Socialistische Partij lijsttrekker Ton Segers:

‘De gemeente moet ophouden te denken dat het een bedrijf is!’

Socialistische Partij lijsttrekker Ton Segers:

Door Loek Borrèl

Ruim een kwart eeuw waren Spencer Zeegers en Wim Somers boegbeelden van de SP in Uden. Hun onverzettelijke opkomen voor de mensen aan de onderkant van de samenleving maakte van de SP de spreekbuis voor iedereen die in het verzet kwam tegen het kapitalistisch geweld, veroorzaakt door een onversneden rechts beleid. Beleid dat nauwelijks omkeek naar de mensen die niet mee konden komen aan die meedogenloze rat race. Stopte Wim noodgedwongen al in maart 2018, Spencer stopt op 1 januari 2022. Maar de opvolging staat al klaar…

‘Ton, je neemt wel iets op je schouders. Een erfenis van ruim 40 jaar socialistische politiek in Uden. Heb je er zin in?’
Ja, dat heb ik zeker. Natuurlijk heb ik zelf ook politieke ervaring in de Udense gemeenteraad. Heb er de afgelopen 5,5 jaar al ingezeten. En met het verdwijnen van Spencer uit de Udense raad betekent niet dat wij als SP zonder hem verder moeten. We kunnen altijd terugvallen op hem en voor de komende jaren zal hij de fractie blijven coachen.

 

De mooiste wijk van Uden

‘Wie is Ton Segers; ik denk dat je nog geen bekende figuur bent in het Udense?’
‘Nee, hoewel ik toch al merk dat de mensen me beginnen te herkennen. Ik ben 52 jaar geleden geboren in Eindhoven. Mijn vader zat in het leger waardoor het gezin een aantal jaren in Duitsland heeft gewoond. Terug in Nederland, werd mijn vader gestationeerd op Vliegbasis Volkel en woon ik in de Bitswijk, de mooiste wijk van Uden. En waarom is de Bitswijk de mooiste wijk? Omdat het een zeer gemêleerde wijk is, jong en oud, allerlei culturen, mensen aan de onderkant van de samenleving die in de wijk wonen met mensen met middeninkomens en ook de nog beter bedeelden.’
‘Natuurlijk is de Bitswijk in de afgelopen dertig-veertig jaar in rap tempo veranderd. Er gebeuren hele positieve zaken, soms echter ook minder positief. Ik geef een voorbeeld. Bij de bouw van het multifunctionele centrum Muzerijk zijn er ook appartementen gebouwd voor ouderen. Area heeft hiermee iets goeds voor de wijk gedaan. Echter, de huren van deze appartementen zijn per maand zo’n € 200,00 hoger dan de sociale huurwoningen in de wijk. Voor veel ouderen in de wijk is dit een onoverkomelijk probleem. Die blijven dan liever in hun huisje zitten.’
‘Wat Area eigenlijk zou moeten doen is een meer “vloeiende” doorstroming van verhuren. Maak het voor ouderen die kleiner willen wonen mogelijk om hun “huur” mee te nemen naar dit soort appartementen. Je zorgt er dan voor dat gezinswoningen niet meer door 1 persoon worden “bezet”, maar weer beschikbaar komen voor woningzoekenden.’

 

De wooncrisis is speerpunt

‘De SP heeft van de wooncrisis een speerpunt gemaakt, gezien de titel van jullie verkiezingsprogramma ‘1000 betaalbare woningen erbij en 49 andere opbouwende voorstellen’. Kun je kort uitleggen hoe we aan die 1000 betaalbare woningen gaan komen in de komende vier jaren?’
‘Let vooral op “betaalbare” woningen. Want daar schort het zeker aan. Er zijn tientallen voorstellen om te gaan bouwen, maar in het segment sociale huurwoningen zie ik weinig vooruitgang. In het Sesterpark worden vijftig woningen gerealiseerd. De goedkoopste koopprijs ligt op € 340.000, =. Daar komen startende jongeren of mensen met een laag inkomen dus niet voor in aanmerking.’
‘Uden heeft de tendens om alles aan de markt over te laten. Daar willen wij als SP toch eens een verandering in brengen. Laat de twee woningcoöperaties (AREA en Mooiland) meer bouwen in het sociale segment. De gemeente moet de grond betaalbaar houden om de sociale woningbouw te kunnen realiseren.’
‘Er is in Uden nog voldoende bouwgrond aanwezig. Denk aan de kavels bij het Ziekenhuis op Uden Noord en Eikenheuvel op Uden Zuid. Dat is grond van de gemeente. Daar kunnen we nog veel woningbouw verrichten. Maar in het centrum hebben we alleen nog maar het terrein van het voormalig politiebureau, die grond is eigendom van de gemeente. Het college heeft daar met een aantal vage randvoorwaarden projectontwikkelaars de mogelijkheid geboden om met plannen te komen. Het wordt weer overgelaten aan de markt. En echt, de gemeente moet eens ophouden te denken dat het een bedrijf is en dat men de eigen grond voor winsten moet verkopen. De gemeente moet er zijn van de bewoners, ook de mensen met een kleine beurs. ‘
‘Mensen die niet veel te spenderen hebben er ook recht op fatsoenlijke huisvesting. Niet de Udense vorm van tiny housing waar jongeren in een soort containerbouw kunnen wonen. Als je alleen in staat bent om dit soort ketenwoninkjes aan te bieden, dan vind ik dat de woningbouw zo ongeveer failliet te noemen is. De gemeente moet ervoor zorgen dat de woningcoöperaties in staat zijn om gewone woningen te bouwen, met een tuintje en alles erop en eraan, voor starters en voor mensen met een kleine beurs.’
‘In het centrum zal je in de nabije toekomst steeds meer zien dat we in Uden afscheid nemen van de sociale huurwoningen. Er komen nu weer twee projecten voor 19 (!) appartementen, geen 20 want dan moet er minimaal 20% ‘goedkope’ woningen in het project geplaatst worden.’

 

Volkshuisvesting weer taak van gemeente?

‘Moet de volkshuisvesting weer een taak van de gemeente worden?’
‘Natuurlijk moet dat. De wooncrisis vraagt om maatregelen, misschien wel harde maatregelen. De gemeente moet weer leiding in het woonbeleid. Niet meer overlaten aan alleen de markt, maar richting geven waar we met Uden naartoe willen met het contingent woningen. Gaan we voor iedereen bouwen of alleen nog maar voor een kapitaalkrachtige groep.’

 

Lichtpuntjes

‘Hoe heb jij je als raadslid staande gehouden de afgelopen 5,5 jaar? Werd je niet moedeloos van het opboksen tegen een coalitie die tot in de puntjes alles met elkaar heeft afgetikt?’
‘Ja en nee. We hebben als SP natuurlijk vaak gesproken voor dovemans oren, maar er zijn zeker ook successen te benoemen. Zo hebben we de sloop van de huizen in ‘Wit Korea’ middels een door de raad aangenomen motie voorlopig van de baan weten te krijgen. Een voorlopig slot, die de werkwijze van de SP heel duidelijk laat zien: toen in maart de brief van AREA in de brievenbus van de bewoners viel, zijn wij – als SP – ’s avonds nog de wijk ingetrokken om met de bewoners in gesprek te gaan. Luisteren hoe dit besluit van AREA onder hen viel. De woede, de machteloosheid aangehoord. Maar vooral ook de strijdbaarheid om deze sloop tegen te gaan. Als SP ondersteunen we deze acties en laten de stem van de bewoners in de raad ook horen. Wat zo’n besluit met hen doet. De raad wordt dan eens echt geconfronteerd met de groep mensen die toch al snel de dupe worden van beslissingen die over hen genomen wordt.’
‘Als SP zoeken we ook de samenwerking met andere partijen om dingen voor elkaar te krijgen. We hebben zo goed kunnen samenwerken met UdenPlus en ook met D66, CDA en GroenLinks. En soms ook nog wel met GeWoon Uden.’

 

Aandachtspunten

‘Ton, wat zijn de grote aandachtspunten voor de komende raadsperiode, wetende dat je niet alle 50 ideeën uit het verkiezingsprogramma in vier jaar weet te realiseren?’
‘Woningbouw en armoedebestrijding blijven prioriteiten voor ons. Ook willen we mensen meer inspraak geven in hun leefomgeving. Weet je, mensen wonen al jaren in hun wijk, buurt of straks ook kern. Die weten echt wel wat er zoal omgaat in hun omgeving. Luister naar ze, geef ze inspraak in hun buurt, wijk. Ondersteun dat als gemeente en ga niet als gemeente denken dat jij het bij voorbaat beter weet. Je voorkomt de grootste ellende en dat je zaken dubbelop moet doen. Ik denk bijvoorbeeld aan de aanpassingen aan de weg Land van Ravensteinstraat. Dat hebben de aan de weg wonende bewoners zelf voor elkaar gebokst. Als de gemeente eerder had geluisterd had dit niet een tweede keer gedaan moeten worden. Je merkt dat de gemeente van dit soort fouten leert, maar toch nog te weinig. Je komt er snel achter dat bewoners in een buurt mondig genoeg zijn om mee te praten en te denken.’

 

Mentaliteitsverandering

‘Maar dat betekent ook een mentaliteitsverandering bij de ambtenaar?’
Natuurlijk. Dat is een eerste vereiste. Maar heb je een zwak college, of een zwakke wethouder, dan nemen de ambtenaren het over. En er zijn zeker ambtenaren die een nieuwe cultuur voorstaan, die bereid zijn om inspraak van bewoners te agenderen. Maar in een nieuwe bestuurscultuur zal dit een eerste vereiste zijn, het openstellen van het werk van de gemeente. Niet bang zijn voor de bewoners, maar met hen samen de gemeente verbeteren.

 

Wie moet de klimaatcrisis betalen?

‘Ton, een ander heet hangijzer, de klimaatcrisis en de hiermee samenhangende verduurzaming. Hoe staat de SP in Uden hier tegenover en hoe pakken we het in Uden aan?’
‘De klimaatcrisis is een nog grotere crisis dan bijvoorbeeld corona. Wat er met het klimaat gebeurt grijpt in alles waar wij in de toekomst mee te maken hebben. Als SP staan we hier duidelijk in. We moeten ingrijpende maatregelen nemen om deze crisis te beslechten. Maar ik maak me ook zorgen over de kosten. Wie gaat dat betalen en vooral kan iemand, die al nauwelijks rond kan komen met zijn uitkering of salaris, wel die kosten van de crisis opbrengen? Subsidies om je huis te isoleren, om elektrisch te kunnen rijden, zonnepanelen aan te schaffen, et cetera, zijn een prooi voor diegene die dat geld eigenlijk niet nodig hebben. Nog steeds worden grote ondernemingen als Shell, Essent en noem maar opgespaard. Praten zij mee over dit klimaatbeleid, terwijl zij de grootste vervuilers zijn, eigenlijk jarenlang niets gedaan hebben en goed op de hoogte waren van de urgentie? De SP zal niet instemmen met oplossingen voor de klimaatcrisis die vooral de armen treffen. Wanneer deze mensen niet in staat zijn om bijvoorbeeld de omschakeling van gasvoorziening naar andere energiebronnen te betalen, dan zal de SP voor hen opkomen. De klimaatcrisis zal vooral betaald moeten worden door het bedrijfsleven, de overheid en de rijken in dit land.’

 

De nieuwe fusiegemeente

‘Ton, tenslotte, hoe zie je de toekomst van de nieuwe fusiegemeente Uden-Landerd?’
‘De SP is nooit voorstander geweest van de fusie. Het is nu een feit, dus we gaan er vol goede moed mee door. Wat we al bij de start moeten voorkomen dat Uden niet de vijf andere kernen gaat domineren, of omgekeerd dat de vijf kleinere kernen de handen ineenslaan en het beleid in Uden gaan dicteren. In Oss heb je de afgelopen zestien jaar zoiets gehad met de partij Voor de Gemeenschap. Dat vlakt daar nu ook weg en krijg je dat al die kernen op gelijkwaardige wijze met elkaar omgaan. Dat moet in Uden eigenlijk vanaf de eerste dag te gaan.’
‘Belangrijk vind ik echter dat de bewoners meer te zeggen krijgen in de nieuwe gemeente. Als nieuwe gemeente moet je meteen de keuze maken om een nieuw begin te willen maken. Dat het mogelijkerwijs in de toekomst allemaal weer op de schop gaat, bijvoorbeeld dat Schaijk en/of Reek naar Oss gaan of dat we als Uden betrokken worden bij een nog grotere fusie, bijvoorbeeld met Meierijstad of zelfs met Oss. Het gaat niet gebeuren als het aan de SP ligt. Wij hebben altijd gevraagd wat de drie voordelen voor de inwoners zijn van deze fusie en daarop nooit een antwoord gekregen. Voor ons had de fusie met Landerd dus niet gehoeven, laat staan een samengaan met nog veel grotere gemeenten.’

‘Klimaatsubsidies zijn een prooi voor diegene die dat geld niet nodig hebben!’

Lees hier meer over de SP Maashorst en het verkiezingsprogramma 2022-2026 van de partij.

Lees ook het interview met UdenPlusLanderd lijsttrekker Tinie Kardol
Lees ook het interview met CDA lijsttrekker Maurits van den Bosch
Lees ook het interview met GroenLinks Landerd-Uden lijsttrekker Genoveef Lukassen

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

Boek Zoete Inval

UdenPlusLanderd lijsttrekker Tinie Kardol

UdenPlusLanderd lijsttrekker Tinie Kardol streeft met gemeentelijke fusie naar ‘sterke en zorgzame samenleving’

 

 

UdenPlusLanderd lijsttrekker Tinie Kardol streeft met gemeentelijke fusie naar ‘sterke en zorgzame samenleving’

Door Loek Borrél

Ruim twee jaar geleden had het Debatcentrum De Grens een lang interview met Tinie Kardol, waarin hij zijn eerste periode in de gemeenteraad van Uden als weinig positief karakteriseerde. Misschien teleurgesteld dat zijn partij niet betrokken werd bij de collegeonderhandelingen, terwijl ze toch met drie zetels een eclatante overwinning had geboekt bij de gemeenteraadsverkiezingen? Tinie Kardol concludeerde destijds dat de Udense gemeentepolitiek hem tegenviel. Hij voelde zich als oppositiepartij nauwelijks gehoord en vond de politiek als geheel erg stroperig.

‘Tinie, ik ben verbaasd te lezen dat je weer besloten hebt om de kar van UdenPlus te gaan trekken bij de eerstkomende herindelingsverkiezingen in november?’
‘Ja, ik kan je verbazing begrijpen. Zeker na dat interview aan het begin van deze raadsperiode. Er hebben zich echter ontwikkelingen in onder andere het raadswerk voorgedaan die ertoe hebben geleid dat ik me weer kandidaat heb gesteld voor het lijsttrekkerschap. Ten eerste is UdenPlus een samenwerking/fusie aangegaan met één van de Landerdse partijen, de Lijst Zeeland van Harry van Tiel. We hebben in de afgelopen tijd met verschillende Landerdse en Udense partijen hele goede gesprekken gehad, maar zijn uiteindelijk met Harry van Tiel in zee gegaan. Vanuit Uden Plus, maar ook in gesprek met Harry, is uitdrukkelijk de wens naar voren gekomen dat ik nogmaals de nieuwe lijst zou moeten leiden.’

 

Gevraagd om mee te denken

‘Bovendien is het raadswerk me ook beter gaan bevallen. De kritiek over de eerste periode blijft recht overeind staan, maar ik merkte in de tweede periode dat er vanuit het college steeds meer signalen kwamen dat ze meer in gesprek wilden gaan met de ‘oppositie’ in de raad. Zo werd ik bijvoorbeeld gevraagd om mee te denken over een aantal onderwerpen zoals wonen, netwerkvoorzieningen en sport en bewegen. Onderwerpen waar onze fractie kennis van heeft. En dan is het niet alleen meepraten, maar je merkt dat er naar jouw ideeën geluisterd wordt. Je rol als volksvertegenwoordiger wordt dan ook serieus genomen. Je moet het zo zien: een aantal wethouders staat open in hun beleid, luistert naar de oppositie. Maar er zijn ook wethouders die zich krampachtig vasthouden aan het collegeakkoord. En dan wordt het voor een oppositiepartij zoiets als in de eerste periode van mijn raadswerk. Tevens is gebleken dat UdenPlus goed in staat is om samen te werken met andere partijen in de raad. Dat geeft ook weer de nodige voldoening.’

 

Corona perikelen

‘De aflopende raadsperiode heeft in het teken gestaan van corona en fusie. Hoe heb jij dit ervaren?’
‘Wat ben ik blij dat die zoom-sessies van de vergadering ten einde lopen. Heel moeilijk om een raadsvergadering op deze manier te beleggen. Het raadswerk is niet alleen vergaderen, maar ook onderling overleggen, elkaar bijstaan en zo nodig met moties je verhaal kracht bijzetten.
De coronaperiode verlamt ook het toeziende werk van een raadslid. Veel regelgeving wordt door ‘Den Haag’ opgelegd en heb je als gemeente te volgen. Eigen inbreng in de voortgang van de pandemie is minimaal tot niets.
Wat me wel geërgerd heeft is dat het college niet wil reageren op vragen over de uitbraak van de pandemie in onder andere deze regio: Is er één oorzaak aan te wijzen of zijn er meerdere factoren dat de regio Uden zo enorm heeft geleden aan deze pandemie. Het is voor de Udense bevolking toch belangrijk om antwoord op deze vragen te krijgen. Nog niet eens een mededeling of men bezig is met een onderzoek of dat er een evaluatie op stapel staat. Het is belangrijk dat de bevolking op de hoogte wordt gesteld waarom deze regio zo getroffen kon zijn door covid-19.’

 

De fusie

‘En dan de fusie. UdenPlusLanderd heeft de fusie loyaal begroet. Het liefst hadden we gezien dat bijvoorbeeld Boekel en/of Nistelrode/Bernheze zich zouden hebben aangesloten, maar ook met Landerd is er een goed basis voor een sterke gemeente.
Belangrijk bij deze fusie is dat de eigenheid van de kernen intact blijft. Dat de voorzieningen in de kernen optimaal blijven en dat het zorgniveau in de kernen op peil blijven. Tegelijkertijd is het van belang dat de nieuwe gemeente voortmaakt met de multifunctionele accommodaties, zoals Muzerijk in de Bitswijk en een aantal gemeenschapshuizen in de kernen. Vooral voor ouderen zijn deze ‘ontmoetingspleinen’ van groot belang. Daar wordt naast ontmoeting zorg, welzijn en sport aangeboden. Zulke accommodaties kan de kloof tussen een kern en het “Udense gemeentehuis” verkleinen.’

 

De positie van de ouderen

‘UdenPlusLanderd kijkt ook naar de positie van ouderen in de kernen. Blijven zij in staat om zelfstandig mee te doen in de samenleving. Worden zij niet beperkt doordat het verzorgings- en dienstenaanbod steeds meer wordt teruggeschroefd. Wij willen juist meer investeren in de leefbaarheid van de kernen. Zo zou het openbaar vervoer tussen de kernen en de plaatsen in de regio verbeterd moeten worden. Een uitgebreid netwerk van de MuzeMobiel moeten we onderzoeken.’
‘We willen de zorg veel dichter bij de mensen. Buurtzorg kan ervoor zorgen dat ouderen langer in staat zijn om een zelfstandig bestaan – in de eigen vertrouwde omgeving – te behouden. Dat we als buurt meer omkijken naar onze buurtgenoten en waar nodig ervoor klaarstaan. Voor met name de kleinere kernen en de wijken in Uden zelf zou buurtzorg – in samenwerking met zorgcoöperaties en met steun van professionele werkers – een verlichting kunnen zijn van de reguliere zorg en kan het de kosten van de algehele zorg indammen.’

 

Zorg en veiligheid

‘Wat zijn de prioriteiten van UdenPlusLanderd voor de komende raadsperiode?’
‘Natuurlijk zorgvoorziening. UdenPlusLanderd zet de zorg bovenaan haar prioriteitenlijst, niet in de laatste plaats omdat de zorg veruit de grootste werkgever is. Buurtzorg zoveel mogelijk proberen te implementeren. Initiatieven op dit gebied – ingebracht door de wijk of de kern; denk bijvoorbeeld aan zorgcoöperaties – moeten we politiek ondersteunen. En daarbij moeten we leren van goede voorbeelden. Tevens willen we een “dependance” met een HBO-opleiding voor de zorg in Uden.’
‘Een tweede prioriteit is “veilige samenleving”. We vinden de aanpassingen aan de Land van Ravensteinstraat in Uden uitstekend. De brede fietspaden, ingericht voor de toekomst, zijn zeker goed voor de fietsers. Maar we hebben ook kritiekpuntjes. Waarom niet doorgetrokken naar het centrum? De Violierstraat aanpakken en vooral de nog steeds gevaarlijke situatie bij het winkelcentrum Muziekplein en iets verderop bij de Hobostraat?’
‘Ook de veiligheid bij (basis)scholen moet aangepakt worden. Geen auto-ophoping bij scholen. Kinderen moeten veilig naar school kunnen. Er moeten meer remmende maatregelen worden getroffen en meer aandacht voor handhaving.’

 

Food Experience Center en woningbouw

‘De komst van een Foods Experience Center op de locatie van voormalig elektronicazaak Ben van Dijk moet er komen. Zo’n Center zou dan “innig” moeten samenwerken met het winkelcentrum en meer “leven” geven aan de winkels die in deze route zitten.’
‘We willen dat er meer woningen gebouwd worden. En dat we dan kijken naar allerlei vormen van woningbouw. Dat we niet meteen slopen, maar kijken naar alternatieven. Niet alleen voor ouderen, maar ook voor jongeren.’

 

Natuur, duurzaamheid en klimaatontwikkeling

‘Als het gaat om natuur, duurzaamheid en klimaatontwikkeling is UdenPlusLanderd erg gesteld op de Maashorst als natuurgebied. Maar de Maashorst moet veilig zijn voor bezoekers. Dat ze niet aangevallen worden door de grazers.’
‘Ten aanzien van de stikstofproblematiek stelt UdenPlusLanderd voor alles dat de gezondheid van mensen voorop staat. Er moet buurtgewijs aandacht worden besteed aan een beter milieu, omdat op die manier de bewustwording van de noodzaak om iets te doen het grootst is.’

 

Ontwikkeling fusiegemeente

‘Tinie, je gaat de tweede periode van vier jaar in. Hoe denk je dat de fusiegemeente zich verder gaat ontwikkelen in de toekomst?’
‘Ik ben daar positief over. Met de samenvoeging kunnen we eigenlijk beginnen met een schone lei. We moeten als nieuwe gemeente niet de fout maken om te denken dat we “klaar” zijn met de fusie. Juist nu begint het. Hoe kunnen we het saamhorigheidsgevoel van de inwoners ondersteunen? Hoe zorgen we ervoor dat het gemeenschapsgevoel in de kernen niet aangetast wordt? Dat ouderen, maar ook jongeren, zich betrokken voelen bij hun gemeenschap. Hoe kan de gemeente het verenigingsleven in de kernen, wijken en buurten beter stimuleren? Is de politiek in staat om naar de mensen te luisteren, hen beter te betrekken bij het beleid? Dat niemand buiten de boot valt; dat we er voor elkaar zijn?’
‘Ik ben ervan overtuigd dat deze fusie dynamisch van karakter is. Dat er in de toekomst meer fusies zullen volgen. Misschien met een plaats als Boekel of Nistelrode, of groter, met Meierijstad of Oss. Maar voor het zover is, zal eerst deze fusie tussen Uden en Landerd verder ontwikkeld moeten worden en leiden tot een sterke en zorgzame samenleving.’

Lees hier meer over het verkiezingsprogramma van UdenPlusLanderd.

Lees ook het interview met SP lijsttrekker Ton Segers
Lees ook het interview met CDA lijsttrekker Maurits van den Bosch
Lees ook het interview met GroenLinks Landerd-Uden lijsttrekker Genoveef Lukassen

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

Maurits van den Bosch, lijsttrekker CDA:

‘Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder!’

Maurits van den Bosch lijsttrekker CDA:

Door Loek Borrèl

Het gesprek met de CDA-lijsttrekker speelt zich af in huiselijke kring, waar op vrijdagmiddag nog flink geklust wordt om wat ongemakken vóór het weekend weg te werken. Maurits is in de ochtend als ‘oppasouder’ nog flink in de weer geweest, las daarbij ook het verkiezingsprogramma van zijn partij nog eens door en is nu klaar voor het interview.

Hoewel beide ouders in Brabant geboren zijn, is Maurits een echte Jutter uit Den Helder. Hij heeft daar zijn jeugd met veel plezier doorgebracht. Zijn vader was jarenlang wethouder voor de Katholieke Volkspartij (één van de voorlopers van het CDA) en het CDA. Hij was – in de woorden van Maurits – een gedreven bestuurder, die veel voor de stad Den Helder heeft betekend. Maurits kijkt met trots terug op het werk van zijn vader en hoopt in zijn eigen politieke handelingen de wijze lessen van hem te kunnen gebruiken.

 

Korte achtergrond

Maurits studeerde aan de Hogere Hotelschool en is later als zelfstandige een adviesbureau dienstverlening gaan runnen, dat nu onderdeel uitmaakt van de Hostmanship Group. Sinds een jaar of zeven woont hij met zijn partner Michiel in Uden.

 

Een drukke tijd

‘Maurits, hoe heb je de afgelopen 3,5 jaar in de gemeenteraad van Uden ervaren?’
‘Mede door de coronacrisis – die zoveel invloed had op het raadswerk – heb ik de afgelopen jaren ervaren als druk. Ook de fusie tussen de gemeenten Uden en Landerd heeft veel van de raadsleden gevraagd. Niet alleen de formele kennismaking met de collegae uit Landerd, maar ook de verschillende werkgroepen die allerlei voorbereidende werkzaamheden verrichtten om de fusie tot een succes te maken. Ik vond dat een intensieve, maar vooral ook een leerzame periode. De raadsleden zijn heel bewust bezig met vraagstukken die de bewoners aangaan.’

 

Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder!

‘Tegelijkertijd ging het ‘gewone’ raadswerk gewoon door. En ook in dit werk heeft het CDA er hard aan getrokken om zaken voor elkaar te krijgen. In ons verkiezingsprogramma ‘Blijf bij de kern’ sommen we een aantal van de resultaten op. Hierbij klopt de raadsfractie zichzelf niet op de borst, maar ziet dit als een resultaat van samen met andere partijen een zo breed mogelijke samenwerking te creëren: Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder!’

 

Trots op wethouder Van Lankvelt

‘Ik ben trots op onze wethouder Franko van Lankvelt, die een open en transparante politiek heeft gevoerd. Benaderbaar voor iedereen, hardwerkend en resultaatgericht. Het CDA heeft de afgelopen 3,5 jaar met een goed team mooie resultaten voortgebracht. Maar in de nieuwe periode willen we nog beter presteren.’

 

Vertrouwen van bewoners terugbrengen

‘In het verkiezingsprogramma ‘Blijf bij de kern’ staan een groot aantal prioriteiten waar de partij mee wil gaan werken. Maar welke prioriteiten zijn nu van het grootste belang voor het CDA?’
‘Allereerst – en dit is prioriteit één – het vertrouwen van de bewoner in de lokale politiek terugbrengen. Ik vind het van het grootste belang dat de bewoner weer centraal wordt gesteld in het beleid. Het moet niet meer van bovenop, maar van onderaf. Uit de kernen, de wijken, buurten, straten, maar ook verenigingen en dat soort verbanden, komen vaak de beste initiatieven naar voren om de leefomgeving te verbeteren en/of te versterken. Mensen activeren in gemeenschapszin, samen iets voor elkaar krijgen, de sociale cohesie hierdoor bevorderen, en dit als gemeentebestuur en raad honoreren. Het geeft mensen weer vertrouwen in die lokale overheid, iets wat nu verder weg lijkt dan ooit.’

 

Verbetering gemeentelijke dienstverlening

‘Een tweede prioriteit is de gemeentelijke dienstverlening. Naar onze mening kan deze veel beter. Niet alleen als het gaat om de bereikbaarheid van de gemeente naar de bewoner toe, de transparantie van het beleid, maar ook de soms kille houding van de gemeente naar mensen toe. Bijvoorbeeld, zorg als gemeente dat een aanvraag voor een verbouwing veel sneller gaat. Of dat een uitkeringsgerechtigde in een normale ruimte wordt ontvangen, niet in hokjes alsof je een crimineel bent. Er zijn heel veel ambtenaren die van goede wil zijn, maar de dienstverlening houdt niet over.’

 

Woningtekort

‘Waar het CDA zich ook sterk voor wenst te maken is het zoveel mogelijk wegwerken van het woningentekort. We moeten meer bouwen, steeds meer mensen zoeken betaalbare woningen. Kijken naar creatieve oplossingen. We moeten nieuwe vormen van wonen – denk bijvoorbeeld aan tiny housing en ouderenhofjes – meer omarmen. Ik zeg wel eens dat we in Brabant niet het braafste jongetje van de klas moeten wezen, maar gewoon moeten bouwen. Het CDA vindt het goed dat AREA met betrekking tot de sloop van huurwoningen moet heroverwegen en het gesprek aan moet gaan. Maar als gemeente moeten we aan de slag.’

 

De positie van de agrariërs

‘Het CDA komt op voor de lastige positie van de agrariërs en stelt dat geen agrariër gedwongen mag worden om te stoppen met zijn bedrijf. Alleen door samen met hen te kijken naar de mogelijkheden en hen de tijd te geven hoe zij hun toekomst verder vorm willen geven, kan voorkomen worden dat het boerenlandschap in een steeds moeilijker positie in deze regio komt.’

 

Duurzaamheid en milieubeleid

‘Het CDA kiest uitdrukkelijk voor duurzaamheid en een goed milieubeleid. Ons verkiezingsprogramma is hier heel duidelijk over. En ja, soms schuurt dit beleid met de belangen van de agrariërs. Het is echter de vraag of een rigoureuze inkrimping van de veestapel met bijvoorbeeld 50% wel op deze manier moet worden uitgevoerd. Ga met elkaar in gesprek en zoek de verbinding met elkaar om te kijken naar een voor iedereen bevredigende oplossing. Vanzelfsprekend met oog voor de urgentie.’

 

Sterke band met bewoners

‘Maurits, je bent nu 58 jaar, heb je nog ambities in de politiek?’
‘Ik voel me vereerd dat ik wederom lijsttrekker mag zijn van het CDA in deze nieuwe gemeente. Ik mag een lijst aanvoeren met een heel divers gezelschap, ouderen en jongeren, boeren, burgers – hoewel ik ‘burger’ een rotwoord vind – en ondernemers, mensen uit alle kernen van de nieuwe gemeente. Mensen waar ik trots op ben en waarvan ik heel veel verwacht in de nabije toekomst. Met Franko hebben we de afgelopen jaren een uitstekende wethouder gehad en dankzij onder andere de niet aflatende ondersteuning van mederaadslid Jürgen Minten en de andere mensen in de (steun)fractie, heeft het CDA in deze gemeente een sterke band met de bewoners.’

 

Geen collegeakkoord, maar een raadsakkoord

‘Het CDA wil in de nieuwe raad kiezen voor een raadsakkoord in plaats van een college-akkoord. We willen zoveel mogelijk een betrokken raad bij het beleid. Dat de gekozen partijen echte invloed hebben op de inrichting van de nieuwe gemeente. Niet meer een strak college-akkoord, waarbij de collegepartijen elkaar stevig vasthouden in het beleid en weinig tot geen mogelijkheden bieden aan oppositiepartijen om hun wensen te doen verzilveren, maar we moeten samen tot een mooie toekomst van de nieuwe gemeente komen.’

 

Bewoners laten meedenken naam nieuwe gemeente

‘En overigens, die nieuwe gemeente hoeft voor het CDA niet Maashorst heten. We hebben als raadsfractie geopperd om de bewoners mee te laten denken over een goede naam voor de nieuwe gemeente.’

 

De toekomst zal het leren

‘Ik wil graag een rol spelen in deze ‘bestuurlijke’ vernieuwing. Niet alleen als raadslid zou ik dit willen doen, maar zeker ook als een mogelijke wethouder. Ik ben ervan overtuigd dat ik de capaciteiten bezit om dit noodzakelijke proces goed neer te zetten, in samenspraak met bestuurders, de raadsfracties en de bewoners van Uden en Landerd. Het houdt niet in dat ik het wil opnemen tegen Franko als wethouder, maar ik hoop dat we beiden als wethouder kunnen toetreden tot het nieuwe college. Dat zou het mooiste zijn. Anders laat ik het aan de CDA leden over wie van ons beiden het beste de belangen van de mensen kan dienen in het nieuwe college. Maar eerst moeten we de verkiezingsuitslag afwachten. En daar heb ik alle vertrouwen in.’

Lees hier meer over het CDA-verkiezingsprogramma!

 
Lees ook het interview met SP lijsttrekker Ton Segers
Lees ook het interview met UdenPlusLanderd lijsttrekker Tinie Kardol
Lees ook het interview met GroenLinks Landerd-Uden lijsttrekker Genoveef Lukassen

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

Boek Zoete Inval

GroenLinks Landerd-Uden lijsttrekker Genoveef Lukassen:

‘Wij gaan voor een dienstbare gemeente!’

GroenLinks Landerd-Uden lijsttrekker Genoveef Lukassen:

Door Rob Vrolijk

Ze werd in 1965 bij sluis 8 aan het kanaal in Helmond geboren en beleefde een gelukkige jeugd in Mariahout. Ze was reeds als kind enorm eigenzinnig en dat maakte de eerste jaren op de middelbare school niet gemakkelijk. In diezelfde tijd overleed ook nog eens haar moeder, maar ze liet zich niet uit het veld slaan. Ze wilde aanvankelijk werktuigbouwkunde studeren, maar koos uiteindelijk voor de lerarenopleiding tekenen en handvaardigheid. Gevolgd door een studie aan de kunstacademie. Met deze diploma’s op zak combineerde ze het kunstenaarschap in haar eigen atelier in Tilburg met nachtelijk fabriekswerk. Begin jaren ’90 voerde de liefde haar naar Uden, waar ze al snel werd geïntroduceerd bij Ateliers Uden Buiten. In gesprek met GroenLinks Landerd-Uden lijsttrekker Genoveef Lukassen.

‘Als puber was ik trouwens een VVD’er. Ik kwam vaak in een jongerencentrum waar veel politieke debatten werden gevoerd en je had twee keuzes: Of je was héél links of je was een VVD’er. In die tijd was Wiegel actief in de landelijke politiek en ik vond hem bijzonder helder. Dat sprak me aan, zonder dat ik al te veel nadacht over de gevolgen. Dat begreep ik later pas en toen ben ik links geworden. Wijsheid komt met de jaren, zullen we maar zeggen. Ik werd links, maar niet per sé GroenLinks. Ik heb op verschillende linkse partijen gestemd, voordat ik hier in Uden in gesprek kwam met Loek Borrèl en Ad van Driel. Met hen heb ik twee jaar lang, elke week een middag over politiek gesproken en uiteindelijk hebben we besloten om GroenLinks in Uden weer op de kaart te zetten.’

 

De grote vergissing van veel politici

‘Wat mij betreft is politiek géén spelletje, maar een poging om een zo prettig mogelijke samenleving te creëren voor iedereen! Wanneer je politiek als een spelletje ziet, dan heeft dat zoiets als de toeslagenaffaire tot gevolg. En in Uden gaat het niet anders, als je bijvoorbeeld ziet hoe de SP een aantal jaren geleden aan de kant is gezet, terwijl ze de verkiezingen ruim hadden gewonnen. Dat heet dan “een politiek spel”, maar het klopt gewoon niet.’
‘Zeker op lokaal niveau heb je het probleem dat sommige partijen niet meer dan vooruitgeschoven posten zijn van bepaalde belangengroepen. Het CDA heeft altijd de belangen van de boeren behartigt, de VVD – en recenter Jong Uden – die van de ondernemers. In verkiezingstijd gooien ze er een geraffineerde marketingcampagne tegenaan en die twee doelgroepen hebben voor de komende vier jaar hun schaapjes op het droge. Razendslim natuurlijk, maar de burgers die geen boer of ondernemer zijn, hebben er helemaal niets aan.’

 

Markt autovrij

‘Het plan om de Udense markt autovrij te maken, is daarvan een mooi voorbeeld. Na twee jaar hard werken door inwoners, ondernemers en de gemeente lag er een mooie centrumvisie. Met als kern een autovrije markt. Eigenlijk was iedereen het erover eens dat dat moet gebeuren. Ook de ondernemers die erbij waren betrokken. Maar na ruggenspraak van die ondernemers met hun achterban, werd het plan voor 50% teruggedraaid. En het vreemde is dat het college daarin moeiteloos meebuigt. De aandacht voor de ondernemers in de lokale politiek is gewoon veel te groot. Met als schijnredenering dat als het de ondernemers goed gaat, het met andere mensen ook goed gaat. Grote flauwekul! Maar dat is wel het algemene beleid geweest van de afgelopen 30 jaar en het gaat steeds slechter met een steeds grotere groep mensen!’

 

De energietransitie

‘De energietransitie is een belangrijk speerpunt voor onze partij. Daarom vinden wij dat het gemakkelijker moet zijn om van punt A naar punt B te fietsen. Niet alleen vanuit de kleinere kernen, maar zeker ook in de centra zelf. Door een andere inrichting wordt langzamer vervoer – met de fiets dus – een snellere optie. Dat kun je realiseren met brede en veilige fietspaden. Maar ook het openbaar vervoer moet sterk verbeterd worden. Dat iemand niet drie uur hoeft te wachten op een bus, of een taxi moet bellen om ergens te komen. Op termijn zou je kunnen denken aan openbaar vervoer zonder chauffeur. Om het gemakkelijker rendabel te maken. Verder willen we het systeem van deelauto’s verder uitbreiden. Er is al een systeem met 18 deelauto’s. Eén ervan staat in Zeeland en – sinds kort – ook één in Odiliapeel. Dat kan wat ons betreft veel breder getrokken worden.’

 

De dienstbare gemeente

‘Wij gaan voor een dienstbare gemeente. We willen ervoor zorgen dat mensen die hulp nodig hebben ook daadwerkelijk hulp krijgen en we willen laaggeletterden bereiken. We willen dat de gemeente beschikbaar is voor de burgers. Heb je ideeën of suggesties? Meld het aan ons. We willen graag met je meedenken. We willen zichtbaar zijn op vaste plekken in de gemeente waar mensen ons kunnen bereiken. Kun je dat niet, dan kan het telefonisch of via e-mail. Een dienstbare gemeente dus, maar ook als gemeente kunnen we het niet alleen. Dus we verwachten van de inwoners dat ze zelf ook het initiatief nemen. Dingen in hun buurt oppakken en bij ons melden. Zodat we een handje kunnen helpen om zaken te realiseren. Uden-Landerd moet echt een gezamenlijk project worden om een warme leefomgeving te creëren.’

 

Red de Maashorst!

‘Ander belangrijk item voor GroenLinks is voorkomen dat het natuurgebied de Maashorst verdroogt door de manier waarop er nu wordt afgewaterd. De toestand van het natuurgebied is echt rampzalig. Ondanks alle regen die de laatste tijd is gevallen, staat het grondwater nog steeds 10 cm onder het gewenste peil. Alle eiken in dit gebied sterven af. Als we op deze manier doorgaan, houd je een groot landschap met brandnetels over. En dat alles wordt veroorzaakt doordat er nog een paar boeren actief zijn in dat gebied. Die moeten op een fatsoenlijke manier worden uitgekocht. Niet om die boeren te pesten, maar om het natuurgebied te redden dat met zoveel inspanning en geld is gecreëerd. De vorige coalitie heeft zich sterk gemaakt om de nieuwe gemeente, Gemeente Maashorst te dopen. Dan is het raar als we datzelfde natuurgebied nu laten afsterven. Overigens zijn wij tegen de naam Gemeente Maashorst. Het is verwarrend, het is niet netjes tegenover Bernheze en Oss – met name Oss –, die er ook veel energie in hebben gestoken en ik vind het vreemd hoe we er met z’n allen nu toch onder die naam in deze constructie zijn gerommeld voor een jaar.’

 

Einde maken aan woningnood

‘Er staat op dit moment een hele grote groep mensen op een wachtlijst voor een woning. Niet dat we veel zwervers hebben in Uden, maar het betreft mensen die bij vrienden of familie inwonen en dat kan tot hele vervelende en zelfs onwenselijke situaties leiden. Dus wat ons betreft is het zaak om op zeer korte termijn betaalbare woningen te bouwen. Ook interessant in dat kader: je hebt in Uden veel braakliggende terreinen, waar nog alle benodigde leidingen onder de grond aanwezig zijn. Daar kunnen tijdelijke units worden neergezet om voor een deel de nood te lenigen. Met de nadruk op tijdelijk.

 

Instellen Rekenkamer

‘Tijdens de vorige regeerperiode heeft Uden Plus het ontbreken van een Rekenkamer aangekaart. Dat is toen ook door GroenLinks ondertekent. Maar dat is bijna achteloos aan de kant geschoven. Daar zaten de regerende partijen blijkbaar niet op te wachten natuurlijk. Zonder een Rekenkamer kan er van alles worden bekokstoofd zonder dat je achteraf precies kunt achterhalen wat het heeft gekost, uit welke middelen het is betaald en wat er met dat geld is gebeurd. In Landerd hebben ze zo’n Rekenkamer wel, dus ik heb al contact gezocht met enkele partijen daar en hen nadrukkelijk gevraagd om zich daar ook in de nieuwe fusiegemeente sterk voor te maken.’

 

‘Politiek is géén spelletje, maar een poging om een zo prettig mogelijke samenleving te creëren voor iedereen!’

Heb je suggiesties of ideeën voor verbetering van de leefomgeving van Landerd-Uden? Mail het naar uden@groenlinks.nl.

 
Lees ook het interview met SP lijsttrekker Ton Segers
Lees ook het interview met UdenPlusLanderd lijsttrekker Tinie Kardol
Lees ook het interview met CDA lijsttrekker Maurits van den Bosch

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

Boek Zoete Inval

Interview theater Markant directeur Jan Wouda

Interview theater Markant directeur Jan Wouda

 

Interview theater Markant directeur Jan Wouda:

‘Iedere Udenaar zou minimaal drie keer per jaar Markant moeten bezoeken!’

 

Door Loek Borrèl en Rob Vrolijk

 

Dat theater Markant directeur Jan Wouda verstand heeft van theaterzaken, staat buiten kijf. Hij was niet voor niets zeventien jaar directeur van theater De Schalm in Veldhoven. Met wellicht de nadruk op het tweede deel van het woord theaterzaken. Wouda is een man die met een grote mate van verantwoordelijkheidsgevoel op de winkel past. Dat is wel anders geweest in Markant. Daarnaast lijkt hij in zijn functie-invulling vooral sociaal-maatschappelijk betrokken. Hij zou wensen dat het theater er ook is voor mensen met een kleinere beurs. Middels kortingen via geëigende organisaties als bijvoorbeeld de voedselbank, in het kerstpakket van de Rotary of via een onzichtbaar kenmerk op de Udenpas. De pas die uiteindelijk niet doorging overigens. Over het theater puur als cultuurhuis heeft hij geen uitgesproken ideeën: ‘In een gemeente als Uden kun je een theater niet puur op cultuur runnen zoals dat in een grote stad wel kan. Je moet hier bij alles wat je als theaterdirecteur doet, nadenken over wat de toegevoegde waarde is voor de Udense burger. Markant heeft wat mij betreft ook de functie van de huiskamer van de stad’.

In de tweeënhalf jaar dat Wouda nu actief is in Uden, heeft hij een aantal opmerkelijke verschillen met het theater in Veldhoven geconstateerd: ‘Je moet hier in Uden niet te veel onbekende of minder toegankelijke theaterstukken programmeren. In Veldhoven was het publiek toch wat beter ingevoerd in bijvoorbeeld de toneeltraditie. Een ander uniek kenmerk van het Udense publiek is dat ze heel open en direct zijn. Als er bij theatervoorstellingen participatie van het publiek wordt verwacht, dan gaan de Udenaren daar heel gemakkelijk in mee. Dat zie je in andere plaatsen veel minder en dat is leuk om te ervaren.’ Maar het is vooral de zakelijke constructie waarin het theater wordt geëxploiteerd die Wouda bevalt: ‘Ik heb hier geen gemeente die zich voortdurend inmengt in de gang van zaken. Daarover zijn vooraf goede en duurzame afspraken gemaakt waarop een consistent beleid is te maken. In Veldhoven werden de cultuurpartijen bijvoorbeeld gedwongen tot een onduidelijke en niet haalbare samenwerking. Dergelijke processen zijn energie- en motivatievretend en leiden niet tot het beoogde financiële en culturele resultaat. Dáár heb ik hier in Uden gelukkig geen last van. De enige waarmee ik hier te maken heb, is Cor van der Heijden en die heeft maar één doel voor ogen: de cultuurbeleving in Uden zo optimaal mogelijk te laten floreren.’

 

De rol van cultuur in Nederland

‘In Nederland wordt cultuur voor een steeds belangrijker deel overgelaten aan de markt. In vergelijking met de ons omringende landen heeft de overheid er meer en meer z’n handen vanaf getrokken. Daarom gaat cultuur hier ook meer en meer richting entertainment. En dat is toch een groot verschil met bijvoorbeeld een land als België. Daar is cultuur nog echt iets van het volk en deel van hun identiteit. Geëngageerder. Dat zie je terug in hun toneelstukken, hun films en de popmuziek. Dat is toch van een andere orde dan hier in Nederland.’

 

Wat is goede theaterexploitatie

Wouda heeft een duidelijke visie op wat een goede theaterexploitatie is: ‘85% van de programmering moet zichzelf té veel inspanning verkopen : Youp van ’t Hek, Tino Martin, dat soort voorstellingen. Dan houd je 15% over om te experimenteren met nieuw talent.’
‘Bij het programmeren moet je ook altijd in de gaten houden wat er in de regio speelt. Met name de kleinere producties of de moeilijkere voorstellingen. Dat doen we altijd in overleg met de theaters in Meierijstad en Oss. Om te voorkomen dat we de voorstellingen te dicht op elkaar programmeren waardoor de financiële risico’s te groot worden.’

Een gevarieerde carrière

De professionele carrière van Wouda kent veel invalshoeken. Zo is hij na de middelbare school gestart met een studie theologie, die hij tijdelijk onderbrak voor een opleiding aan de Hogere Hotelschool waarna hij alsnog zijn theologiestudie voltooide. Binnen de cultuur en de sociale omgeving van het theater komen de aspecten van zijn studies bij elkaar. Vervolgens is hij een aantal jaren op projectbasis actief geweest voor Ngo’s als Artsen zonder Grenzen, Warchild, Save the Children en Oxfam. Voor deze organisaties deed hij onder meer logistieke ondersteuning, voorlichting en coördinatie in vluchtelingenkampen in Rwanda, Tanzania, Bosnië, Cuba en Haïti. Dat deed hij in totaal vijf jaar. Vervolgens gaf hij leiding aan een kringloopbedrijf voordat hij in Veldhoven bij De Schalm solliciteerde en werd aangenomen als theaterdirecteur. Deze functie bekleedde hij zeventien jaar totdat hij een nieuwe uitdaging zocht en vond in theater Markant waar hij sinds juni 2017 de scepter zwaait.

 

 

 

‘In Nederland wordt cultuur voor een steeds belangrijker deel overgelaten aan de markt. Daarom gaat het hier ook meer en meer richting entertainment.’

 

Cultuureffecten

Op de vraag of Markant met 685 zitplaatsen wellicht te groot is voor Uden, antwoordt Wouda dat die vraag alleen relevant zou zijn in het geval Uden van plan is om een nieuw theater te bouwen. En dat is nadrukkelijk niet het geval: ‘de omvang van het theater is een vaststaand gegeven waarmee we werken. Dankzij die omvang zijn we ook in staat om grote namen als Frans Bauer en Ellen ten Damme of grote musicals te programmeren. Dat geeft Uden toch een bepaalde uitstraling naar de directe omgeving. Hiervan profiteren bijvoorbeeld de markt en de horeca. En in indirecte zin het bedrijfsleven bij het aantrekken van goed personeel. Mensen willen toch wonen in een gemeente waar iets te beleven valt en wat dat betreft is Uden goed bedeeld. Want het is opmerkelijk dat een betrekkelijk kleine plaats als Uden zowel een groot theater als een vooraanstaand poppodium als De Pul heeft. Het enige wat we in Uden missen, is goed openbaar vervoer en dan met name een aansluiting met het treinnetwerk. Dat beperkt je als theater zowel in het aanbod aan artiesten als aan de publiekszijde.’




Prijsbeleid

We vragen Wouda hoe hij staat tegenover de ‘klachten’ vanuit de Udense bevolking dat de entreeprijzen zo hoog zijn. Niet alleen voor de professionele voorstellingen, maar ook die van de amateurs zoals de Udense Musical. Wouda: ‘Voor wat de Udense Musical betreft, bepalen zij zelf de hoogte van de entreekaartjes. En daarin is de huur van Markant niet de grootste kostenpost. Voor de professionele voorstellingen geldt dat ook deze entreeprijzen grotendeels worden bepaald door de impresariaten. Ik programmeer veel meer dan ik zou moeten doen, dus ik moet scherp inkopen. Meerkosten aan een voorstelling moeten dan vanuit de entreeprijs worden terug verdiend. Dit zijn bijvoorbeeld meerkosten van techniek, marketing et cetera, en dit afgezet tegen het aantal bezoekers dat ik verwacht. In het geval dat ik denk dat de entreeprijs te hoog uitvalt, ga ik terug naar het impresariaat en probeer ik een deal te sluiten waarbij het risico voor Markant beperkter is. Stel bijvoorbeeld dat voor een voorstelling of artiest € 8000,- wordt gevraagd en ik verwacht € 5000,- op te halen. Dan spreek ik met het impresariaat een lagere garantiebedrag af, met een verdeelsleutel voor alles wat er daarboven binnenkomt. 80% voor het impresariaat en 20% voor Markant. Op die manier probeer ik ook de entreeprijzen haalbaar te houden. Want in mijn optiek moet iedere Udenaar minimaal drie keer per jaar Markant bezoeken. Eén keer bij een professionele voorstelling, één keer bij een optreden van de kinderen, familie of vrienden tijdens een van de vele volksculturele activiteiten en één keer bij een zakelijk bedrijfsevenement.’

Lees ook het interview met onderwijsbestuurder Paul Rüpp over vrijheid: ‘We naderen het punt dat vrijheid wordt geprivatiseerd

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

Onderwijsbestuurder Paul Rüpp over vrijheid:

‘We naderen het punt dat vrijheid wordt geprivatiseerd’

Onderwijsbestuurder Paul Rüpp over vrijheid:

Door Loek Borrèl en Rob Vrolijk

Tijdens de dodenherdenking van 4 mei jongstleden op het ‘Engels Kerkhof’ in Uden hield voorzitter van het College van Bestuur van Avans Hogeschool Paul Rüpp een verhaal over vrijheid. Deze toespraak maakte dermate veel indruk dat Debatcentrum De Grens hem vroeg om zijn licht nogmaals over dit onderwerp te laten schijnen tijdens onze eerste bijeenkomst van het nieuwe seizoen. Op zondag 1 september. Ondanks zijn ongetwijfeld volle agenda, nam hij onze uitnodiging aan. Mooie aanleiding om hem tevens te vragen voor een interview en ook daarin zei hij zonder enige aarzeling zijn medewerking toe.







Rüpp voelt zich als jongeman aangetrokken door de politieke ideeën van Joop den Uyl en diens PvdA. Maar als hij in 1989 door oud-wethouder (van KVP/CDA-huize – red.) Harrie van den Elsen wordt uitgedaagd om na zijn actieve lidmaatschap van verschillende maatschappelijke organisaties en een correspondentschap bij het Brabants Dagblad bestuurdersverantwoordelijkheid te nemen, werd het om verschillende redenen toch CDA: ‘Ik had moeite met het PvdA standpunt om geen kernwapens te stationeren in Nederland. Ik was absoluut geen aanhanger van VS-president Ronald Reagan, maar ik ben ervan overtuigd dat onder andere de dreiging van stationering van kernwapens in Nederland heeft bijgedragen tot het beëindigen van de Koude Oorlog. Verder staat de PvdA in de socialistische traditie van de staat die alles regelt voor de burger. Terwijl de liberalen van de VVD de rol van de staat zoveel mogelijk willen minimaliseren en het individu centraal stellen. De confessionelen van het CDA staan daar tussenin. Wij leggen de verantwoordelijkheid bij de gemeenschap. Niet bij het individu. De gemeenschap biedt weliswaar alle ontplooiingsmogelijkheden voor het individu, maar wel altijd in verbinding met elkaar. Diezelfde gemeenschap dus. Bij het CDA horen de begrippen ‘publieke gerechtigheid’, ‘solidariteit’, ‘rentmeesterschap’ en ’spreiding van verantwoordelijkheid’. Dat sprak me destijds aan en dat doet het nog steeds. Al is de koers van het CDA – zeker onder Buma – drastisch anders.’

 

Liberalisering en privatisering


Is het voor Rüpp dan niet zuur dat juist het liberale gedachtegoed nu al ruim vijfentwintig jaar de boventoon voert in de politiek? En dat in de huidige politiek het ‘rentmeesterschap’ ten aanzien van milieuvraagstukken en de solidariteit met de zwakkeren in de samenleving ver te zoeken is? Rüpp: ‘In de politiek zie je stromingen opkomen en neergaan. Vanaf eind jaren tachtig kreeg het neoliberale denken stevig de wind in de rug. Ook in mijn partij. Met als gevolg privatisering van staatsbedrijven en schaalvergroting in allerlei sectoren, waaronder het onderwijs. Ik zie daar nu twee soorten reacties op. Aan de ene kant de nationalistische en chauvinistische met een sterk rechtse signatuur. Gericht op polarisatie. Aan de andere kant een beweging die er juist voor pleit om de verschillen tussen burgers te verkleinen. Een voorbeeld: denk aan de supervermogenden die de laatste decennia in de gelegenheid zijn gesteld om zichzelf exorbitant te verrijken tegenover een groeiende groep mensen die niet of nauwelijks hebben geprofiteerd van de economische groei. Dan is het de opdracht aan de politiek om die oplopende confrontatie te dempen en een beleid te entameren om de verschillen te verkleinen. En dat is nu juist wat die opkomende, zogenaamd populistische partijen niet doen. Tegelijkertijd begrijp ik hun populariteit wel. De globalisering is historisch gezien altijd voorbehouden aan een kleine groep vooraanstaanden. Voor hen is de aardbol inderdaad steeds kleiner geworden, maar een groot deel van de burgers heeft het te druk om financieel “het einde van de maand te halen”. Zij maken zich zorgen over de veiligheid in hun leefomgeving. De leefbaarheid ervan. Kunnen zij in de toekomst nog wel optimaal profiteren van de gezondheidszorg? Hoe ziet de toekomst van hun kinderen er uit?’

De chauvinistische politiek van de alfaman

‘De globalisering is met name in het voordeel van de extreem grote ondernemingen die geen band meer hebben met de gemeenschappen waarin ze zich begeven. Hun relatie met de mensen is niet meer dan “verleiden, betalen en afleveren”. Wat het extra cynisch maakt, is dat de macht van de aandeelhouders de laatste jaren zo enorm is toegenomen. De Begrippen als “solidariteit” of “investeren in de wortels van de samenleving” spelen geen enkele rol in dit soort bedrijven. De winsten vloeien dan ook niet terug in de markt, maar verdwijnen in de zakken van de aandeelhouders. Uiteindelijk destabiliseert dat de onderlinge solidariteit in de samenleving en ik vind dat we daar iets aan moeten doen.’ ‘De globalisering roept weerstand op bij kleinere bedrijven en mensen die zich verzetten tegen deze tendens en opkomen voor de eigen identiteit. Mijn stellingname tijdens die 4 mei lezing was dan ook dat wanneer mensen zich niet meer gehoord voelen, ze zichzelf afkeren van deze politiek en in opstand komen. Via mensen als Trump, Orban, Bolsonaro en Erdogan die zeggen dat ze naar hen luisteren en kiezen voor een nationalistische, chauvinistische politiek die appelleert aan die gevoelens van verlatenheid en achter gesteldheid.’

 

Privatisering is doorgeslagen

Op de vraag of het niet tijd is om de verzorgingsstaat zoals we die ooit hadden in afgeslankte vorm te herstellen, antwoordt Rüpp: ‘Alle politieke partijen komen voort uit emancipatiebewegingen die opkwamen voor de belangen van hun achtergestelde achterban. Of het nu de liberalen zijn, de socialisten of de katholieken. En die emancipatiebewegingen kregen allemaal hun vertegenwoordigers in het parlement. DENK is daar het laatste voorbeeld van. Tegelijkertijd zie je dat de laatste dertig jaar de consensus tussen de traditioneel grote stromingen enorm is toegenomen. De politiek werd minder een arena waar de tegenstellingen werden “uitgevochten” en meer het theater van het compromis. En in al die jaren hebben politieke beleidsmakers de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor cruciale maatschappelijke taken geprivatiseerd. Denk bijvoorbeeld aan gezondheidszorg, volkshuisvesting en onderwijs.’ ‘Vervolgens heeft de politiek in de meeste gevallen ook het toezicht ‘van zich af georganiseerd’, kijk bijvoorbeeld naar de Zorgautoriteit. Daar zit voor mij een knelpunt: de vraag is gewettigd of je publieke verantwoordelijkheid – bijvoorbeeld voor het geld dat door de gemeenschap is opgebracht – wel op deze manier mag organiseren. Moet die verantwoordelijkheid niet terug naar de democratisch gekozen overheid die vervolgens verantwoording aflegt aan de burgers? Want de niet-politieke bestuurders die nu de verantwoording dragen in al die nationaal georganiseerde toezichthoudende (bestuurs)organen, zijn niet rechtstreeks door het parlement ter verantwoording te roepen, laat staan dat de burger daar invloed op heeft. Daardoor wordt het schimmig en dus in de ogen van velen verdacht. De politiek dient zichzelf dus de vraag te stellen hoe ze onze publieke organisaties weer direct verantwoording kan laten afleggen aan de publieke overheid zonder overigens de uitvoering zelf ter hand te nemen. De besteding van de middelen, de inrichting van de organisatie, de staat van het onroerend goed moeten aan de publieke organisaties zelf worden overgelaten. De overheid controleert of de middelen doelmatig worden besteed conform de door de overheid opgelegde publieke doelstellingen met de daarbij horende kwaliteit en of de publieke instellingen hun beloften waar maken. En daar debatteert de Kamer over met de regering. Op die manier heeft de burger weer invloed op het beleid middels verkiezingen.’

 

 

 

‘De paradoxale neiging is er in de politiek en de samenleving om de vrijheid steeds verder te beperken om deze te behouden.’

 
 

Hoe bedrijf je identiteitspolitiek?

‘Een ander probleem van deze tijd is de discussie rondom identiteit. Francis Fukuyama schrijft in “Het einde van de geschiedenis en de laatste mens” dat elke beweging een tegenbeweging oproept. Net zo lang totdat vanuit die strijd een status quo is ontstaan van

 

Carrière in vogelvlucht

Paul Rüpp (10 december 1957, Breda) werd wel de ‘onderkoning van Brabant’ genoemd, maar zelf houdt hij zich verre van dit soort kwalificaties. Hij is zelfverzekerd, maar zeker niet arrogant. Hij geeft toe dat hij een zondagskind is en dat hij in zichzelf gelooft: ‘Ik ben eigenwijs, maar sta open voor tegenspraak. Dat levert betere resultaten op’, zo zegt hij in het Brabants Dagblad van 2 augustus 2003. Hoe het ook zij, wie Rüpp interviewt kan niet heen om zijn geslaagde carrière als politicus en bestuurder. Tussen 1991 en 1998 als wethouder van de gemeente Uden. Na vijf jaar directielidmaatschap bij Beter Bed keert Rüpp in 2003 terug in de politiek. Als lijsttrekker voor het CDA in Noord-Brabant en later als gedeputeerde van Noord-Brabant. Dat doet hij tot 2009 en sindsdien is hij voorzitter van het college van bestuur van Avans Hogeschool. Per 1 maart 2012 treedt hij toe tot het landelijke bestuur van de HBO-Raad. Sinds 1 januari 2013 is Rüpp voor Noord-Brabant Kamerheer van Koningin Beatrix en na de troonswisseling op 30 april 2013 van Koning Willem-Alexander.

“rust, orde en welzijn”. En dan houdt de geschiedenis op. Komt deze status quo er niet, dan krijg je steeds nieuwe tegenbewegingen. Zoals rond 2000 met de opkomst van Pim Fortuyn.’
‘Twee opmerkingen over identiteit. Positief is dat je als mens de erkenning krijgt dat je ertoe doet in de samenleving. Dat versterkt de gemeenschapszin. Aan de negatieve kant versterkt identiteit het groepsdenken in sekse, culturele, religieuze of politieke achtergrond waardoor de samenleving versplintert en polariseert. De gemeenschap als optelsom van afzonderlijke individuen of kleine groepen. Dat beangstigt me.’
‘Identiteitspolitiek in onze multiculturele samenleving vraagt om politici met verantwoordelijkheidsbesef. Die de kloof en de tegenstellingen niet willen vergroten en uitbuiten; maar juist oog hebben voor de samenhang. Met andere woorden: hoe behoud je het persoonlijke en het individuele terwijl je tegelijkertijd verbinding zoekt met die ander, vanuit een positie van respect en solidariteit.’
‘De sleutel tot het positieve “identiteitsbegrip” ligt in het onderwijs. Binnen de veilige muren van het klaslokaal moeten onderwijsgevenden en leerlingen/studenten open en vrij met elkaar in gesprek kunnen gaan over heikele onderwerpen. Docenten die bepaalde onderwerpen uit de weg gaan of niet aanhoren? Dat vind ik fout. De schoolleiding moet een situatie creëren waarin docenten en studenten zich volstrekt veilig voelen om hun mening te geven over wat dan ook. Iedere docent en leerling is vrij om te zijn wie of wat hij of zij is. Gevrijwaard van elke vorm van fysiek of psychisch geweld. De school is het eerste platform waar gemeenschapszin weer inhoud moet krijgen.’
‘Tijdens een rede op onze onderwijsdag in april van dit jaar heb ik mij uitdrukkelijk uitgelaten over de kliklijn van Forum van Democratie om “linkse” docenten aan te geven. Ik vind dat buitengewoon schadelijk. Zowel “linkse” als “rechtse” docenten moeten in alle vrijheid hun werk kunnen doen. Het is niet meer dan normaal dat studenten op een hogeschool weten welke mening hun docent er op na houdt. Ze zijn volwassen genoeg om met de docent in gesprek te gaan en hun eigen mening tegen het licht te houden. Dat is ook de kern van het open debat. Dat je je mening staaft aan die van anderen.’

 

Vrijheid onder druk

‘Met de komst van gastarbeiders in de jaren ’60 uit mediterrane gebieden, zie je vooral in de arbeiderswijken van grote steden een latent racisme opkomen. De samenstelling van de buurt verandert, mensen kunnen elkaar niet meer aanspreken omdat ze elkaar letterlijk niet verstaan, de culturele verschillen zorgen regelmatig voor onbegrip en later tot afwijzing. En terwijl de witte bevolking nog steeds niets merkt van racisme, de politiek dit onderwerp niet als een thema beschouwt, merkt de “nieuwkomer” dat de bejegening niet altijd positief is. Achteraf moeten we dus constateren dat we de uitwassen van de multiculturele samenleving te lang onbesproken hebben gelaten. We hebben het onbehagen in de oude buurten te lang genegeerd, begrip getoond voor het verkeerde en hebben als politiek geen goed beleid ontwikkeld om de specifieke bevolkingsveranderingen in goede banen te leiden. Aanvankelijk vooral in de grote steden, maar later ook in de provincie.’
‘Als gevolg van deze ontwikkelingen is onze vrijheid onder druk komen te staan. De paradoxale neiging is er in de politiek en de samenleving om de vrijheid steeds verder te beperken om deze te behouden. We maken steeds meer ad hoc wetgeving om zaken te regulieren die we niet binnen ons idee van vrijheid kunnen plaatsen. De wet “Gedeeltelijk verbod gezicht bedekkende kleding”, in de volksmond “het boerkaverbod”. Ik vind het bijna onvergeeflijk dat wij in Nederland instemmen met zo’n wetgeving. Los van de vraag of zo’n boerka vrouwonvriendelijk is of niet. De vrijheid om te dragen wat je wilt en te zijn wie je bent moet een grondrecht zijn in ons land. Je beperkt de vrijheid als je een groep hiervan uitsluit. De staat bemoeit zich steeds meer met ons privéleven. Een ander voorbeeld daarvan is het rookverbod in openbare gelegenheden. Rationeel heb ik er alle begrip voor dat er zoiets is als een antirookwetgeving. Het is goed voor de gezondheid, het eten in restaurants smaakt beter, maar het verbod schuurt enorm met de persoonlijke vrijheid van mensen om zelf te beslissen wat goed of fout voor hen is.’




Hoe heilig is onze vrijheid?

Het merkwaardige nu is dat juist de emancipatiestromingen als het liberalisme, de christendemocratie en een deel van de socialisten wetgeving invoeren die de verworven vrijheden weer inperken. Voortkomend uit ressentimenten in de samenleving waarmee veel stemmen zijn te winnen. We leven in een omgekeerde wereld. Politieke partijen opereren niet langer vanuit een eigen ideologie of gedachtegoed, maar op basis van strategische overwegingen. Met welke stellingnames krijg ik de meeste kiezers achter me. Dat is geen politiek bedrijven, maar marketing en daar heb ik weinig begrip voor. Het resulteert erin dat partijen nauwelijks in staat zijn de consequentie van een bepaald beleid onder ogen te zien, maar vooral kijken naar het korte termijn succes bij de potentiële stemmers. Met slechte wetgeving als gevolg.’
‘Ik vind het zorgwekkend dat we het punt naderen dat vrijheid wordt geprivatiseerd. Dat bepaalde groepen meer kansen op vrijheid hebben dan anderen. Ben je niet in staat om te leven volgens de ‘gezonde’ wetgeving van de overheid? Dan word je gestraft met vrijheidsbeperkende maatregelen. Of dat meer vrijheid kan worden ‘gekocht’. Dat iemand met veel geld gewoon zijn boetes op ongezond eten of roken waar dat niet mag gewoon kan betalen, terwijl de minderbedeelde zich steeds minder kan veroorloven.

 

Duidelijke keuze voor ontwikkelen eigen visie

Binnen het CDA zijn we in een fundamentele discussie beland hoe we de toekomst van de christendemocratie moeten vormgeven: moeten we ons oor te luister leggen bij de meningen die onder de bevolking leven en daar onze politiek op afstemmen? Of moeten we juist als christendemocratische politiek een eigen visie geven op de grote vragen voor de toekomst. Zoals je uit dit gesprek mag afleiden, kies ik volmondig voor het tweede.

Lees ook het interview met Maashorst Vooruit Voorman Jeroen van den Heuvel.

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval