Water … Natuurlijk … Water

Water ... Natuurlijk ... Water

Column lijsttrekker 2019 ‘Water Natuurlijk’ Ernest de Groot – voorgedragen tijdens het Politiek Café, georganiseerd door Debatcentrum ‘De Grens’ op 6 maart 2019 in De Pul te Uden.

Als je, net als ik, rooms-katholiek, fan van Feyenoord, Brabander, natuurbeschermer, landschaps-beheerder en waterschapper bent, dan zijn het allerminst vrolijke tijden. Ik beperk me vanavond voor het gemak tot de waterschappen en de waterschapsverkiezingen.

Even een korte bloemlezing vanuit de diverse media over de waterschappen: een kliko voor afgedankte politici, het muurbloempje of zorgenkindje van de Nederlandse democratie, technocratische uitvoeringsorganisatie, nep-democratie, zakkenvullers (hoogwater), maar ook, oudste bestuurslaag van Nederland, deskundig, onmisbaar, een omgevingsbewuste organisatie die opkomt voor veilig, voldoende en schoon water.

 

Waterschappen

De Waterschappen komen er over het algemeen beter af dan de waterschapsverkiezingen, dus laat ik daar dan maar mee beginnen. Een Waterschap is een overheidsorganisatie, net zoals rijk, provincie en gemeente. Het is een functionele overheid, die zorgt voor het integrale waterbeheer in een gebied. Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat u beschermd bent tegen te veel water. En dat u genoeg water en schoon water heeft. En dat doen we tegen acceptabele kosten. Verder was ons waterschap het afgelopen jaar de beste overheidsorganisatie van 2018. Tot zover het goede nieuws.
Anderen betogen dat waterschappen geldverslindend, technocratisch en ondemocratisch zijn. Laten we die trits maar even langslopen.

 

Geldverslindend

Zo’n 0,8% van de begroting van een waterschap gaat op aan bestuurskosten. Dat is relatief weinig, zeker als je bedenkt dat de dagelijks bestuursleden van het waterschap Aa en Maas een actieve rol vervullen als waterambassadeur, procesleider, programmamanager en provinciaal bestuur ondersteuner. Alle andere kosten gaan naar de verschillende vormen van waterbeheer.

 

Technocratisch

Bij een waterschap zouden technocratische overwegingen centraal staan. Het zouden onderafdelingen van Rijkswaterstaat kunnen worden. Nou ben ik zelf universitair geschoold cultuurtechnisch – en landbouwkundig ingenieur, maar als planoloog, landschapsecoloog en agrarisch econoom vind ik dit een wel heel enge benadering. Om een waterschap te leiden is meer nodig dan ingenieurs. Technocraten zijn nodig, maar een breed bestuur dat bestaat uit technisch geschoolden, breed kijkende belangenvertegenwoordigers én financieel-juridisch georiënteerde bestuurders vormen de sleutel tot een effectieve en efficiënte aanpak van problemen in de samenleving. Het gaat hierbij zowel om een integrale systeemgerichte aanpak van de waterkwantiteit en waterveiligheid als om een integrale ketengerichte aanpak van de waterkwaliteit. De problematiek van klimaat-adaptatie en waterkwaliteit is namelijk te complex voor technocratische deeloplossingen. Besturen verschuift zo van government naar governance.

 

Ondemocratisch

Ja, de waterschapsverkiezingen waren vroeger minder democratisch, omdat de agrariërs en ondernemers bij alle categorieën meededen. Maar inmiddels hebben burgers en natuur ook hun plek verworven.
Ja, de waterschapsverkiezingen zijn een beetje ondemocratisch omdat de wetgever zetels heeft geborgd. Een doorsnee waterschap kent zeven tot negen geborgden, drie tot vier landbouwers, drie tot vier ondernemers en één á twee natuurterreinbeheerders. Vaak is dit er slechts één. En ja, van mij had die verdeling ook twee-twee-twee mogen zijn. Anders verworden kwaliteitszetels tot kwantiteitszetels die de macht bepalen.
Maar bij zeven geborgden zijn er altijd nog drieëntwintig zetels vrij te verkiezen. Dus dat democratische glas is nog altijd voor ruim 75% vol. Ik noem de waterschapsverkiezingen dan ook overwegend democratisch.

 

Waterschapsverkiezingen/Klimaatverkiezingen

Waterschapsverkiezingen zijn bij wet geregeld. Omdat waterschappen belastingen innen moet u dit bestuur kunnen kiezen. Na de wateroverlast van juni 2016 en de droogte van juni, juli, augustus, september en oktober 2018. En na de discussie over klimaatakkoord en het klimaatdebat, zou je kunnen zeggen, dat de waterschapsverkiezingen eigenlijk ook klimaatverkiezingen zijn.

 

Weg van de politieke waan van de dag

Het voordeel van de waterschappen als bestuurlijke, functionele overheid en regionale water-autoriteit is dat zij gewoon door kunnen werken aan een klimaat robuust systeem in 2050. Dus minder afhankelijk zijn van de politieke waan van de dag. Kijk maar naar de recente discussie tussen linkse klimaatdrammers, rechtse klimaatspijbelaars en nog rechtsere klimaatontkenners in de Tweede Kamer. Hier wordt de leefomgeving van uw achterkleinkinderen echt niet beter van. En nu hoor ik u denken. Maar er valt toch niks te kiezen. Dan doet u zichzelf toch wel wat tekort.

 

Keuzeruimte

Er valt wel degelijk wat te kiezen als je goed naar de rol- en taakstelling en de financiering van een waterschap kijkt:

  • Kies je voor een eng (lees smal) takenpakket? Een waterschap met enkele kerntaken? Of voor een waterschap met een breed takenpakket? Een klimaat-schap met meerdere omgevingsgerichte taken, zoals RO en bodem?
  • Kies je voor een waterschap dat zich enkel richt op veilig, voldoende en schoon water of een waterschap dat zich tevens bezighoudt met gezond, natuurlijk, recreatief, landschappelijk, cultuurhistorisch, educatief en ruimtelijke water.
  • Kies je bij veilig water voor enkel technische maatregelen? Of kies je voor een slimme combinatie van dijkversterking, ruimte voor de rivier- en gebiedsontwikkeling en vóór sterkere bloemrijke dijken?
  • Kies je bij voldoende water voor het afvoeren, afvoeren, afvoeren en bij een te kort voor aanvoeren, aanvoeren, aanvoeren van water (lees heen-en-weer jassen van water)? Of kies je voor het vasthouden van gebiedseigen water en het afvlakken en bufferen van piekbuien in de sub-regio?
  • Kies je bij voldoende water voor het principe van peil volgt teelt en bebouwing? Of voor het principe van teelt en bebouwing volgen peil? De juiste functie op de juiste plek op basis van landschappelijke kenmerken.
  • Kies je bij schoon water voor een doelmatige rioolwaterzuivering die zich primair richt op stikstof en fosfaat? Of kies je voor een energie- en grondstoffenfabriek, die ook medicijnresten, antibiotica en microplastics aanpakt en vezels en fosfaat terugwint?
  • Kies je voor een doelmatig, kosten-gestuurd waterschap? Of kies je voor een doelgericht, ambitie-gestuurd waterschap, ofwel kies je voor tarief-dekkende kosten of voor kostendekkende tarieven?
  • Kies je voor een financiering waarbij de burgers een deel van de kosten van de agrariërs en ondernemers dragen? Of kies je voor een systeem waarbij de vervuiler, gebruiker en/of kostenveroorzaker zoveel mogelijk zelf betaalt’.
  • Kies je voor een strikte, eenzijdige belastingheffing voor natuur? Of kijk je ook naar alle ecosysteemdiensten, zoals buffering en zuivering door bos- en natuurgebieden?
  • Kies je voor een bestuur dat gekozen wordt door mensen die traditioneel altijd kiezen, of doe je zelf vanaf nu ook mee.

 

Conclusie

Mijn conclusie moge helder zijn: ja, we mogen weer stemmen en ja, er valt wel degelijk wat te kiezen. Democratie is een groot goed. Ik heb slechts één grote wens voor de komende Provinciale Staten en waterschapsverkiezingen. Ik hoop oprecht …

  • Dat een deel van twijfelend en wellicht zelfs azijn-zeikend Nederland zich gewoon even iets meer verdiept in de thema’s die spelen binnen hun eigen provincie en waterschap en de speerpunten van betrokken partijen.
  • Dat mensen de moeite nemen een stemwijzer of keuzewijzer in te vullen om zo meer inzicht te krijgen in de keuzeruimte, die er wel degelijk is. Of: Dat mensen de moeite nemen het stembiljet te bekijken om zo te zien of er een partij of persoon in hun omgeving is die hun stem echt verdient.
  • Dat de opkomst op 20 maart 2019 daardoor zo’n 2 tot 3% hoger is dan de 43,6% in 2015. Dus op naar de 46%. Waterschappen streven per slot van rekening naar realiseerbare doelen.

 

Gedicht Jan Terlouw

Ik rond af met een gedicht van Jan Terlouw, genaamd Water.
Water is zo mooi …,
De chemicus zegt H20, want dat is zo zijn trant,
de fysicus zegt dat je het krijgt wie waterstof verbrand.
De bioloog noemt het waarschijnlijk vissen biotoop,
voor dominees is het materiaal voor bij de doop.
Het is regen, zegt de man die zich met het weerbericht bemoeit.
De gynaecoloog zegt: Nee, het is iets waar een vrucht in groeit.
De dronkenlap drink het niet en daarom krijgt hij een kater.
En wij, eenvoudig als we zijn, wij noemen het gewoon:
Water … Natuurlijk … Water.

Je kunt op dit artikel reageren onder het aanmeldformulier voor de nieuwsbrief.

Lees ook: We staan met z’n allen voor twee ingrijpende keuzes op 20 maart 2019!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

Teneur politiek café Debatcentrum De Grens:

We staan met z’n allen voor twee ingrijpende keuzes op 20 maart 2019!

 Teneur politiek café Debatcentrum De Grens:

Door Loek Borrèl

Een Politiek Café starten met als onderwerp de komende provinciale statenverkiezingen. Een saaiere start van deze nieuwe loot aan de debatcentrum-boom kun je je nauwelijks voorstellen. En dan ook nog eens op as-woensdag, wanneer de meeste mensen in de regio het carnaval nog uit hun ogen wrijven. Echter, zo’n zestig mensen namen de moeite om deze bijeenkomst van Debatcentrum De Grens in De Pul bij te wonen. En de in ruime mate aanwezige kandidaat-statenleden hadden geen schorre keel of een op hol geslagen gedachtegang. Je weet het niet na zo’n grensverleggend drank- en dansfeest als carnaval.

Zoals inleider Rob Vrolijk zich al afvroeg: Waar stemmen we op 20 maart eigenlijk voor? En worden de komende verkiezingen niet gekaapt door landelijke, politieke kwesties? Bovendien speelt op de achtergrond mee dat de 570 gekozen statenleden de zware opdracht krijgen om een nieuwe Eerste Kamer te kiezen. Terwijl in de huidige regering de meerderheid in de senaat lijkt te gaan verliezen, als we de prognoses van de verschillende opiniepeilers tenminste mogen geloven.
Desalniettemin gaven zowel de inleider als ook de aanwezige politici duidelijk aan dat de Provinciale Staten een eigen verantwoordelijkheid dragen binnen de staatsinrichting van ons land. Wij als burgers in die provincies worden bijna dagelijks geraakt door besluiten die de statenleden tijdens hun vergaderingen nemen.

