Interview theater Markant directeur Jan Wouda

Interview theater Markant directeur Jan Wouda

 

Interview theater Markant directeur Jan Wouda:

‘Iedere Udenaar zou minimaal drie keer per jaar Markant moeten bezoeken!’

 

Door Loek Borrèl en Rob Vrolijk

 

Dat theater Markant directeur Jan Wouda verstand heeft van theaterzaken, staat buiten kijf. Hij was niet voor niets zeventien jaar directeur van theater De Schalm in Veldhoven. Met wellicht de nadruk op het tweede deel van het woord theaterzaken. Wouda is een man die met een grote mate van verantwoordelijkheidsgevoel op de winkel past. Dat is wel anders geweest in Markant. Daarnaast lijkt hij in zijn functie-invulling vooral sociaal-maatschappelijk betrokken. Hij zou wensen dat het theater er ook is voor mensen met een kleinere beurs. Middels kortingen via geëigende organisaties als bijvoorbeeld de voedselbank, in het kerstpakket van de Rotary of via een onzichtbaar kenmerk op de Udenpas. De pas die uiteindelijk niet doorging overigens. Over het theater puur als cultuurhuis heeft hij geen uitgesproken ideeën: ‘In een gemeente als Uden kun je een theater niet puur op cultuur runnen zoals dat in een grote stad wel kan. Je moet hier bij alles wat je als theaterdirecteur doet, nadenken over wat de toegevoegde waarde is voor de Udense burger. Markant heeft wat mij betreft ook de functie van de huiskamer van de stad’.

In de tweeënhalf jaar dat Wouda nu actief is in Uden, heeft hij een aantal opmerkelijke verschillen met het theater in Veldhoven geconstateerd: ‘Je moet hier in Uden niet te veel onbekende of minder toegankelijke theaterstukken programmeren. In Veldhoven was het publiek toch wat beter ingevoerd in bijvoorbeeld de toneeltraditie. Een ander uniek kenmerk van het Udense publiek is dat ze heel open en direct zijn. Als er bij theatervoorstellingen participatie van het publiek wordt verwacht, dan gaan de Udenaren daar heel gemakkelijk in mee. Dat zie je in andere plaatsen veel minder en dat is leuk om te ervaren.’ Maar het is vooral de zakelijke constructie waarin het theater wordt geëxploiteerd die Wouda bevalt: ‘Ik heb hier geen gemeente die zich voortdurend inmengt in de gang van zaken. Daarover zijn vooraf goede en duurzame afspraken gemaakt waarop een consistent beleid is te maken. In Veldhoven werden de cultuurpartijen bijvoorbeeld gedwongen tot een onduidelijke en niet haalbare samenwerking. Dergelijke processen zijn energie- en motivatievretend en leiden niet tot het beoogde financiële en culturele resultaat. Dáár heb ik hier in Uden gelukkig geen last van. De enige waarmee ik hier te maken heb, is Cor van der Heijden en die heeft maar één doel voor ogen: de cultuurbeleving in Uden zo optimaal mogelijk te laten floreren.’

 

De rol van cultuur in Nederland

‘In Nederland wordt cultuur voor een steeds belangrijker deel overgelaten aan de markt. In vergelijking met de ons omringende landen heeft de overheid er meer en meer z’n handen vanaf getrokken. Daarom gaat cultuur hier ook meer en meer richting entertainment. En dat is toch een groot verschil met bijvoorbeeld een land als België. Daar is cultuur nog echt iets van het volk en deel van hun identiteit. Geëngageerder. Dat zie je terug in hun toneelstukken, hun films en de popmuziek. Dat is toch van een andere orde dan hier in Nederland.’

 

Wat is goede theaterexploitatie

Wouda heeft een duidelijke visie op wat een goede theaterexploitatie is: ‘85% van de programmering moet zichzelf té veel inspanning verkopen : Youp van ’t Hek, Tino Martin, dat soort voorstellingen. Dan houd je 15% over om te experimenteren met nieuw talent.’
‘Bij het programmeren moet je ook altijd in de gaten houden wat er in de regio speelt. Met name de kleinere producties of de moeilijkere voorstellingen. Dat doen we altijd in overleg met de theaters in Meierijstad en Oss. Om te voorkomen dat we de voorstellingen te dicht op elkaar programmeren waardoor de financiële risico’s te groot worden.’

Een gevarieerde carrière

De professionele carrière van Wouda kent veel invalshoeken. Zo is hij na de middelbare school gestart met een studie theologie, die hij tijdelijk onderbrak voor een opleiding aan de Hogere Hotelschool waarna hij alsnog zijn theologiestudie voltooide. Binnen de cultuur en de sociale omgeving van het theater komen de aspecten van zijn studies bij elkaar. Vervolgens is hij een aantal jaren op projectbasis actief geweest voor Ngo’s als Artsen zonder Grenzen, Warchild, Save the Children en Oxfam. Voor deze organisaties deed hij onder meer logistieke ondersteuning, voorlichting en coördinatie in vluchtelingenkampen in Rwanda, Tanzania, Bosnië, Cuba en Haïti. Dat deed hij in totaal vijf jaar. Vervolgens gaf hij leiding aan een kringloopbedrijf voordat hij in Veldhoven bij De Schalm solliciteerde en werd aangenomen als theaterdirecteur. Deze functie bekleedde hij zeventien jaar totdat hij een nieuwe uitdaging zocht en vond in theater Markant waar hij sinds juni 2017 de scepter zwaait.

 

 

 

‘In Nederland wordt cultuur voor een steeds belangrijker deel overgelaten aan de markt. Daarom gaat het hier ook meer en meer richting entertainment.’

 

Cultuureffecten

Op de vraag of Markant met 685 zitplaatsen wellicht te groot is voor Uden, antwoordt Wouda dat die vraag alleen relevant zou zijn in het geval Uden van plan is om een nieuw theater te bouwen. En dat is nadrukkelijk niet het geval: ‘de omvang van het theater is een vaststaand gegeven waarmee we werken. Dankzij die omvang zijn we ook in staat om grote namen als Frans Bauer en Ellen ten Damme of grote musicals te programmeren. Dat geeft Uden toch een bepaalde uitstraling naar de directe omgeving. Hiervan profiteren bijvoorbeeld de markt en de horeca. En in indirecte zin het bedrijfsleven bij het aantrekken van goed personeel. Mensen willen toch wonen in een gemeente waar iets te beleven valt en wat dat betreft is Uden goed bedeeld. Want het is opmerkelijk dat een betrekkelijk kleine plaats als Uden zowel een groot theater als een vooraanstaand poppodium als De Pul heeft. Het enige wat we in Uden missen, is goed openbaar vervoer en dan met name een aansluiting met het treinnetwerk. Dat beperkt je als theater zowel in het aanbod aan artiesten als aan de publiekszijde.’




Prijsbeleid

We vragen Wouda hoe hij staat tegenover de ‘klachten’ vanuit de Udense bevolking dat de entreeprijzen zo hoog zijn. Niet alleen voor de professionele voorstellingen, maar ook die van de amateurs zoals de Udense Musical. Wouda: ‘Voor wat de Udense Musical betreft, bepalen zij zelf de hoogte van de entreekaartjes. En daarin is de huur van Markant niet de grootste kostenpost. Voor de professionele voorstellingen geldt dat ook deze entreeprijzen grotendeels worden bepaald door de impresariaten. Ik programmeer veel meer dan ik zou moeten doen, dus ik moet scherp inkopen. Meerkosten aan een voorstelling moeten dan vanuit de entreeprijs worden terug verdiend. Dit zijn bijvoorbeeld meerkosten van techniek, marketing et cetera, en dit afgezet tegen het aantal bezoekers dat ik verwacht. In het geval dat ik denk dat de entreeprijs te hoog uitvalt, ga ik terug naar het impresariaat en probeer ik een deal te sluiten waarbij het risico voor Markant beperkter is. Stel bijvoorbeeld dat voor een voorstelling of artiest € 8000,- wordt gevraagd en ik verwacht € 5000,- op te halen. Dan spreek ik met het impresariaat een lagere garantiebedrag af, met een verdeelsleutel voor alles wat er daarboven binnenkomt. 80% voor het impresariaat en 20% voor Markant. Op die manier probeer ik ook de entreeprijzen haalbaar te houden. Want in mijn optiek moet iedere Udenaar minimaal drie keer per jaar Markant bezoeken. Eén keer bij een professionele voorstelling, één keer bij een optreden van de kinderen, familie of vrienden tijdens een van de vele volksculturele activiteiten en één keer bij een zakelijk bedrijfsevenement.’

Lees ook het interview met onderwijsbestuurder Paul Rüpp over vrijheid: ‘We naderen het punt dat vrijheid wordt geprivatiseerd

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval