The future of shopping center Uden through Amsterdam eyes, with an Eindhoven sauce

The future of shopping center Uden through Amsterdam eyes, with an Eindhoven sauce
 
Oftewel: de toekomst van het Udense winkelcentrum door Amsterdamse ogen, met een Eindhovens sausje
 

Door Paula van Hout

 
‘Samen de stad mooier maken.’ Dat stond op het scherm als opening van de avond waar ondernemers en bewoners van het Udense winkelcentrum samen kwamen op woensdag 25 september in de raadzaal van het gemeentehuis in Uden.
Udenaren hebben het nooit over de stad, als ze het over hun dorp hebben. Dus die titel zou lang geleden ‘samen de straat mooier maken’, zijn. Later is ‘de straat’ vervangen door ‘het dorp’, of nog concreter, ‘het centrum’.

De avond werd voorgezeten door Pascal Spijkerman, van het Amsterdamse bedrijf Stad & Co. Een buitenstaander. Een adviseur in de stedelijke economie, maar zoals later die avond blijkt, geen idee heeft hoe het centrum van Uden eruit ziet. Als er concreet voorbeelden worden genoemd door deelnemers, heeft hij zelf geen idee waar ze het over hebben.







Emotieloze blik

De gemeente Uden wil graag samen met belanghebbenden een stevige visie ontwikkelen op een toekomstbestendig centrum. Het centrumgebied is een belangrijk verblijfsgebied én visitekaartje van Uden. Daar komen niet alleen inwoners van de gemeente Uden naartoe, maar ook van andere gemeenten, om te winkelen, elkaar te ontmoeten en om de verschillende (publieke) functies te bezoeken. Stad & Co is er daar een van. Een bedrijf dat met vreemde ogen kijkt naar ons centrum. Dat kan voordelen hebben, zeker. Maar van een warme betrokkenheid is geen sprake. Want als iemand het in de zaal heeft over het groen in het centrum, weet Pascal Spijkerman niet dat het huidige groen o.a bestaat uit eeuwenoude lindebomen. Dit bedrijf kijkt met kennersogen naar de inrichting van ons centrum, maar daarbij speelt emotie geen rol. Het zijn immers Amsterdammers die tijdelijk een project uitvoeren in Uden.

 

Van ‘place to buy’ via ‘place to be’ naar ‘place to need’?

Daarom is het belangrijk dat de Udenaren zelf ook een stem krijgen. Samen wil Uden dus een visie opstellen, die uiteindelijk bijdraagt aan een toekomstbestendig en levendig centrum, waar het goed wonen, werken, ondernemen en toeven is. Een centrum ook dat het verzorgingsgebied van de regio blijft. Uden zal een accentverschuiving in gang moeten zetten, zodat ons centrum niet langer alleen een ‘place to buy is, maar ook een place to be en misschien zelfs een place to need’.

 

Kan het verhaal ook in het Nederlands?

Een bezoekster vroeg overigens na een (te) lange presentatie van ‘stadschoreograaf Martijn van Dijck, of zijn verhaal ook in het Nederlands kon, want ze sprak geen Engels. Van Dijck is eigenaar van Splaces, een bureau uit Eindhoven dat zich bezighoudt met het succes van ‘de plek’, ons gedrag in de openbare ruimte en de wonderlijke relatie die mensen hebben met plekken. Naast onderzoek en advies verzorgt van Dijck als stadschoreograaf presentaties over o.a. ‘placemaking’ en de kracht van de openbare ruimte. Dat deed hij dus ook in Uden, met veel enthousiasme. Hij had in ieder geval wel met eigen ogen rond gekeken in het Udense centrum.

 

Het verhaal van de wethouder

Wethouder Gijs van Heeswijk hield een verhaal over het doel en proces van het ‘Project Visie op het centrum van Uden’. Er wordt met o.a de input door belanghebbenden een uitvoeringsprogramma opgesteld met een kostenplaatje. Bij voorkeur doet de wethouder dat allemaal zoveel mogelijk samen met betrokken Udenaren. Nadat de raad hierover heeft besloten, wordt er vanaf de tweede helft van 2020 uitvoering aan gegeven. Mogelijk zijn er al dingen die eerder aangepakt kunnen worden. Het gaat over het rendabel maken van het centrum, over vragen. Bijvoorbeeld: moet er meer groen komen? Zijn er teveel of genoeg evenementen? Is het centrum leefbaar? Hoe zit het met parkeren? Moet het centrum misschien inkrimpen?. Allemaal vragen die beantwoord moeten worden en waarvoor oplossingen moeten komen.

 

Werkgroep Ondernemerschap

Er komt een werkgroep Ondernemerschap die begeleidt wordt door Eugène van Gerwen, ook van Stad & Co. Wellicht dat er later ook een werkgroep komt die vooral naar de sociale aspecten kijkt, zoals bijvoorbeeld de toegankelijkheid voor ouderen.
Volgens Van Heeswijk is het verleidelijk voor belanghebbenden om te preken voor eigen parochie, maar hij hoopt dat iedereen meedenkt voor het algemene belang.

 

Straatpraat-sessies met de stadschoreograaf

Stadschoreograaf Martijn van Dijck ging onlangs samen met belangstellenden straatpraat-sessies houden. In groepjes gingen zij het centrum in, plekken bekijken en mensen vragen stellen. Waarom doet die ene plek het wel en die andere niet. Wat is de kracht van de ene plek en waarom is de andere voor verbetering vatbaar, enzovoorts.

 

Maar eerst stickers plakken

Tijdens de pauze hebben bezoekers van de avond als voorbereiding op die straatpraat, stickers geplakt op een kaart van het centrum. Groene stickers voor goeie plekken, rode voor gevaarlijke situaties en gele voor plekken die potentie hebben.
Tijdens werksessies op 16 en 30 oktober worden onderdelen verder uitgewerkt. Op 13 november is de slotbijeenkomst.

 

Uden winkelcentrum heeft het zwaar

Daarna zou wethouder Gijs van Heeswijk voldoende moeten weten van Udenaren waar ze naar toe willen met hun centrum. Of de gemeenteraad daar vervolgens mee vooruit kan, zal moeten blijken. Over een ding is Van Heeswijk in ieder geval eerlijk: ‘Uden staat onder druk, het centrum heeft het zwaar. Daarom moeten we er samen een nieuwe betekenis aan geven. Het is niet meer de plek waar je alleen naar toe gaat om te winkelen. Het moet de plek worden waar je wil zijn.’

 

Lees ook: ‘Zeer levendig debat tijdens eerste middag in nieuwe seizoen Debatcentrum De Grens

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

Zondag 6 oktober Debatcentrum De Grens

Zondag 6 oktober Debatcentrum De Grens



De Maashorst: natuurgebied of pretpark?

 
De Maashorst: natuurgebied of pretpark? –  Zondag 6 oktober Debatcentrum De Grens – Natuurgebied De Maashorst komt op allerlei manieren in het nieuws. Het gebied is in beweging. Het van oorsprong rustige natuurgebied met kleinschalige landbouw en op beperkte schaal recreatie is de afgelopen jaren met nadruk onder de aandacht gebracht. Meer mensen moesten het gebied leren kennen. En, de natuur moest bovendien in zijn oorspronkelijke staat terug gebracht worden. Inmiddels is er heel veel gebeurd, maar is dat allemaal goed uitgepakt?

 
Waar hebben we het nu over, als we over De Maashorst praten? Is het nou een natuurgebied, of kunnen we het ook een soort van pretpark noemen? Wat is nou het belangrijkste, de natuur of de economie? Moeten we blij zijn met al die extra bezoekers en bedrijvigheid? En, hoe is het met de Maashorstboeren? Krijgen die nog wel een kans om te boeren? De bouw van nog meer bungalows op camping Hartje Groen, leuk. Of wordt het teveel van het goede? En uiteraard, die grote grazers, die zijn er ook.
Hier gaan we het op 6 oktober over hebben … Met een keur aan gasten, maar zeker ook met u als publiek. Kom dus zondag 6 oktober naar Debatcentrum De Grens en discussieer mee.

 
Locatie: De Pul, Kapelstraat 13, 5401 EC Uden. Zaal open: 13.00 uur. Aanvang programma: 13.30 uur.

 
Lees ook: ‘Posbank: natuurgebied of pretpark?‘ en ‘Kwetsbare natuurgebieden dreigen “pretparken” te worden

 
Verslag vorige debatmiddag: ‘Zeer levendig debat tijdens eerste middag in nieuwe seizoen Debatcentrum De Grens

Even over De Grens …

Even over De Grens…

 

Column Loek Borrèl uitgesproken op 1 september 2019 tijdens de debatmiddag van ‘Debatcentrum Grens’

 
Als medewerker van Debatcentrum De Grens werd ik in de gelegenheid gesteld om zelf ook een woordje te doen tijdens de plenaire bijeenkomsten. Ik hoefde maar kort in beraad te gaan waar mijn maandelijkse causerie over zou moeten gaan. Het deed mij deugd dat de redactie direct instemde met mijn voorstel tot een column. Dat de column een praatje net voor de pauze zou worden, mocht de pret niet drukken.

Midden jaren tachtig trok ik naar Amsterdam om mijn studie politicologie nieuwe impulsen te geven. In Nijmegen was ik een beetje op een dood spoor geraakt. Ik begon met frisse moed aan de studie Internationale Betrekkingen en zocht mogelijkheden om ergens Afrika bezuiden de Sahara binnen deze studie te vinden. Nou, dat bleek nogal een probleem. Europese politiek, Amerikanisme en Oost-Europa, dát waren de studies. Zoals ook de regio’s Latijns-Amerika, Azië en het Midden-Oosten populair waren onder studenten. O ja, ook Zuid-Afrika was een hit. Toen ik me aanmeldde voor een klein bijvak ‘Apartheid’ bleek er een wachtlijst te zijn, want de dertig plekken voor de vakgroep waren bezet. Maar Afrika bezuiden de Sahara, nou nee, niet één student in mijn studiejaar was genegen om zich met Zwart Afrika te bemoeien.










Met ondersteuning van de faculteit

De decaan van de faculteit had wel met me te doen, dus ik was regelmatig te vinden in zijn werkkamer om te kijken of we een mouw konden passen aan mijn wens om Afrikaanse politiek te studeren. Het werd dus een vrije studie binnen Internationale Betrekkingen. Met ondersteuning van de faculteit in het geval ik genood was om studieonderdelen elders te volgen. In Nederland, maar ook ook in Leuven, waar ze me overigens meermalen hebben voorgesteld om de studie aldaar af te ronden.

 

Een uitglijer van formaat

Om mij niet alleen te focussen op de ontwikkelingen van zoiets als ‘Afrikaanse politiek’, zocht ik contact met de decaan culturele antropologie/niet-westerse sociologie. Om aldaar een groot bijvak te volgen. ‘Waarom Afrika?’, vroeg hij hardop af, met een ‘publiek’ van vijf andere docenten in zijn werkkamer. ‘Waarom Afrika? Is het voor jou niet beter om iets met Azië te doen?’ …
Klaarblijkelijk zag hij de verbijstering in de ogen van de aanwezigen al snel, maar de uitglijer was in al z’n glorie reeds gemaakt. Maar het kon nog erger: ‘Sorry, sorry… maar ik wilde je alleen maar helpen om een juiste studiekeuze te maken. Dat is mijn werk.’ Op dat moment greep één van de aanwezigen in en duwde me de werkkamer uit om me uit te nodigen één van zijn colleges te volgen: het bijvak ‘inleiding in de Afrikaanse gemeenschap’.

 

Een ten dode opgeschreven continent

Mijn start was dus geplaveid met misstanden, onduidelijkheden en vooral heel veel zelfstudie. Onbegrip ook vaak. Het continent zou ten dode zijn opgeschreven. Er heersen alleen maar corrupte dictators, die hun bevolkingen laten creperen van de honger en de ellende. De mensen aldaar leven nog in de oertijd en ze zijn intellectueel niet in staat om onze hoge standaard van leven ooit te bereiken. Afrika zal voor altijd afhankelijk zijn van de ontwikkelingsgelden uit het rijke Noorden. En tegenwoordig is Afrika een mooi onderwerp in Europese politieke arena’s omdat ze binnenkort met z’n allen naar onze Boreale wereld trekken. Die uil van Minerva gaat echter niet op.

 

Na afstuderen: geen belangstelling voor onderwerp

In 1990 studeerde ik af als eerste student in de Afrikaanse politiek in ons land. Ruim vijfentwintig jaar te vroeg helaas. Er was nauwelijks of geen belangstelling voor het continent. Heel weinig op het ministerie van BuZa. Niet bij lagere overheden (of het moest gaan over het apartheidsregime in Zuid-Afrika). Niet bij het bedrijfsleven en ook niet in het onderwijs. In het begin werd ik door mijn begeleidend docent eindscriptie regelmatig gevraagd om stukken aan te leveren voor een klein bijvak ‘inleiding in de Afrikaanse politiek’. Maar door de zeer geringe belangstelling voor dit bijvak droogde mijn werkzaamheden na een jaar op. Ik gaf aan belangstellenden eigen programma’s, die zo nu en dan meer dan twee, drie liefhebbers opleverden. Ik begon voor mezelf te schrijven over ontwikkelingen in Afrika en schreef stukken over muziek van het Zwarte Continent en andere culturele uitingen. Maar de grote slag kon ik niet maken.

 

Een samenleving op drift

Omdat ik politiek handelen van mensen fascinerend vind, gebruikte ik mijn kennis om allerlei politieke gremia te doorgronden. Zo ben ik al jaren verknocht aan het gemeentelijke politieke bedrijf. Eerst als juridisch medewerker in Landgraaf, later in het Udense. Ik ben namelijk heel erg benieuwd op welke wijze mensen verantwoording willen nemen voor een samenleving die de laatste decennia op drift dreigt te raken. De goede verstaander zal zich afvragen ‘Mooi gezegd allemaal, maar breng je verhaal eens in de praktijk’.

 

Mijn mooiste tijd

Mijn mooiste tijd was wel toen ik de leiding kreeg over het jongerenwerk in Uden. Eindelijk kon ik mijn ideeën over hoe mensen met verschillende achtergronden tot een samenleving komen in de praktijk brengen. Dat was immers ook de kern geweest van mijn onderzoek over de politieke ontwikkelingen in het huidige Afrika bezuiden de Sahara. Nauwgezet heb ik de samenstelling van het vrijwilligerscorps verkleurd. Met als doel de grote culturele verschillen tussen Nederlandse jongeren, jongeren met een Antilliaanse en Surinaamse, Turkse, Marokkaanse, Armeense, Vietnamese, Amerikaanse en Afrikaanse culturele achtergrond tot een hechte gemeenschap te maken. Dat proces verliep met veel horten en stoten. En of het ook maar enigszins gelukt is, vraag ik me nog steeds af. De buitenwacht zag niet meteen het belang van onze inspanningen om die nieuwe Udense gemeenschap te verenigen door middel van het samenbrengen van allerlei groepen jongeren met zulke verschillende culturele, maatschappelijke, veelal ook politieke en emotionele achtergronden. Om zo te komen tot een ‘ontspannen’ gemeenschap. Mijn studie ‘Afrikaanse politiek’ heeft hier veel aan bijgedragen en het proces heb ik voor mezelf minutieus beschreven.

 

De debatthema’s in een groter perspectief

Tijdens de debatten die we de komende maanden gaan organiseren neem ik het publiek even mee Over de Grens. Met een column over ‘Afrika bezuiden de Sahara’. Noem mij de G.B.J. Hiltermann of de Karel Roskam van de jaren tien en misschien wel twintig van deze eeuw. Met als doel de thema’s van de debatmiddag in een groter perspectief te tonen. Of het nu gaat over de zware onderdrukking van lhbti-ers in een groot aantal Afrikaanse landen. Onder invloed van een steeds invloedrijkere religieuze revival aldaar. Maar ook over de ‘vrijheid’ die in op dit moment heel voorzichtig glorieert in een aantal Afrikaanse landen. Of over het onderwerp dat ons na de pauze gaat bezighouden: de samenvoeging van Landerd en Uden tot een Maashorstgemeente. U kunt op mij ‘rekenen’ de komende maanden.

 

Booming Afrika

Afrika is ‘booming’, zoals programmamaker Ikenna Azuike ons de afgelopen weken vanuit Nigeria toeschreeuwde via de beeldbuis. Ja, Afrika is zeker booming. De Nigeriaanse filmindustrie is de op twee na grootste in de wereld. De economische groei is de afgelopen jaren in Afrika duizelingwekkend geweest. Onderwijs is tegenwoordig een belangrijk vraagstuk. Potentaten gaan al lang niet meer rustig dood en de steden in Afrika moderniseren vliegensvlug. Iedereen die hier, zit heeft bijna dagelijks iets uit Afrika bij de hand. Het internet heeft ook mijn inzichten in Afrika enorm verbeterd: ik volg tientallen kranten uit Afrikaanse landen, evenzovele kunst- en cultuursites, maar vooral ook Afrikaanse politieke denkers. Jonge mensen die hun wereld laten zien. Die vragen stellen bij de Westerse bemoeienis met hun gemeenschappen. Die de politiek in hun land aan de kaak stellen. Maar die vooral ook de hoop vertegenwoordigen dat dit Zwarte Continent binnen afzienbare tijd een waardige plek heeft in de internationale gemeenschap. En ja, er komen steeds meer Afrikanen naar Europa, maar bedenk wel dat dit ook een middenklasse is die beschikt over geld. Natuurlijk, gezondheidszorg blijft problematisch. Traditionele landbouw en andere culturele uitingen raken in het nauw door de moderne tijd. En zo zijn er zijn nog 1.001 problemen waar Afrika nog geen afdoende antwoord op heeft. Maar volg dat continent en je zult verbaasd staan hoe ontzettend snel de veranderingen plaatsvinden.

 

Verdiepingsavonden

Het debatcentrum De Grens heeft grootse plannen voor de toekomst. Een ervan is om regelmatig ‘verdiepingsavonden’ te organiseren, waar we een thema willen bespreken met mensen die over deze onderwerpen nog meer weten. Het is mijn droom om ooit u kennis te laten maken met een van de meest vooraanstaande denkers over Afrika, samenleven en nieuwe kunstuitingen, de Congolees-Nederlandse politicoloog Kiza Magendane. Maar dat is iets voor later…

 

King Sunny Adé, ‘Ja Funmi’

Om de pauze op te vrolijken zal ik tevens in die pauze mijn ongekende deejay-kwaliteiten ten toon spreiden en crate-diggen in de veelal onontgonnen en steenrijke muzikale tradities van bijna alle Afrikaanse gemeenschappen. Te beginnen in Nigeria…
De gedraaide plaat: King Sunny Adé – Ja Funmi

Lees ook het verslag van deze middag: ‘Zeer levendig debat tijdens eerste middag in nieuwe seizoen Debatcentrum De Grens‘.

Zeer levendig debat tijdens eerste middag in nieuwe seizoen Debatcentrum De Grens

Zeer levendig debat tijdens eerste middag in nieuwe seizoen Debatcentrum De Grens

 

Door Loek Borrèl

 
Met de start van debatten in het tweede seizoen van het Debatcentrum De Grens heeft de redactie besloten om een aantal aanpassingen in de programmering te verrichten. Eén thema per debatmiddag is losgelaten.  Het debatcentrum heeft gekozen voor een meer gevarieerd programma met een actueel blok, een ‘groot’ blok met een hoofdthema en een aantal korte columns over uiteenlopende onderwerpen. Meest in het oog springende aanpassing is de introductie van de gastheer/gastvrouw, die mee kan praten over alle onderwerpen tijdens het debat. Bij deze seizoenstart mocht De Grens voormalig wethouder, gedeputeerde en tegenwoordig voorzitter van de Raad van Bestuur van Hogeschool Avans Paul Rüpp begroeten. Naast het uitspreken van een column over ‘Vrijheid’, mengde hij zich in de discussies die de middag de revue passeerden.




LHBTI-beweging in Uden

Naar aanleiding van de discussie rondom de Nashville-verklaring vroeg GroenLinks-raadslid Monique Kappé-Borrèl aan het Udens College om voortaan bij gelegenheden de regenboogvlag te hijsen. Naast de Nederlandse driekleur en andere vlaggen: ‘Op deze wijze kan de gemeente Uden zich expliciet en positief uitspreken over diversiteit en inclusiviteit’, aldus het raadslid. De presentatoren Kay den Teuling en Rob Vrolijk gingen met haar en Club Abstract-voorman Simon van Ieperen nader in op de rol en plek van lhbti-ers in Uden. Na een schuchter begin, waarin beide gasten zich niet negatief uitlieten over de behandeling van lhbti-ers in de gemeente, bleek al snel dat er vooral veel mitsen en maren te constateren viel. Ja, Simon werd regelmatig om zijn seksualiteit gepest en moet zich er steeds voor verantwoorden. Tijdens de Pink Friday op de kermis in Uden laten veel jonge lhbti-ers van zich horen en voelen zij zich veilig tussen gelijken. Nog steeds is een andere geaardheid dan de dominante heterocultuur nauwelijks bespreekbaar, niet op school, niet in de samenleving. Simon gaf aan dat Club-Abstract op wil komen voor de lhbti-beweging, advies geven, ondersteuning brengen waar nodig. De avonden zijn echter niet exclusief voor lhbti-ers. Hij geeft aan dat de eigen avonden bezocht kunnen worden door iedereen, dus ook niet-lhbti-ers. Er ontstond een levendige discussie in de zaal over de vraag van het waarom van de regenboog laten wapperen in Uden? Is de situatie van lhbti-ers de laatste jaren verslechterd? Enerzijds is dit niet eenduidig vast te stellen, omdat we tegenwoordig beschikken over social media. Het onderwerp heeft ook veel meer nieuwswaarde. Anderzijds wordt aangegeven dat door onder andere religieus conservatisme de agressie jegens de lhbti-er is toegenomen. Andere geluiden in de zaal vragen zich af of het uitdagende karakter van een Gay Pride, het expliciet uiten van een Pink Friday op de kermis met al zijn uitdossingen, ook niet leidt tot een bepaalde vorm van ‘we weten het wel’, of ‘moet ik daar nu ook getuige van zijn?’.










De Maashorstgemeente en de voortgang

In november 2018 debatteerde in het debatcentrum politici en burgers over de op handen zijnde fusie van de gemeenten Landerd en Uden. Ondertussen zijn er een aantal activiteiten in beide gemeenten geweest om de beide bevolkingen aan elkaar te laten wennen. Niets lijkt in de weg om binnenkort als Maashorster door het leven te gaan. Het lijkt weinig inwoners te interesseren, maar buurgemeenten Bernheze en Oss ergeren zich over de toekomstige benaming van de nieuwe gemeente: Maashorst.
Mathieu Bosch (D66-Bernheze) betreurt het in hoge mate dat Uden en Landerd de nieuwe gemeente naar het natuurgebied de Maashorst gaan noemen. Hij vindt het getuige van een creatieve armoede en acht het zeer mogelijk dat de nieuwe naam tot veel verwarring zal leiden. Bovendien heeft men het over twee heel verschillende terreinen: de gemeente met de naam Maashorst heeft weinig te maken met het natuurgebied Maashorst, dat als liggingde vier aanpalende gemeenten heeft. Dit gebied zou voor de buitenwereld onder de gemeente vallen, maar dat is dus niet zo. Bovendien betalen Oss en in mindere mate Bernheze volop mee aan het natuurbehoud in het natuurgebied Maashorst.

 

De voors en tegens van de naam ‘Maashorst’

Zowel Jeroen van de Heuvel (Maashorst Vooruit – Landerd) als Monique Kappé-Borrèl (GroenLinks Uden) zijn voorstander van de nieuwe gemeentenaam. Jeroen wijst erop dat in Landerd de meeste mensen deze naam prima vinden en als raadslid moet hij de mening van zijn kiezers volgen. Monique heeft geen uitgesproken visie op het waarom van de benaming, maar zij kan zich in het idee wel vinden. Voor haar is het al een ‘ingeburgerde’ naam.
Uit de zaal komen twee reacties: de benaming van de gemeente overschaduwt de inhoudelijkheid van de samenvoeging van de twee gemeenten, dan wel dat de naam wel degelijk van belang is, maar dan vooral omdat niemand denkt dat de gemeente Maashorst in de toekomst zal beklijven. Zie bijvoorbeeld Meierijstad. Niemand in die stad noemt zich Meierijster, maar zij is een Veghelse, Schijndelse of Rooijse. Bernheze bestaat vijfentwintig jaar. ‘Denk je nu echt dat ook maar iemand zich Bernhezenaar noemt of ook maar voelt?’, vraagt Mathieu Bosch.

 

Het gelijkheidsprincipe

Een spreker uit de zaal vindt de naam Maashorst ook problematisch, zoals hij ook Landerd-Uden als gemeentenaam niet prefereert. De suggestie van Paul Rüpp om, net als de gemeente Oss, gewoon te kiezen voor de huidige gemeentenaam Uden, zorgt voor oppositie omdat hierin het gelijkwaardigheidsprincipe van de besprekingen tussen beide gemeenten in de weg staan. Er moet een nieuwe naam bedacht worden. De spreker heeft het over Udelande, waarbij het ‘lande’ het meest voorkomende benamingsgedeelte is bij het benamen van gemeenten in Nederland. Hij denkt vooruit: ‘Zo is het mogelijk om verdere uitbreiding van de toekomstige fusiegemeente zonder problemen met de naam door te voeren’.

 

Naamgeving overschaduwt inhoudelijkheid

Dat de naamgeving de inhoudelijkheid van de nieuwe gemeente overschaduwt, wordt onderschreven door Jeroen van de Heuvel. Voor hem is de benaming eigenlijk een voorbij station en hij is als raadslid vooral bezig met de inhoud van de fusie: 1 + 1 moet 3 worden. Uden en Landerd moeten er sterker uitkomen. Uit de zaal wordt hierop kritisch gereageerd. Veel in het beleidsdocument ‘Uden-Landerd’ is elke gemeente eigen, maar mist vooral de daadwerkelijke versterkingen. Denk aan burgerparticipatie. De spreekster roemt een notitie van de gemeente Landerd over dit onderwerp, maar ziet er echter niets van terug in het fusiedocument. ‘Waarom is de fusiegemeente zo goed voor de burgers?’, vraagt zij zich af?
Jeroen van den Heuvel geeft aan dat er wel degelijk iets over burgerparticipatie in het document staat, maar het is te voorbarig om alles tot in de puntjes te beschrijven. Hij stelt dat de toekomstige raad na de fusie hierin een leidende rol kan spelen.

 

Het bleef nog lang ‘onrustig’

Om 16.00 uur wordt de discussie beëindigt. Beide onderwerpen zijn dan door de gasten en de bezoekers nog lang niet uitgediscussieerd. Voor het debatcentrum een teken dat er nog wel een aantal mogelijkheden moeten worden gecreëerd om in komende debatten over deze thema’s van gedachten te wisselen.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek ‘Zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap’ cadeau!

Boek Zoete Inval