 

De onderwerpen

De redactieraad van het debatcentrum koos voor een drietal debatjes waar regionale thema’s de boventoon voerden. In steeds wisselende groepjes ging gespreksleider Kay den Teuling dieper in op veiligheid, mobiliteit en landbouw. Daarbij wist hij deze thema’s naadloos te verbinden met (inter-)nationale thema’s als het klimaat, energietransitie, dierenwelzijn, verdere verstedelijking en het krijgen van krimpgebieden, waar het aanbod van diensten steeds verder wordt uitgehold.

 

Aanpak van drugsoverlast

Er valt iets te kiezen, zo bleek uit de soms felle debatten aan de thematafel. Zo wees Alexander van Hattem (PVV) in zijn bijdrage over drugsoverlast en veiligheid erop dat bepaalde vormen van criminaliteit in Brabant (drugs, mensenhandel) sterk groeit door de open grenzen van Europa, de massa-immigratie en het ‘wegzetten’ van de Brabanders. Hij kreeg weerwoord van Martijn de Kort (PvdA) en Jade van der Linden (GroenLinks). Zij wezen erop dat de aanpak van drugsoverlast en het gevoel van onveiligheid niet alleen te maken kan hebben met repressief ingrijpen (natuurlijk, drugscriminaliteit moet hard worden aangepakt en drugsafval in de openbare ruimte is een gevaar voor mens en dier). Maar tegelijkertijd moet de overheid ook kiezen voor een preventieve benadering van de drugsproblematiek. In hun optiek moeten we nadenken hoe om te gaan met het (soft-)drugsbeleid. Zij zijn voorstander van het legaliseren van XTC, het geven van betere voorlichting en het voorkomen dat gebruikers meteen in de criminele hoek worden geduwd. Beide stonden zij op het standpunt dat Nederland van een tolerant gidsland, steeds verder achteropraakt bij landen die de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit niet per definitie willen opgeven, maar vooral willen ondervangen.

 

Waar gaat het openbaar vervoer naar toe?

Het thema mobiliteit werd zo breed geformuleerd als er kilometers asfalt in Brabant liggen. Het bracht de VVD, de SP en Ouderen Appèl-Hart voor Brabant aan tafel zeker niet dichter bij elkaar. Nurettin Altundal (SP) hamerde er vooral op dat de marktwerking in het openbaar vervoer ervoor heeft gezorgd dat de toegankelijkheid van gehuchten en dorpen steeds moeilijker wordt. Vooral mensen met een kleine beurs, ouderen en scholieren zijn hiervan de dupe. Margriet Bräuner (VVD) daarentegen pleitte voor slimme manieren om van A naar B te gaan. Zij zag buiten de spits regelmatig bijna lege bussen door Brabant rijden. En dat kost de burger eigenlijk alleen maar geld. Ze zag veel meer in een innoverende, persoonsgerichte aanpak van het vervoer met apps. Derde gesprekspartner Horst Oosterveer (Ouderen Appèl-Hart voor Brabant) kaartte het concessiebeleid van de provincie aan. In deze concessies over een periode van 10 jaar, moet de provincie met de vervoersbedrijven heel nauwgezet aangeven waar de provincie nu prioriteiten stelt in het openbaar vervoer. Het steeds verder uithollen van dit vervoer in de kleine(re) kernen moest in dit overleg zwaarwegend worden meegenomen.

 

Wat doen we met de landbouw?

Onder het kopje ‘landbouw’ ging Kay den Teuling in gesprek met gedeputeerde Anne-Marie Spierings (D66), Anita Verstegen (PvdD) en Wil van Pinxteren (Lokaal Brabant). Alle drie de partijen zijn vóór landbouw, maar daarmee is dan ook alles gezegd. Anita Verstegen wil zo snel mogelijk af van de intensieve landbouw, liever vandaag dan morgen. Haar partij heeft een landbouw voor ogen die gericht is op kleinschaligheid en produceert voor de eigen markt. Zeker niet commercieel gericht, alleen gebaseerd op het behalen van zo groot mogelijke winsten. Ook D66 wil een meer ‘getrimde’ landbouw. Als gedeputeerde in Brabant staat Anne-Marie Spierings aan de basis van een landbouwbeleid waarin krimp van de veestapel, schonere en betere stallen voor de dieren en vernieuwing van de landbouw. D66 wil een kleinschaliger en veiliger landbouw en combinaties als veestapel met bijvoorbeeld fruitteelt. Voor de omvorming van de landbouw wil Brabant minimaal 75 miljoen inzetten, een bedrag waar Wil van Pinxteren vraagtekens bijzet. Volgens hem zal de omvorming veel meer gaan kosten en is voor een groot deel afhankelijk van de banken. En die hebben de boeren in het verleden juist grote leningen verstrekt voor schaalvergroting. Het is geen vetpot voor het huidige boerenbedrijf. Omvorming, krimp en nieuwe, grote investeringen voor dierenwelzijn en volksgezondheid, kan voor veel boeren de doodsteek worden.

 

Achterliggend hoofdthema bij alle onderwerpen: het klimaat

Opvallend was dat in bijna alle aangeroerde onderwerpen het klimaat en de uitwassen van de klimaatverandering een rol speelt. Bijna elke partij betrok het in hun bijdragen. In veel gevallen werd de ernst van de klimaatverandering onderkend. In een enkel geval (‘klimaatdictatuur’, ‘klimaathysterie’) liet de spreker weten er weinig mee op te hebben.
Dan is het ook wel aardig dat iemand dat de lijsttrekker van Water Natuurlijk voor de Waterschapsverkiezingen Ernest de Groot zijn column wijdt aan daadwerkelijke consequenties van die klimaatverandering. Ernest de Groot betoogde dat belangrijke keuzes moeten worden gemaakt tijdens deze verkiezingen. Water wordt een zeldzaam goed en betwist door vele actoren (landbouwers, burgers, recreanten, enz.). Voldoende water is noodzakelijk voor de mens. Het klimaat zorgt dat het water nauwelijks meer op peil gehouden kan worden. Een ultieme zomer als in 2018 is niet alleen een zorg voor de landbouwers of de mensen, maar zeker voor de natuur in zijn geheel. waterpeil te laag om de grond vochtig te houden. Volgens hem is het dan ook van groot belang dat burgers gaan inzien dat het stemmen voor de waterschappen tevens richting geven aan de uitdagingen die de klimaatverandering ons water en de natuur toe brengt.

 

Zeepkist betogen

Tussen de debatten door werd door elke aanwezige partij in een pitch twee minuten aangegeven waar de partij in de komende vier jaar in de provincie voor wil strijden. Elke kandidaat liet in de pitch zien dat men in een beperkte tijd een helder betoog kon neerzetten.

 

Eindconclusie: een enerverende avond

Het Debatcentrum De Grens kreeg met deze eerste uitgave van het Politieke Café de gewenste uitvoering. Dat een ‘saai’ onderwerp als de provinciale statenverkiezingen zorgt voor de nodige beroering, maakt dat het voeren van gesprekken altijd tot iets verhelderend zal leiden.

Lees ook: Water … Natuurlijk … Water

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

Het dilemma van de Provinciale Staten kiezer

Het dilemma van de Provinciale Staten kiezer
Het dilemma van de Provinciale Staten kiezer

Ik ben nu negenenvijftig jaar oud en zo lang ik mij politiek bewust ben, speelt de vraag of de verkiezingen voor de Provinciale Staten niet teveel worden gedomineerd door de landelijke politiek. Die kwestie speelt in mijn beleving dus al drie-en-veertig jaar en de oplossing is volgens mij geen millimeter dichterbij gekomen.Het is het dilemma van de Provinciale Staten kiezer.

De oorzaak van het probleem lijkt me niet zo heel moeilijk. De 570 gekozen leden van de Provinciale Staten kiezen op hun beurt de leden van de Eerste Kamer. Die Eerste Kamer heeft met z’n vetorecht net zo’n grote macht op de landelijke wetgeving als de Tweede Kamer. Geen wonder dus dat de partijen landelijk hun promotionele apparaat op volle sterkte inzetten om landelijke issues aan de orde te stellen. Het vreemde van deze constructie nu is dat wij als burger (direct en indirect) twee keer onze stem uitbrengen op twee verschillende politieke bestuursorganen, die niet per definitie hetzelfde belang dienen.

 

Een keuze maken die je eigenlijk niet wilt

De essentiële vraag in deze is: moet ik als burger het landelijke belang laten prevaleren of het provinciale belang? Door de druk die de landelijke partijen via hun campagnes uitoefenen, zullen de meeste mensen geneigd zijn voor het eerste te gaan. Maar het is uiteindelijk net zo legitiem om juist in het belang van de provincie te stemmen. In beide gevallen moet je misschien een keuze maken die je eigenlijk niet wilt. Zo blijken partijen die zich op landelijk niveau met betrekking tot klimaatissues conservatief opstellen in de provinciale praktijk veel progressiever te zijn.

 

Zijn de Provincialee Staten een tandenloze tijger?

Door deze dominantie van de landelijke partijen zou het idee kunnen ontstaan dat de Provinciale Staten een tandenloze tijger zijn. In verkiezingstijd worden de provinciale politici immers volledig weggedrukt en tussen de verkiezingen in is er geen reden voor deze politici om zich te profileren. Bovendien hebben ze het te druk met besturen, want de omvang van het takenpakket van een provinciaal bestuurder liegt er niet om.

 

Vergeten worden omdat je je werk goed doet?

Nu kun je je natuurlijk afvragen hoe erg het is dat de Provinciale Staten zo onbekend zijn bij de inwoners. Helemaal niet erg, aldus de Nijmeegse hoogleraar bestuurskunde Michiel Herweijer en bestuurskundige Peter Castenmiller in hun boek ‘Ruimte voor provinciaal beleid’ uit 2015. Integendeel zelfs, want juist in de luwte zou het provinciaal bestuur optimaal functioneren. Castenmiller zegt hierover: ‘Het is inherent aan de positie als middenbestuur dat je vooral bemiddelt tussen rijksoverheid en gemeenten. Een rol waarin je minder contact hebt met burgers. Dat die burgers provincies dan gemakkelijk over het hoofd zien, hoeft natuurlijk niet slecht te zijn. Je wordt misschien wel vergeten omdat je de zaken goed regelt.’

 

Uitholling van de democratie?

Ik begrijp wat hij zegt, maar vind het vreemd om enkel op bestuurlijk niveau naar een democratisch instrument te kijken. Naar mijn idee is het bijvoorbeeld juist dáár fout gegaan in Europa. Door het negeren van democratische processen ten behoeve van goed bestuur – of in ieder geval de intentie van goed bestuur – is er een enorm wantrouwen ontstaan bij de burger.

Niet de Provinciale Staten zijn het probleem, maar de Eerste Kamer. Die hield zich in het verleden vooral bezig met de technische kanten van een wetsvoorstel. De deugdelijkheid ervan en de samenhang met andere wetgeving. De laatste tien jaar echter is deze kamer meer en meer een politiek instrument geworden. Een oplossing zou zijn om de verkiezingen van Eerste Kamer direct aan de burger toe te vertrouwen en deze op een ander tijdstip te plannen dan de landelijke en de provinciale. Maar in dat geval zouden wij burgers eigenlijk twee keer naar de stembus moeten voor twee kamers met hetzelfde vetorecht. Dat lijkt me zacht gezegd een beetje vreemd.

Lees ook: 20 maart verkiezingen Provinciale Staten: Niet klagen, maar stemmen!

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval