen en voor woonzorgcentra die verzorgingshuiszorg, verpleeghuiszorg, thuiszorg, huishoudelijke hulp en andere diensten levert aan thuiswonende ouderen in de gemeente Vught. In de beginjaren van die functie heb ik mijn studie aan de Universiteit van Maastricht weer opgepikt en in 2004 ben ik gepromoveerd op “gezondheidsvraagstukken in de instellingszorg”.’

 

Tussen Vught en Brussel

‘Na mijn promotie werd ik gevraagd om een leerstoel “Gerontologische Wetenschappen” op te starten aan de Universiteit van Tilburg. Daarvoor moet wel eerst een procedure van zeker een jaar worden doorlopen. Je moet een “proposition paper” schrijven, met collega’s overleggen, met studenten praten. Velen moeten er iets van vinden. Ondertussen kwam ik in gesprek met Dominique Verté van de Universiteit van Brussel. Hij wilde me graag hebben. Dus vroeg ik hem wat dáár de procedure was en hij zei: “De procedure dat ben ik. Wanneer wil je beginnen?” Dat antwoord heb ik voorgelegd aan de man die me voor Tilburg had geïnteresseerd. Die zei: “Als Dominique Verté dat zegt, is dat geen grootspraak.” Toen ben ik in 2011 in Brussel gestart met de leerstoel “Active Ageing”, in combinatie met mijn directeurschap in Vught. In Brussel begeleid ik promovendi en hun onderzoeken, doe ik zelf onderzoek, neem ik deel aan Europese projecten en geef af en toe college. In Vught ben ik in juni gestopt, maar het werk aan de universiteit slokt meer dan een halve weektaak op. Dat doe ik met heel veel plezier overigens. En toen kwam UdenPlus op mijn pad.’

 

Politiek handwerk weerbarstiger dan vooraf voorzien

Kardol ziet zichzelf niet als een politiek dier. Hij heeft in het verleden op de achtergrond wel hand- en spandiensten voor het CDA verricht, maar een plek in de spotlights heeft hij nooit geambieerd. Naar eigen zeggen werkt hij ‘liever in de achtertuin dan in de voortuin’. Waarom heeft hij dan toch het lijsttrekkerschap van UdenPlus aanvaard? ‘De mensen van UdenPlus hadden mij gevraagd een uiteenzetting te geven over de “vergrijzing van de samenleving”. Vervolgens vroegen de initiatiefnemers Cees Keizer en Erik den Dekker me om mee te denken over het verkiezingsprogramma. Nog weer later vroegen ze me voor het lijsttrekkerschap. Daar heb ik redelijk snel en naïef “ja” op gezegd. Niet verwachtend dat de partij met drie zetels uit de bus zou komen en dat ik de op één na meeste voorkeurstemmen zou krijgen. Met name dat laatste schept verplichtingen.’
Na de verkiezingen lijkt het politieke handwerk weerbarstiger dan hij vooraf heeft voorzien: ‘De gang van zaken na de verkiezingsuitslag heeft me enorm verbaasd. We zijn door de winnaar van de verkiezingen – Jong Uden – uitgenodigd voor een gesprek. Dat duurde welgeteld twintig minuten en we kregen twee vragen voorgelegd. Of UdenPlus een partij of persoon uitsloot én of we punten hadden die we zeker in het coalitieakkoord opgenomen wilde hebben. We gaven aan dat we openstonden voor alles en iedereen. Alle reden dus om met ons het verdere gesprek aan te gaan. Nooit meer iets van ze gehoord. We hebben in de krant en via de e-mail moeten lezen dat er een coalitie was gesloten. Volstrekt tegen alle democratische beginselen in. Er hebben 2200 Udenaren op UdenPlus gestemd. De wensen van die mensen zijn compleet genegeerd. En dat in een gemeente die zich laat voorstaan op democratische vernieuwingsprocessen zoals ‘verbeeld’ in de G-1000. Het lijkt niet meer dan window dressing. Mooie sier naar de buitenwereld toe.’

 

Enkele lichtpuntjes

‘De samenstelling van de coalitie lijkt van tevoren bekokstoofd en de antwoorden op vragen van de oppositie liggen klaar. Dat gevoel had ik heel sterk de eerste twee maanden dat ik in de raad zat. Voorbeeld. Tijdens één van de fractieleiders-overleggen stelde ik voor om burgers of vertegenwoordigers te vragen hoe we als gemeente met burgerparticipatie moeten omgaan. Antwoord van een van de aanwezige coalitiegenoten : “Niet nodig. Als de burger zich wil laten horen, weten ze waar het gemeentehuis staat. Zo doen we dat al vijfendertig jaar en dat hoeft niet te veranderen.” Tja, als dát je opvattingen zijn over democratie, dan is dat heel mager. Het enige dat ik dan nog kan doen is wachten waar de ondergrens van het betamelijke wordt bereikt. Er is tenminste één politicus in de coalitie die stelselmatig door die ondergrens zakt. Die voortdurend vragen en meningen van de oppositie wegzet zonder er inhoudelijk op in te gaan.’
Overigens ziet Kardol ook wel lichtpuntjes: ‘Ik merk dat Maarten Prinssen openstaat voor goede ideeën, ongeacht of ze nou van de coalitie of van de oppositie komen. Ik weet dat sommigen hem wegzetten als politiek onervaren, maar misschien juist wel daardoor heeft hij niet de neiging om alles van de oppositie aan de kant te schuiven. Hij gaat in ieder geval het gesprek aan. En aan de oppositiekant moet ik de SP complimenteren. Die partij is constant in gesprek met inwoners van Uden en brengt hun grieven onder de aandacht van de politiek. SP nestor Spencer Zeegers is sowieso één van de weinige politieke zwaargewichten in de Udense raad. Hij heeft enorm veel kennis van het raadswerk, weet wat er speelt in de samenleving, bereidt zich minutieus voor op vergaderingen, houdt zinnige betogen en stelt relevante vragen.’

 

De toekomst volgens UdenPlus

Het is duidelijk. Volgens Kardol heeft het democratisch proces in Uden nog een flinke weg te gaan. Hoe zou zijn partij het oplossen als ze deel uitmaakten van de macht? ‘Of het nu gaat om de verkeersveiligheid of een ander onderwerp, de burgers verdienen een luisterend bestuur. Als UdenPlus willen we met hen in gesprek gaan, problemen beschrijven, samen met de burgers kijken welke oplossingen voorhanden zijn en dit in de gemeenteraad bespreken. Stem geven aan de burger en het gemeentebestuur informeren welke problemen er spelen in de verschillende buurten. Gezamenlijk, maar zeker ook kleinschalig zoeken naar een oplossing. We hebben in Uden bijvoorbeeld gebiedsplatforms. Die vertegenwoordigen de burgers in verschillende delen van de gemeente. Maar die platforms zijn veel te groot. Het gaat om gebieden die niets met elkaar te maken hebben. Ik zie meer in kleinere groepen mensen, bijvoorbeeld in een straat, buurt of wijk. Die kennen vaak de buren, de mensen in de omgeving. UdenPlus wil werk maken van projecten als Buurtzorg, waar het doel is dat kwetsbare mensen omringd worden door buurtgenoten. Zodat ze langer in staat zijn zelfstandig te kunnen blijven wonen. Democratie komt van onderen en is niet het resultaat van allerlei structuren die van bovenaf worden opgezet.’

 

Terug naar de drive van Kardol

Tijd om terug te keren naar het begin. De innerlijke drive van Kardol om de kwetsbare mensen in de maatschappij bij te staan: ‘Als kind woonde ik in een wijk van Uden die grensde aan een straat die niet zo goed bekend stond. Tegenwoordig zouden we het een achterstandswijk noemen. Ik heb het in die tijd meegemaakt dat kinderen om die reden niet met mij mochten spelen. Daar begreep ik destijds helemaal niets van en het heeft me allergisch gemaakt voor zogenaamde klassenverschillen. Daar heb ik dan ook m’n hele leven tegen gevochten. Bij de kinderbescherming, als directeur van de zorginstellingen in Vught, in mijn privéleven en nu als politicus. Ik kies zo nodig de kant van de zwakkeren in de samenleving. Voor mij is iedereen gelijk, hoe kwetsbaar je ook bent. Met in mijn achterhoofd misschien ook altijd de gedachte: “uit welke buurt je ook komt”.

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar informatie@debatcentrumdegrens.nl. Dan voegen wij uw reactie onderaan dit artikel toe.

Lees ook: ‘Openbare Veiligheid in Uden en Landerd krijgt ‘flinke schup’ (blog)

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval