Interview theater Markant directeur Jan Wouda

Interview theater Markant directeur Jan Wouda

 

Interview theater Markant directeur Jan Wouda:

‘Iedere Udenaar zou minimaal drie keer per jaar Markant moeten bezoeken!’

 

Door Loek Borrèl en Rob Vrolijk

 

Dat theater Markant directeur Jan Wouda verstand heeft van theaterzaken, staat buiten kijf. Hij was niet voor niets zeventien jaar directeur van theater De Schalm in Veldhoven. Met wellicht de nadruk op het tweede deel van het woord theaterzaken. Wouda is een man die met een grote mate van verantwoordelijkheidsgevoel op de winkel past. Dat is wel anders geweest in Markant. Daarnaast lijkt hij in zijn functie-invulling vooral sociaal-maatschappelijk betrokken. Hij zou wensen dat het theater er ook is voor mensen met een kleinere beurs. Middels kortingen via geëigende organisaties als bijvoorbeeld de voedselbank, in het kerstpakket van de Rotary of via een onzichtbaar kenmerk op de Udenpas. De pas die uiteindelijk niet doorging overigens. Over het theater puur als cultuurhuis heeft hij geen uitgesproken ideeën: ‘In een gemeente als Uden kun je een theater niet puur op cultuur runnen zoals dat in een grote stad wel kan. Je moet hier bij alles wat je als theaterdirecteur doet, nadenken over wat de toegevoegde waarde is voor de Udense burger. Markant heeft wat mij betreft ook de functie van de huiskamer van de stad’.

In de tweeënhalf jaar dat Wouda nu actief is in Uden, heeft hij een aantal opmerkelijke verschillen met het theater in Veldhoven geconstateerd: ‘Je moet hier in Uden niet te veel onbekende of minder toegankelijke theaterstukken programmeren. In Veldhoven was het publiek toch wat beter ingevoerd in bijvoorbeeld de toneeltraditie. Een ander uniek kenmerk van het Udense publiek is dat ze heel open en direct zijn. Als er bij theatervoorstellingen participatie van het publiek wordt verwacht, dan gaan de Udenaren daar heel gemakkelijk in mee. Dat zie je in andere plaatsen veel minder en dat is leuk om te ervaren.’ Maar het is vooral de zakelijke constructie waarin het theater wordt geëxploiteerd die Wouda bevalt: ‘Ik heb hier geen gemeente die zich voortdurend inmengt in de gang van zaken. Daarover zijn vooraf goede en duurzame afspraken gemaakt waarop een consistent beleid is te maken. In Veldhoven werden de cultuurpartijen bijvoorbeeld gedwongen tot een onduidelijke en niet haalbare samenwerking. Dergelijke processen zijn energie- en motivatievretend en leiden niet tot het beoogde financiële en culturele resultaat. Dáár heb ik hier in Uden gelukkig geen last van. De enige waarmee ik hier te maken heb, is Cor van der Heijden en die heeft maar één doel voor ogen: de cultuurbeleving in Uden zo optimaal mogelijk te laten floreren.’

 

De rol van cultuur in Nederland

‘In Nederland wordt cultuur voor een steeds belangrijker deel overgelaten aan de markt. In vergelijking met de ons omringende landen heeft de overheid er meer en meer z’n handen vanaf getrokken. Daarom gaat cultuur hier ook meer en meer richting entertainment. En dat is toch een groot verschil met bijvoorbeeld een land als België. Daar is cultuur nog echt iets van het volk en deel van hun identiteit. Geëngageerder. Dat zie je terug in hun toneelstukken, hun films en de popmuziek. Dat is toch van een andere orde dan hier in Nederland.’

 

Wat is goede theaterexploitatie

Wouda heeft een duidelijke visie op wat een goede theaterexploitatie is: ‘85% van de programmering moet zichzelf té veel inspanning verkopen : Youp van ’t Hek, Tino Martin, dat soort voorstellingen. Dan houd je 15% over om te experimenteren met nieuw talent.’
‘Bij het programmeren moet je ook altijd in de gaten houden wat er in de regio speelt. Met name de kleinere producties of de moeilijkere voorstellingen. Dat doen we altijd in overleg met de theaters in Meierijstad en Oss. Om te voorkomen dat we de voorstellingen te dicht op elkaar programmeren waardoor de financiële risico’s te groot worden.’

Een gevarieerde carrière

De professionele carrière van Wouda kent veel invalshoeken. Zo is hij na de middelbare school gestart met een studie theologie, die hij tijdelijk onderbrak voor een opleiding aan de Hogere Hotelschool waarna hij alsnog zijn theologiestudie voltooide. Binnen de cultuur en de sociale omgeving van het theater komen de aspecten van zijn studies bij elkaar. Vervolgens is hij een aantal jaren op projectbasis actief geweest voor Ngo’s als Artsen zonder Grenzen, Warchild, Save the Children en Oxfam. Voor deze organisaties deed hij onder meer logistieke ondersteuning, voorlichting en coördinatie in vluchtelingenkampen in Rwanda, Tanzania, Bosnië, Cuba en Haïti. Dat deed hij in totaal vijf jaar. Vervolgens gaf hij leiding aan een kringloopbedrijf voordat hij in Veldhoven bij De Schalm solliciteerde en werd aangenomen als theaterdirecteur. Deze functie bekleedde hij zeventien jaar totdat hij een nieuwe uitdaging zocht en vond in theater Markant waar hij sinds juni 2017 de scepter zwaait.

 

 

 

‘In Nederland wordt cultuur voor een steeds belangrijker deel overgelaten aan de markt. Daarom gaat het hier ook meer en meer richting entertainment.’

 

Cultuureffecten

Op de vraag of Markant met 685 zitplaatsen wellicht te groot is voor Uden, antwoordt Wouda dat die vraag alleen relevant zou zijn in het geval Uden van plan is om een nieuw theater te bouwen. En dat is nadrukkelijk niet het geval: ‘de omvang van het theater is een vaststaand gegeven waarmee we werken. Dankzij die omvang zijn we ook in staat om grote namen als Frans Bauer en Ellen ten Damme of grote musicals te programmeren. Dat geeft Uden toch een bepaalde uitstraling naar de directe omgeving. Hiervan profiteren bijvoorbeeld de markt en de horeca. En in indirecte zin het bedrijfsleven bij het aantrekken van goed personeel. Mensen willen toch wonen in een gemeente waar iets te beleven valt en wat dat betreft is Uden goed bedeeld. Want het is opmerkelijk dat een betrekkelijk kleine plaats als Uden zowel een groot theater als een vooraanstaand poppodium als De Pul heeft. Het enige wat we in Uden missen, is goed openbaar vervoer en dan met name een aansluiting met het treinnetwerk. Dat beperkt je als theater zowel in het aanbod aan artiesten als aan de publiekszijde.’




Prijsbeleid

We vragen Wouda hoe hij staat tegenover de ‘klachten’ vanuit de Udense bevolking dat de entreeprijzen zo hoog zijn. Niet alleen voor de professionele voorstellingen, maar ook die van de amateurs zoals de Udense Musical. Wouda: ‘Voor wat de Udense Musical betreft, bepalen zij zelf de hoogte van de entreekaartjes. En daarin is de huur van Markant niet de grootste kostenpost. Voor de professionele voorstellingen geldt dat ook deze entreeprijzen grotendeels worden bepaald door de impresariaten. Ik programmeer veel meer dan ik zou moeten doen, dus ik moet scherp inkopen. Meerkosten aan een voorstelling moeten dan vanuit de entreeprijs worden terug verdiend. Dit zijn bijvoorbeeld meerkosten van techniek, marketing et cetera, en dit afgezet tegen het aantal bezoekers dat ik verwacht. In het geval dat ik denk dat de entreeprijs te hoog uitvalt, ga ik terug naar het impresariaat en probeer ik een deal te sluiten waarbij het risico voor Markant beperkter is. Stel bijvoorbeeld dat voor een voorstelling of artiest € 8000,- wordt gevraagd en ik verwacht € 5000,- op te halen. Dan spreek ik met het impresariaat een lagere garantiebedrag af, met een verdeelsleutel voor alles wat er daarboven binnenkomt. 80% voor het impresariaat en 20% voor Markant. Op die manier probeer ik ook de entreeprijzen haalbaar te houden. Want in mijn optiek moet iedere Udenaar minimaal drie keer per jaar Markant bezoeken. Eén keer bij een professionele voorstelling, één keer bij een optreden van de kinderen, familie of vrienden tijdens een van de vele volksculturele activiteiten en één keer bij een zakelijk bedrijfsevenement.’

Lees ook het interview met onderwijsbestuurder Paul Rüpp over vrijheid: ‘We naderen het punt dat vrijheid wordt geprivatiseerd

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

Als ik het woord cultuur hoor, trek ik mijn pistool

Als ik het woord cultuur hoor, dan trek ik mijn pistool

‘Als ik het woord cultuur hoor, trek ik mijn pistool’ schijnt Hermann Göring ooit gezegd te hebben.
Natuurlijk wil ik de gemeente Uden absoluut niet vergelijken met het barbaarse regime van Göring en zijn kornuiten, maar met cultuur heeft het bestuur in onze gemeente nooit veel opgehad. Zo las ik in en officieel stuk op internet onder de titel ‘Cultureel lef en ondernemerschap’ het volgende:
‘Kunst en cultuur zijn belangrijke verbindingselementen in een veranderende gemeenschap als gevolg van de instroom van nieuwkomers/vluchtelingen. Wat met woorden niet direct uit te drukken is, kan met zang, dans en beeld vaak wel worden uitgelegd, waardoor integratie makkelijker wordt.’

Teken aan de wand

Volgens mij is dit tekenend voor hoe slordig er op bestuurlijk niveau in een dorp als Uden over kunst en cultuur wordt gedacht. Om te beginnen zijn die twee toch echt twee afzonderlijke grootheden. En wat ze dan wél gemeen hebben, is dat het zeker geen verbindingselementen zijn in de veranderende gemeenschap van tegenwoordig. Kunst niet omdat het intrinsiek z’n eigen gang gaat, ‘de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie’ volgens de dichter Willem Kloos. En cultuur is op dit moment juist het grote probleem bij de assimilatie van nieuwkomers/vluchtelingen. Veel autochtone inwoners van dit land zijn bang dat de eigen cultuur verloren gaat onder druk van de instroom van nieuwkomers.

 

Een goed stukje pantomime voor de nieuwkomers

Ook is het te bizar voor woorden dat de literatuur blijkbaar niet tot de grootheden kunst en cultuur wordt gerekend. In ieder geval niet om de integratie van die nieuwkomers te vergemakkelijken. Dat roept bij mij direct de vraag op hoe ze die nieuwkomers de Nederlandse taal willen gaan leren. Met een goed stukje pantomime en een gezellig achtergrondmuziekje?

 

We kappen d’r mee

Maar eigenlijk is het hele uitgangspunt om de gemeentelijke kunst en cultuur plannen te legitimeren met de problematiek van de nieuwkomers/vluchtelingen. Betekent dat ook dat op het moment dat die toestroom opdroogt, we in de beleidsstukken van de gemeente Uden mogen lezen: ‘Gezien het gegeven dat de instroom van nieuwkomers/vluchtelingen de laatste jaren volledig tot stilstand is gekomen, is ook de behoefte aan de verbindingselementen kunst en cultuur volledig is verdwenen. We kappen d’r mee.’

 

Wat betekent ‘cultureel lef en ondernemerschap’

En wat betekent trouwens die kop ‘Cultureel lef en ondernemerschap’. Dat je aan de ene kant Cultureel lef hebt en aan de andere kant ondernemerschap? Twee zaken die niets met elkaar van doen hebben. En dat je bijvoorbeeld kunt zeggen ‘ja, vroeger had Maarten wel cultureel lef, maar tegenwoordig heeft hij zo vreselijk veel last van z’n ondernemerschap.’ Of moeten we het juist zien als een combinatie van die twee? Cultureel lef én ondernemerschap. Dan krijg je volgens mij entertainment en dat heeft in ieder geval niets met kunst te maken. Wie daar meer van wil weten, moet maar eens lezen wat Martin Scorsese over Marvel zegt.

 

Geen idee

Weet je wat ik denk? Dat ze bij de gemeente Uden geen idee hebben wat ze er mee moeten. Niet met nieuwkomers/vluchtelingen en niet met kunst en cultuur. En dat ze het daarom maar op één hoop hebben gegooid.

 

Een fabel

Overigens is de zo-even aangehaalde uitspraak van de nazi-leider een fabel. Het werkelijke citaat luidt ‘Als ik het woord cultuur hoor, ontzeker ik mijn Browning’ en komt uit het toneelstuk ‘Schlageter’ van de auteur Hanns Johst.

Lees ook: Udens debatcentrum zoekt redactiekracht(en)!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

King Sunny Adé is geen Bob Marley…

King Sunny Adé is geen Bob Marley…Het is nu alweer zo’n 35 jaar geleden dat de popmuziek in een identiteitscrisis belandde. Disco was dood en de punk bleek toch niet zo revolutionair te zijn als sommige nog steeds denken. De elektronica begon langzamerhand de gitaren, drums en andere ‘levende’ instrumenten over te nemen en we begonnen de eerste fluorescerende lichtjes met ons mee te dragen voor die vreemde ‘house’-parties. Hiphop en rap leefde al op in de New Yorkse wijken als Brooklyn, Bronx en Staten Island, maar de echte doorbraak liet zich in de popmuziek nog een decennium op zich wachten.

 
Door Loek Borrèl

Onderhoudende muziek uit Afrika

Op zoek naar iets nieuws werd de popmuziek in het begin van de jaren tachtig vergast met muziek uit Afrika. Muziek uit Afrika? Ja, geen oerwoudklanken, trommels en stripfiguren, maar zeer onderhoudende muziek. Tientallen verschillende muzikale stromingen, van opzwepende dansmuziek uit Centraal Afrika tot hypnotiserende juju uit Nigeria. Muzikale kunstschatten, die voor het oprapen lagen.

 

Een nieuwe wereld gaat open

En ja, we kenden al een aantal Afrikaanse novelties, zoals Miriam Makeba, Fela Kuti, Hugh Masekela, misschien Manu Dibango, maar nooit was het gevoel geweest dat achter deze muzikanten honderden andere geweldenaren bleken te musiceren. En met het uitbrengen van twee simpele verzamelaars ‘Sound d’Afrique 1 & 2’ en het eerste in het westen uitgebrachte album van King Sunny Adé ‘Juju music’, bleek de hype compleet. Terwijl Sunny Adé alvast gekroond werd als de nieuwe Bob Marley, volgden in zijn voetsporen muzikale grootheden als Youssou N’Dour, Salif Keita, Thomas Mapfumo, Luambo Franco, Touré Kunda, en tientallen anderen.

 

Veel aandacht voor nieuwe kunstuitingen

Muziekkrant Oor besteedde veel aandacht aan deze ‘nieuwe’ muzikale kunstuitingen, de VPRO had op de zondagnacht twee uur over om al dat lekkers aan de luisteraar voor te schotelen, er verscheen zelfs een maandblad, dat alleen aandacht had voor Afrikaanse muziek en zelfs deze poptempel ontkwam er niet aan om een symposium te houden over Afrikaanse muziek.

 

Afrika is geen land!

Ondertussen besloot ik om in Amsterdam Afrikaanse politiek te gaan studeren en het symposium leek me wel iets om te gaan bekijken. Het bleek een chaotische discussie te worden waarbij onkunde, ongefundeerde romantiek en vooral ten toon gespreide superioriteitsgevoel naar boven kwam. Bovendien, Afrika leek dus weer één land, met één cultuur en één mensbeeld.

 

Verbonden met onafhankelijkheidsstrijd

Ik kwam erachter dat de muziek in Afrika sterk verbonden bleek met de onafhankelijkheidsstrijd, burgeroorlogen, de politieke emancipatie en ideologische machtsstructuren. Veel meer dan binnen de westerse muziek is de Afrikaanse muziek een voorzetting van de mondelinge of orale geschiedenis die de Afrikanen elkaar al eeuwenlang vertellen. Afrikaanse muziek wordt nog steeds gebruikt om mensen te waarschuwen tegen AIDS en ebola, maatschappelijke problemen, enz. Muzikanten zijn nog altijd gevaarlijke tegenstanders voor dictatoriale regimes.

 

Onderdeel van westerse muziek

Afrikaanse muziek werd in de jaren 80 een onderdeel van de westerse muziek. David Byrne van de Talking Heads maakte veelvuldig gebruik van Afrikaanse ritmes en Paul Simon doorbrak de Apartheids-boycot door zijn Graceland met Zuidafrikaanse topmusici op te nemen. De geweldige Mory Kante behaalde zelfs met zijn kora een nummer 1 positie in de hitlijsten met zijn geremixte hit ‘Yeke Yeke’.

 

Einde van een hype?

Tegelijkertijd bleek voor het snel ontevreden westerse publiek dat Afrikaanse muziek niet blijvend kon zijn. Het was een ‘hype’, leuk voor even, maar toch iets te primitief om te blijven draaien.

 

In ieder geval niet in Afrika

Voor mij blijft de Afrikaanse muziek boeien. Hoewel veel minder te verkrijgen, verschijnen er regelmatig overzichtsplaten met muziek uit Afrika. Veelal hoogst onbekende kunstschatten uit Mali, Guinée, Congo, enz. In Hertme wordt jaarlijks een festival gehouden met moderne Afrikaanse muziek. En ja, hiphop heeft ook Afrika in zijn greep gekregen. Nigeria is na de Verenigde Staten en Groot-Brittannië het land met de meest belangrijke hiphopartiesten. Toch blijft in Afrika de ‘traditionele’ moderne muziek nog veelvuldig uitgevoerd.

 

Kunstschatten

King Sunny Adé werd geen Bob Marley, Youssou N’Dour is tegenwoordig minister van cultuur in Senegal en muzikanten als Fela Kuti en Franco zijn in de jaren tachtig overleden aan AIDS. Het deert niet, we hebben de platen nog. Maar er liggen nog zoveel kunstschatten op de muziekliefhebber te wachten…

Lees ook: ‘Even over de grens: Afrika is geen land…

Bestaan kunst en cultuur in Uden bij gratie enthousiastelingen?

Kunst en cultuur in Uden bestaan bij gratie enthousiastelingenKunst en cultuur lijken vanzelfsprekende eenheden in de samenleving. Mensen ‘doen’ iets met een instrument, zetten een toneelgroepje op, boetseren wat of schilderen een wit vlak vol. Allemaal leuk en aardig, maar heeft het iets te maken met de ‘hardwerkende’ Nederlander? Iemand die voor dag en dauw het geld binnenbrengt en zorgt dat de economie draaiende wordt gehouden. Die hardwerkende mensen hebben geen tijd voor al dat creatieve gedoe en misschien vinden ze zelfs dat kunstenaars beter een ‘vak’ kunnen gaan leren en gewoon werken.

 
Door Loek Borrèl

 
In De Pul organiseerde het Debatcentrum ‘De Grens’ een Praatcafé over de huidige stand van zaken van kunst en cultuur in de gemeente en wilde ook nog eens ingaan op de wensen hoe het gesteld is met kunst en cultuur in de nieuwe fusiegemeente Uden-Landerd.

Cultuurinstituten sterk vertegenwoordigd in Uden

In de helaas matig bezochte bijeenkomst waren vijf prominente vertegenwoordigers uit de kunst- en cultuurwereld gevraagd hun licht te doen schijnen over de voorliggende vraagstelling. Jan Wouda, sinds medio 2017 directeur van Theater Markant, roemde de uitstekende culturele infrastructuur in de gemeente. Er zijn maar weinig gemeenten met ruim 40.000 inwoners die kunnen beschikken over een theater, een groot poppodium, een vestzaktheater, kunstgalerieën, muziekonderwijs, een kunst- en cultuurmarktplaats voor basisonderwijs en voorgezet onderwijs, enz. De gemeente is royaal als het gaat om subsidies, terwijl de verschillende cultuurorganisaties open staan voor initiatieven van bewoners: ‘Kom met ideeën en we kunnen samen tot nog meer innovatie en culturele verrijking komen’, lijkt Jan Wouda’s credo. Hij benadrukt dat het niet alleen moet gaan om subsidies ‘krijgen’, maar vooral ook, wat de gemeente noemt het ‘cultureel ondernemerschap’.

 

Subsidies voor versterking kunstklimaat

Terughoudender in zijn blik op de Udense kunst- en cultuurbeleving is architect en kunstenaar Anthony Litjes. Ook hij ziet dat de voorzieningen in Uden goed zijn, maar hij vindt tegelijkertijd dat het in Uden moeilijk is om kunst neer te zetten. De gemeente is niet proactief, kiest vaak voor het ‘makkelijke’ en heeft zelf geen weet wat het met de ‘eigen’ kunstenaars aan moet. Hij maakt niet of nauwelijks gebruik van kunstsubsidies, omdat de rompslomp eromheen hem meer hoofdbrekens kost dan het zelf maar te proberen. En juist de subsidies zijn geen ‘handje ophouden’, maar moeten dienen om het kunstklimaat in de gemeente te versterken.

 

Een moeizaam proces

Hij krijgt bijval van Sofie van den Krommenacker, theaterproducente. Sinds zij voor zichzelf is begonnen, heeft zij geen gedoe meer met de subsidieaanvragen. Maar het is voor haar wel zoveel mogelijk aanpakken om het hoofd boven water te houden. Ze heeft een aantal ‘vaste’ klanten, maar dat wil niet zeggen dat haar producties rijkelijk vloeien. Het is steeds onderhandelen met het theater of er wel voldoende middelen zijn om een productie van de grond te krijgen. Ze vindt de gemeente niet voldoende zichtbaar in het kunst- en cultuurdebat (daadwerkelijk niet: geen enkele politicus of gemeentelijke ambtenaar neemt de moeite om deze zondagmiddag vrij te maken om met het werkveld in gesprek te gaan), vraagt niet om subsidies, maar ondersteuning voor nieuwe initiatieven, mogelijkheden om talenten te begeleiden.

 

Gemeente verwijst (te) vaak door naar ‘grote’ instellingen

Iemand die veel met talenten werkt is Coen Grooten, rapper en cultureel ondernemer van ‘beroep’ (naast grafisch ontwerper). In zijn Muziekcentrum Uden komen uitvoerenden, docenten en zakelijk leiderschap bij elkaar. Zijn centrum begeleidt het aanstormende talent waar mogelijk en hij zoekt plekken waar zij hun kunsten vertonen. Wat hem heel erg stoort aan het huidige beleid is dat je als nieuwe cultuurorganisatie nauwelijks de kans krijgt om gebruik te maken van financiële ondersteuning van de gemeente. Deze verwijst graag door naar de ‘grote’ instellingen, waar het muziekcentrum dan ook veelal samenwerkingsverbanden mee heeft. Hij vindt het ook niet te pruimen dat de verschillende festivals in Uden erg ‘vijandig’ staan om Udens talent te programmeren, dan wel moet het veelal ‘gratis’ of voor heel weinig geld: ‘Het komt toch maar uit Uden’.

 

De noodzakelijkheid van kunst- & cultuuronderwijs

Janneke van Summeren van Kunst & Co is juist weer heel tevreden met het Udense aanbod en met name de aantrekkingskracht op de jongeren. Natuurlijk, haar organisatie heeft een spilfunctie op de markt van vraag- en aanbod tussen scholen en het kunst- en cultuurveld. Ze ziet dat jongeren, die in aanraking komen met muziek, dans, toneel, enz. zich ook voor deze disciplines willen inzetten. Ze vindt dat kunst- en cultuuronderwijs noodzakelijk is. Niet alleen omdat het ‘leuk’ zou zijn, maar het is de bewondering, de creativiteit, die jongeren uit hun comfort zone haalt en hun blik verruimt. Dat is belangrijk, zeker voor later.

 

De ambivalente houding van de gemeente

Kunst en cultuurbeleving in Uden is altijd iets geweest van enthousiastelingen. De Pul is hierdoor 50 jaar geleden ontstaan, maar ook Theater Markant is ooit bedacht omdat een theater mooie ‘cultuur’ naar deze gemeente kon brengen. En het huidige Kunst & Co. had nooit bestaan als niet een aantal zeer enthousiaste docenten van basis- en middelbaar onderwijs er niet stevig aantrokken. De gemeentelijke politiek heeft immer een ambivalente houding gehad ten aanzien van dit werkveld. Ergens zien ze de noodzaak ervan in, maar van een gestructureerd beleid is nu sprake. Er is sinds een aantal jaren geen vast aanspreekpunt op de gemeente.

 

Moet een gemeente ‘alles’ aanbieden?

Vanuit de zaal wordt geopperd dat kritiek op de gemeente van alle tijden is. Ook als het gaat om de ‘lage’ interesse van Udenaren als het om kunst en cultuur gaat. Mensen in Uden zijn hetzelfde als elders en ze kiezen doelbewust waar ze naartoe gaan en of zij ergens mee bezig willen zijn. Er is veel aanbod van kunst en cultuur. Je mag het niet allemaal ‘leuk’ of ‘interessant’ vinden, het staat je ook vrij om zelf aan de gang te gaan. En er zijn ook voldoende mensen en instellingen die willen samenwerken en meedoen. Laat echter de vanzelfsprekendheid varen, dat we ‘alles’ binnen onze gemeentegrenzen moeten hebben.

 

Devies fusiegemeente?

Voor de nieuwe fusiegemeente lijkt het devies om de bestaande infrastructuur te koesteren, maar ook te laten groeien. Geef meer kansen aan nieuwe initiatieven of zorg ervoor dat nieuwe initiatieven niet doodbloeden omdat er geen geld is of ondersteuning. Werk nog meer samen en koester als gemeente de talenten die je dorp meerwaarde schenken.

 

Cultureel ondernemerschap

Cultureel ondernemerschap is geen negatief begrip, maar let erop, niet iedere kunstenaar is tegelijkertijd een goede ondernemer. Janneke van Summeren geeft aan dat er in Uden ondersteuning bestaat voor de beginnende kunstenaar. Het moet alleen allemaal nog wat duidelijker worden gemaakt.

 

De jeugd heeft andere kanalen voor kunst & cultuur

Kunst en cultuur is niet meer alleen naar een museum gaan, een popzaal bezoeken of een theater meepikken. Dat je jongeren weinig ziet tussen het culturele uitgaanspubliek of dat er geen bandjescultuur meer heerst, heeft weinig te maken met de ongeïnteresseerde jeugd. Ze hebben andere kanalen om hun voorkeuren in de kunst en cultuur te laten blijken. Muzikanten die wij ‘ouderen’ niet kennen, zijn de idolen van morgen. Influencers zijn de culturele en kunstzinnige guru’s voor veel volgers. Zorg dat je als ‘ouder’ werkveld connecties legt met die nieuwe ‘kunstwereld’ en aanvaard dat wat jij misschien verschrikkelijk vind, heel veel jongeren kan aanspreken.

 

Een informatieve middag met (te) weinig bezoekers

Een zeer informatieve middag, waar vijf intelligente sprekers goed werden ondervraagd door Paula van Hout en Rob Vrolijk. Het is dan ook heel jammer dat zowel de politiek als ook de Udense mens zich niet heeft weten te mengen in het gesprek.

Lees ook: ‘Udens debatcentrum zoekt redactiekracht(en)!

Wat is de waarde van ‘kunst & cultuur’ voor een gemeenschap?

Wat is de waarde van 'kunst & cultuur' voor een gemeenschap?

Wat is de waarde van ‘kunst & cultuur’ voor een gemeenschap?

 
Gastcolumn door Jan Wouda, directeur Theater Markant

 
 
We zijn tegenwoordig gewend om tegen cultuur en kunst aan te kijken als een kostenpost. Op de grote winst en verliesrekening van de maatschappij staat, in Nederland althans, altijd een vet minteken: het kost geld.

 
Het levert in ieder geval voldoende op…
In de wereld van snelle effecten en korte termijn beleidsvoering (winst moet snel, het resultaat moet vooral concreet en korte termijn) moeten de cultuur zich dubbel verantwoorden.

Ja, cultuur zonder ondersteuning van landelijke, provinciale of gemeentelijke middelen is onmogelijk. Het cultuurproduct is arbeidsintensief en daardoor duurder als een “fast consumer product” uit een lage lonenland als China. En de waarde is ook nog eens niet direct in Euro’s uit te drukken.

Cultuur moet zich verantwoorden op de toegevoegde waarde. Wat levert dat bezoek aan de Pul de bezoeker en de gemeenschap op?
Hoeveel “rijker” wordt je van een bibliotheekbezoek of een cultuurcursus bij Kunst & Co? Wat krijg ik nou precies terug voor de prijs van dat theaterkaartje bij Markant?

 

De wetenschap is hier al langer mee bezig.

Muziek beluisteren of zelf spelen helpt mensen bij hun cognitieve ontwikkeling, hun lange termijn geheugen en . Een kind dat beter gaat leren en de aanwezige intelligentie ontwikkelt, heeft een gelukkiger leven en draagt onmetelijk veel bij aan de maatschappij. Als Andre Rieu de Limburgse kinderen naar de muziekschool stuurt profiteert de hele provincie Limburg daar van.

Muziek is ook emotie. Een oud liedje raakt ons en brengt ons terug in de tijd, net als geuren. Muziek raakt emoties die we als rationele wezens vaak wat op de achtergrond houden.

 

Volwassen worden op de planken:

 

In mijn vorige theater mocht ik ooit een rondleiding geven aan een groep kinderen die met een aantal begeleiders een theater mochten bekijken. Kinderen met behoorlijk grote rugzakjes die op sociaal en financieel gebied buiten hun schuld achterop waren geraakt.
Het enige dat ik had klaar gezet was een microfoon en een technicus voor wat lichteffecten.

Toen ik met ze het podium opliep durfde de eerste een klein hallo hallo te laten klinken door de microfoon. Toen de eerste over deze drempel was ging het los. De kinderen begonnen te joelen, gekke geluiden te maken en zich in het licht eventjes die ster te voelen. Die ster waarvan ze droomden, een droom die nu even heel bereikbaar leek.

 

Nadat iedereen was uitgeraast durft het meest verlegen meisje de microfoon te pakken. Ze begint een liedje dat ze zelf bedacht heeft en dat over gepest worden gaat. Begeleiders, ik en de kinderen kijken elkaar aan om dit onverwachte hartverscheurende lied. Letterlijk

kippenvel om te zien hoe een verborgen talent kan ontluiken en kinderen zelfrespect, eigenwaarde en de durf geeft om zich weerbaar te maken en ontplooien.

 

Toneel maakt bespreekbaar

 

Toneel, film en beeldend theater maken zaken los, durven taboes en lastige thema’s te bespreken en raken meer dan andere media de kern van de zaak. Wat deden Turks Fruit, Virginia Woolf of De Verleiders (toneel over bankschandalen) met hun publiek? Bahnhof Zoo zette de soms onbereikbare jeugd aan om eens dieper na te denken over drugsgebruik, eenzaamheid.

 

Geluk is een vol theater, of een volle Pul.

 

We voelen ons goed bij goede kunst, zowel bij de moeilijker klassieke muziek als bij Andre Hazes. De ervaring van de beleving maakt al gelukkig, net als het collectief beleven van dat concert of dat stuk.

Wie een ervaringsaankoop doet, bijvoorbeeld een concertbezoek, of wie een materiele geluksaankoop doet, bijvoorbeeld parfum kopen, wie beleeft een week na de aankoop nog het geluk er van?

 

Juist, de bezoeker van de belevenis.

 

Wie kunst en cultuur zie als een kostenpost op de lokale of landelijke begroting doet er goed aan om de waarde die cultuur vertegenwoordigt niet meteen in geld uit te drukken maar eerder te kijken naar de meerwaardes zoals zo juist beschreven. Onbetaalbare ervaringen.

Overigens, ook economisch levert cultuur veel op. Werkgelegenheid, een goed woon en werk klimaat, een plaats om trots op te zijn in plaats van een stad die leeg loopt. Het voert nu te ver die opbrengst verder te kapitaliseren, dan doen we een andere keer.

Ik ben een trotse Udenaar geworden want al die faciliteiten hier en al die talenten en initiatieven zijn hier op een goed niveau aanwezig.

Lees ook: ‘Hoe kunstvriendelijk is de gemeente Uden?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval