Interview Lijsttrekker Water Natuurlijk

Lijsttrekker Water Natuurlijk Ernest de Groot:

‘Het milieu is geen links item, het gaat over een leefbare toekomst voor volgende generaties!’

Interview Lijsttrekker Water Natuurlijk

Door Loek Borrél en Rob Vrolijk

‘Misschien is het de voorzienigheid. Misschien ook heeft de vijfenvijftigjarige Ernest de Groot er z’n hele leven op aangestuurd. Waarschijnlijk ligt de waarheid in het midden. Maar het is zeker geen toevalligheid dat hij tweede dijkgraaf is bij het waterschap Aa en Maas en dat hij bij de komende waterschapsverkiezingen aanvoerder is van Water Natuurlijk.

‘Ik was als jongeman al geïnteresseerd in de natuur. Na de middelbare school ben ik naar de universiteit van Wageningen gegaan waar ik Landinrichting, Ruimtelijke Ordening en Landschapsecologie heb gestudeerd. Toen ik afstudeerde, was de arbeidsmarkt zeer slap en heb ik me op eigen initiatief verdiept in het beheer van wijst gronden. Vanuit die interesse heb ik halverwege de jaren ’90 op persoonlijke titel meegedaan aan de waterschapsverkiezingen. Destijds werd het algemeen bestuur nog enkel bevolkt door agrariërs en ondernemers. Als reactie daarop had de Brabantse Milieufederatie een ‘groene’ lijst van kandidaten die op persoonlijke titel meededen aan de verkiezingen. De waterschappen werden nog indirect gekozen door de betrokken gemeenteraden. Ik ben destijds gekozen dankzij de SP in Uden en de VVD in Veghel. De SP vanwege mijn inzet voor het IVN en de VVD omdat de fractieleider ook in Wageningen had gestudeerd. Hij wilde graag iemand met cultuurtechnische kennis van water in het waterschap. Overigens was de macht van de agrariërs in die tijd nog zo groot dat er voor mijn ideeën geen plek was. Pas in 2005 werd ik loco dijkgraaf van het dagelijks bestuur Aa en Maas.’

 

Water Natuurlijk opgericht in 2008

‘Sinds 2008 worden de waterschappen direct gekozen door de burger via een lijstenstelsel. In hetzelfde jaar werd Water Natuurlijk opgericht door Natuurmonumenten, milieufederaties, provinciale landschappen, Sportvisserij Nederland en de Kanobond. Zeg maar iedereen die geen agrariër of ondernemer is. Overigens zijn er door die diversiteit binnen onze “club” intern ook tegenstellingen, met name over de hoe vraag.’
‘Is met de opkomst van Water Natuurlijk de macht van de agrariërs en ondernemers vermindert? Niet helemaal. Via het CDA en de VVD – die ook aan de waterschapsverkiezingen meedoen – hebben de agrariërs en ondernemers nog steeds een hele dikke vinger in de pap. Bovendien zijn zeven van de dertig zetels in het waterschap geborgd. Drie voor agrariërs, drie voor ondernemers en één voor een vertegenwoordiger terreinbeheer en boslandschap.’
‘Het dagelijks bestuur van het waterschap Aa en Maas wordt gevormd door één vertegenwoordiger van de geborgde leden, één afgevaardigde van het CDA, één van Water Natuurlijk en één van de VVD.’

 

Onafhankelijk van provincie

Als ‘Water Natuurlijk’ worden wij ondersteund door D66, GroenLinks en een beetje door de SP. Die zijn namelijk tegen de waterschappen als instituu. In Brabant hebben we een goede band met de ChristenUnie, maar dat is niet in het hele land het geval. Ook met de Partij voor de Dieren hebben we contact, maar zij kunnen zich niet vinden in onze connectie met de sportvisserij. Zij doen dus zelfstandig mee.’
‘Ik ben blij dat het waterschap onafhankelijk is van de provincie. Onder provinciaal bestuur zouden onze meerjaren-trajecten toch teveel onderhevig zijn aan de vierjarige politieke veranderingen. We werken wel goed samen met de provincie. Bijvoorbeeld met betrekking tot de ecologische verbindingszones, de wad- en natuurparels en de verandering van de buitengebieden. De provincie is wel officieel toezichthouder van de waterschappen en draagt er zorg voor dat het werk van de verschillende waterschappen op elkaar is afgestemd.’

 

Droogte in toekomst grotere bedreiging dan wateroverlast

Ook in de waterschappen spelen politieke voorkeuren een rol: ‘De belangrijkste knelpunten bevinden zich op het vlak van de waterveiligheid. Door de klimatologische veranderingen, stijgt de zeespiegel, verzakt Nederland, zijn de deltahoogten niet meer dezelfde als die van vijftig jaar terug en moeten we aan de slag met de waterkeringen. Iedereen in het waterschap vindt schoon water nodig. Maar in hoeverre is schoon ook echt schoon? Daarin verschillen het CDA en Water Natuurlijk van mening.
De agrariërs en dan ook het CDA zijn bijvoorbeeld voorstander van het ‘aanvoeren’ en ‘wegjassen’ van water. Water Natuurlijk is voor een meer drassige grond, maar de agrariër wil geen aardappelen op natte grond. Maar de praktijk wijst uit dat er voor de boer pas een probleem ontstaat wanneer er grote droogte heerst, zoals de zomer van 2018. Dan moet er water aangeleverd worden. Maar de agrariër ziet alleen maar wateroverlast. Wetenschappelijke berekeningen laten zien dat het watertekort in de toekomst voor het boeren funester is dan een wateroverschot. Maar daar willen zij niet aan. Dat heeft er ook mee te maken dat je wateroverlast binnen drie dagen ziet wanneer de beken overstromen. Maar een watertekort is een proces van maanden en veelal niet direct zichtbaar. Het heen en weer zeulen met water zoals dat nu gebeurt, komt voor een groot deel ten laste van de burger. Water Natuurlijk pleit voor een natuurlijke ‘sponswerking’ van het land.’ 

Natuur en agrariërs in evenwicht

‘In de Maashorst lijken de agrariërs dit wel te begrijpen. Daar lag vroeger een grote sloot dwars door het gebied. Deze moest twee of drie bedrijven aan de Zeelandse kant ontwateren. Hiervoor werd dan een-derde van de Maashorst leeg getrokken. Die sloot hebben we voor de helft dichtgegooid en de andere helft hebben we laten verontdiepen. De betrokken agrariërs hebben we een pomp gegeven waarmee ze het overschot aan water in de Maashorst kunnen pompen. Inmiddels hebben we de grondwaterstand aldaar 50 centimeter kunnen verhogen. Het leuke van deze opzet is dat het water in die natuurlijke kernen wordt vastgehouden en langzaam naar de flanken wordt gedreven. De beekjes vanuit die flanken komen vervolgens ten goede aan de landbouwers in deze gebieden. Zo hebben we een spaarpot van water gecreëerd die later benut kan worden bij droogte.’

 

Problemen verkeerd getackeld

De Groot vertegenwoordigt nadrukkelijk de belangen van milieu en natuur. Toch ligt hij – naar eigen zeggen – niet slecht bij de agrariërs. ‘Ik sta niet te boek als een milieuactivist. Ik kijk ook altijd naar de implicaties van de landbouwer. Of zij er niet te veel nadeel bij hebben. Ik wil zowel de natuur als de landbouwer bedienen en dat is in het voorbeeld in de Maashorst uitstekend gelukt. Tegelijkertijd kan het niet zo zijn dat iedereen altijd en overal profijt van heeft. De natuur en het milieu moeten leidend zijn. Tenminste, als je wilt dat je kleinkinderen op termijn niet omkomen door hittestress. Klimaatverandering heeft allerlei effecten en de daaraan gekoppelde problemen hebben we verkeerd getackeld. Al die afvoermachines uit de ruilverkavelingtijd bijvoorbeeld zijn ook letterlijk niet meer van deze tijd. Wij willen er op de hoge zandgronden met allerlei stuwtjes en dammetjes en de meest simpele maatregelen voor zorgen dat het water nooit minder dan 40-50 centimeter (onder het – red.) maaiveld staat. Nogmaals: droogte wordt in de toekomst een groter probleem dan wateroverlast.’

 

Grote rol waterschappen in klimaatdiscussie

Volgens De Groot is er in het klimaatdebat een grote rol weggelegd voor de waterschappen: ‘Wij vinden als waterautoriteit dat wij in de klimaatdiscussie een initiërende en stimulerende positie moeten innemen. Dat geldt niet alleen voor klimaatverandering, maar ook voor waterkwaliteit. Want ons derde thema is ‘schoon water’. Wij vinden dat water schoon én gezond moet zijn. Van het water, dat wij hier lozen, maken ze in Rotterdam via bekkens in de Biesbosch drinkwater. De bevissing moet ook van hetzelfde water. Dus het afwentelen van problemen, daar zijn wij niet zo van. Verder is het een nieuwe prioriteit om medicijnresten uit het water te krijgen. Daar zijn eigenlijk geen normen voor. De VVD stelt dat als er geen normen voor zijn, bedrijven er ook niets aan hoeven te doen. Wij vinden dat wij een verantwoordelijkheid hebben voor schoon en gezond water.’

 

Van waterschap tot omgevingschap

‘Wij zijn de enige organisatie die zich integraal druk maakt om waterkwaliteit. Verschillende organisaties bemoeien zich met een deelgebied van schoner water. Medicijnresten is vooral een ‘governance’ probleem en geen technisch probleem Als waterschap zou je ervoor kunnen kiezen om elke zuivering in te richten met een koolstoffilter. Dat kost ons ongeveer 5 miljoen euro. Terwijl we ongeveer 50 miljoen aan waterkwaliteit besteden en ongeveer 60 miljoen aan waterkwantiteit en waterkering. Dat is nog geen 10% duurder, maar je haalt er wel 80% van de medicijnresten uit en andere stoffen zoals bio-plastics. Dat is een politieke keuze. De waterschappen kunnen zich in de optiek van Water Natuurlijk meer en meer omvormen tot omgevingschappen. We kijken immers ook naar, bodem, ruimte, landschap en cultuurhistorie. Helaas zeggen partijen als CDA en VVD dat we ons als waterschap meer moeten beperken tot kerntaken en dan heb je meer een kostendiscussie dan een ambitiediscussie.’

 

Water Natuurlijk is geworteld in de regio

Door in 2015 de waterschapsverkiezingen te koppelen aan de provinciale verkiezingen is er het één en ander verandert: ‘Dat scheelt ons als pure waterschappartij duizenden stemmen. In 2009 waren wij op dertig stemmen na net zo groot als het CDA, maar dat is niet meer. De gemiddelde burger kent ons niet, maar wel die grote landelijke partijen. Al gaat dat toch ook niet op voor alle gemeenten. In Uden bijvoorbeeld hadden wij tijdens de laatste verkiezing 44% van de stemmen. Ook vind ik het jammer dat je met die koppeling tevens wordt gekoppeld aan landelijke issues. Want de eerste kamer wordt gekozen door de provinciale staten en die eerste kamer is nodig voor de wetgeving van het kabinet. Dan zie je dat zo’n CDA zich tegen natuur- en milieumaatregelen keert. Dat zou een linkse hobby zijn. En dan kunnen ze voor de waterschappen natuurlijk niet voor een tegenovergestelde insteek kiezen. Dat is lastig. Maar gelukkig zijn we met Water Natuurlijk zeer goed geworteld in de regio. We hebben een netwerk van zo’n tweeduizend mensen. In de sportvisserij, IVN, KNNV, de club van boswachters, het Brabants Landschap, lokale partijen. Dáár moeten we het toch van hebben. Dus over het geheel genomen vind ik die koppeling prima. De opkomst is nu veel hoger dus ook het mandaat dat we hebben.’

 

Pragmatisch aanpakken

Volgens De Groot zijn natuur en milieu niet per definitie linkse onderwerpen: ‘Het gaat om leefbaarheid en gezondheid voor en van toekomstige generaties. Dat is van levensbelang. Geen hobbyproject van een handjevol milieuridders, al mogen die uiteraard wel meepraten. Wat is er gebeurd met het Christelijke Rentmeesterschap? De VVD heeft in het verleden twee belangrijke voorvechters voor het milieu voortgebracht: Pieter Winsemius en Ed Nijpels. Geen van beiden linkse rakkers. Maar ook vooraanstaande CDA leden als Cees Veerman en Herman Wijffels hebben zich voor deze zaak ingezet. Zelfs Gerrit Braks heeft in zijn tijd meer voor de natuur betekent dan veel mensen denken. Hij is immers degene die de ecologische hoofdstructuur heeft geïnitieerd! Jammer dat dat later door de CDA-er Bleeker weer helemaal is ontmanteld. Maar nogmaals: milieubeleid is geen links paradepaardje, maar bittere noodzaak. En het aardige van het waterschap in dit kader is dat wij niet blijven hangen in ideologische discussies, maar daadwerkelijk actie ondernemen. Wanneer wij klaar zijn met polderen, gaat de spa in de grond en wordt die beek gewoon verlegd. Hoe pragmatisch wil je het hebben?’

Lees ook: ‘Woensdag 6 maart organiseert Debatcentrum De Grens Politiek Café

 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

Woensdag 6 maart organiseert Debatcentrum De Grens Politiek Café

Woensdag 6 maart organiseert Debatcentrum De Grens Politiek Café
Woensdag 6 maart organiseert Debatcentrum De Grens Politiek Café

Kom woensdagavond 6 maart naar De Pul in Uden!

20 maart mogen we met z’n allen weer naar de stembus voor de Provinciale Staten en de waterschappen. Een gelegenheid waar iedere rechtgeaarde democraat natuurlijk gebruik van maakt.

Om te kunnen stemmen moet je wél weten wat al die verschillende partijen willen. Daartoe kun je de partijprogramma’s doorlezen, maar helaas schiet dat er meestal bij in. Daarom organiseert Debatcentrum De Grens woensdagavond 6 maart een Politiek Café in De Pul in Uden.

 

Tafelgesprek en ‘zeepkist-toespraken’

De deuren gaan open om 19.00 uur en om 19.30 uur starten we – na het welkomstwoord – met een informatieve gespreksronde onder leiding van Kay den Teuling. Dit tafelgesprek wordt afgewisseld met ‘zeepkist-toespraken’ waarin alle deelnemende partijen 2 minuten krijgen om hun partij-ideeën uiteen te zetten. Tweede dijkgraaf Ernest de Groot, lijsttrekker van Water Natuurlijk verzorgt een column. Tijdens het centrale gesprek zullen onderwerpen aan de orde komen zoals: Q-koorts, N264, openbaar vervoer en drugsoverlast.

 

Marktplein met informatie-stands

Ook is er een soort van marktplein met stands ingericht waar de partijen zichzelf presenteren en waar je als bezoeker na afloop van de centrale presentatie met hen in gesprek kunt gaan. De partijen die zich tot nog toe hebben aangemeld, zijn: CDA, D66, GroenLinks, Lokaal Brabant, Ouderen Appèl, PvdA, Partij voor de Dieren, PVV, Senioren Brabant en de VVD.

Gratis entree

Ga je stemmen 20 maart, maar ben je je nog aan het oriënteren op de vraag ‘wie jouw stem verdient’? Kom dan op 6 maart om 19.00 uur naar het Politiek Café in de Pul, Kapelstraat 13, 5401 EC Uden. De entree is gratis.

Lees ook:
Lijsttrekker Water natuurlijk Ernest de Groot:
‘Het milieu is geen links item, het gaat over een leefbare toekomst voor volgende generaties!’

UdenPlus voorman Tinie Kardol:

‘Het democratische proces in Uden zakt door de ondergrens!’

UdenPlus voorman Tinie Kardol

Door Loek Borrél en Rob Vrolijk

De maatschappelijke carrière van Tinie Kardol is zonder enige twijfel indrukwekkend. Tegelijkertijd heeft het iets willekeurigs en achteloos. Daar waar de meeste mensen een professionele levenslijn als die van hem zorgvuldig plannen, lijkt het Kardol bijna te overkomen. Omdat hij nu eenmaal gemakkelijk leert en omdat mensen in zijn omgeving iets in hem zien. Maar wanneer we doorvragen, komen we bij zijn belangrijkste drijfveer: de strijd tegen onrecht. Zijn wil om iets te betekenen voor kwetsbare mensen in de samenleving. Die drang heeft hem – onwillekeurig wellicht, maar daarom niet minder dwingend – aangezet tot presteren. Zijn promotie aan de Universiteit van Maastricht, zijn directeurschap van zorginstellingen en een woningstichting in Vught en – meest recentelijk – zijn politiek leiderschap van UdenPlus. Ze zijn niet onwaarschijnlijk het resultaat van zijn drang om ‘naast de kwetsbaren in de samenleving te staan’. Over de oorzaak van die drang later meer. Eerst maar eens een nadere blik op de carrière en de politiek.

‘Op mijn zestiende debuteerde ik in het eerste van UDI’19. Later heb ik nog bij VVV Venlo, Tiglieja Tegelen, Sparta Beek en Donk, TOP en tot slot weer bij UDI gevoetbald. Totdat ik mijn kruisband scheurde op vierendertigjarige leeftijd. Toen was het afgelopen. Voetbal is lang belangrijk geweest voor mij. Op de middelbare school kreeg mijn moeder regelmatig te horen: “Hij zou de beste van de klas kunnen zijn als hij eens wat minder zou voetballen.” Na de Mulo heb ik anderhalf jaar bij Iduna gewerkt, maar via een vriend van me raakte ik geïnteresseerd in de gezondheidszorg. Die vriend had drie verstandelijk beperkte zusjes en één daarvan woonde nog thuis. Door haar dacht ik: ik zou wel met mensen zoals zij willen werken. Toen ben ik gestart met een opleiding in het ziekenhuis van Helmond. Dat was deels werk en deels studie.’

 

De voetballer ontwikkelt zich tot doctor

‘Toch ging ook in die tijd het grootste deel van mijn aandacht uit naar voetballen. Ik deed er niet veel voor, maar haalde goede cijfers. Aanvankelijk zei de mentrix tegen mij “Als jij niet beter je best gaat doen, dan red je het niet.” Toen ik desondanks goede punten bleef halen: “Jij moet gaan studeren, want je doet niks en haalt toch goede punten.” Dat heeft me gestimuleerd om naast mijn activiteiten in het ziekenhuis en het voetbalveld ook m’n MO A en MO B akte te halen. Na het ziekenhuis ging ik werken voor de kinderbescherming in Venlo. Dat deed ik in combinatie met een studie sociale wetenschappen aan de Universiteit van Maastricht. Na het met lof behalen van mijn doctoraal bood mijn werkgever – het Ministerie van Volksgezondheid – aan m’n promotie te ondersteunen. Daar ben ik aanvankelijk op ingegaan totdat ik als directeur Bewonerszaken bij de gemeente Uden aan de slag kon. Dat was in ’87. Van ’94 tot ’96 heb ik voor een bestuurs- en managementbureau gewerkt en in dat laatste jaar ben ik directeur-bestuurder geworden van Vughterstede. Een stichting voor seniorenwoningen en voor woonzorgcentra die verzorgingshuiszorg, verpleeghuiszorg, thuiszorg, huishoudelijke hulp en andere diensten levert aan thuiswonende ouderen in de gemeente Vught. In de beginjaren van die functie heb ik mijn studie aan de Universiteit van Maastricht weer opgepikt en in 2004 ben ik gepromoveerd op “gezondheidsvraagstukken in de instellingszorg”.’

 

Tussen Vught en Brussel

‘Na mijn promotie werd ik gevraagd om een leerstoel “Gerontologische Wetenschappen” op te starten aan de Universiteit van Tilburg. Daarvoor moet wel eerst een procedure van zeker een jaar worden doorlopen. Je moet een “proposition paper” schrijven, met collega’s overleggen, met studenten praten. Velen moeten er iets van vinden. Ondertussen kwam ik in gesprek met Dominique Verté van de Universiteit van Brussel. Hij wilde me graag hebben. Dus vroeg ik hem wat dáár de procedure was en hij zei: “De procedure dat ben ik. Wanneer wil je beginnen?” Dat antwoord heb ik voorgelegd aan de man die me voor Tilburg had geïnteresseerd. Die zei: “Als Dominique Verté dat zegt, is dat geen grootspraak.” Toen ben ik in 2011 in Brussel gestart met de leerstoel “Active Ageing”, in combinatie met mijn directeurschap in Vught. In Brussel begeleid ik promovendi en hun onderzoeken, doe ik zelf onderzoek, neem ik deel aan Europese projecten en geef af en toe college. In Vught ben ik in juni gestopt, maar het werk aan de universiteit slokt meer dan een halve weektaak op. Dat doe ik met heel veel plezier overigens. En toen kwam UdenPlus op mijn pad.’

 

Politiek handwerk weerbarstiger dan vooraf voorzien

Kardol ziet zichzelf niet als een politiek dier. Hij heeft in het verleden op de achtergrond wel hand- en spandiensten voor het CDA verricht, maar een plek in de spotlights heeft hij nooit geambieerd. Naar eigen zeggen werkt hij ‘liever in de achtertuin dan in de voortuin’. Waarom heeft hij dan toch het lijsttrekkerschap van UdenPlus aanvaard? ‘De mensen van UdenPlus hadden mij gevraagd een uiteenzetting te geven over de “vergrijzing van de samenleving”. Vervolgens vroegen de initiatiefnemers Cees Keizer en Erik den Dekker me om mee te denken over het verkiezingsprogramma. Nog weer later vroegen ze me voor het lijsttrekkerschap. Daar heb ik redelijk snel en naïef “ja” op gezegd. Niet verwachtend dat de partij met drie zetels uit de bus zou komen en dat ik de op één na meeste voorkeurstemmen zou krijgen. Met name dat laatste schept verplichtingen.’
Na de verkiezingen lijkt het politieke handwerk weerbarstiger dan hij vooraf heeft voorzien: ‘De gang van zaken na de verkiezingsuitslag heeft me enorm verbaasd. We zijn door de winnaar van de verkiezingen – Jong Uden – uitgenodigd voor een gesprek. Dat duurde welgeteld twintig minuten en we kregen twee vragen voorgelegd. Of UdenPlus een partij of persoon uitsloot én of we punten hadden die we zeker in het coalitieakkoord opgenomen wilde hebben. We gaven aan dat we openstonden voor alles en iedereen. Alle reden dus om met ons het verdere gesprek aan te gaan. Nooit meer iets van ze gehoord. We hebben in de krant en via de e-mail moeten lezen dat er een coalitie was gesloten. Volstrekt tegen alle democratische beginselen in. Er hebben 2200 Udenaren op UdenPlus gestemd. De wensen van die mensen zijn compleet genegeerd. En dat in een gemeente die zich laat voorstaan op democratische vernieuwingsprocessen zoals ‘verbeeld’ in de G-1000. Het lijkt niet meer dan window dressing. Mooie sier naar de buitenwereld toe.’

 

Enkele lichtpuntjes

‘De samenstelling van de coalitie lijkt van tevoren bekokstoofd en de antwoorden op vragen van de oppositie liggen klaar. Dat gevoel had ik heel sterk de eerste twee maanden dat ik in de raad zat. Voorbeeld. Tijdens één van de fractieleiders-overleggen stelde ik voor om burgers of vertegenwoordigers te vragen hoe we als gemeente met burgerparticipatie moeten omgaan. Antwoord van een van de aanwezige coalitiegenoten : “Niet nodig. Als de burger zich wil laten horen, weten ze waar het gemeentehuis staat. Zo doen we dat al vijfendertig jaar en dat hoeft niet te veranderen.” Tja, als dát je opvattingen zijn over democratie, dan is dat heel mager. Het enige dat ik dan nog kan doen is wachten waar de ondergrens van het betamelijke wordt bereikt. Er is tenminste één politicus in de coalitie die stelselmatig door die ondergrens zakt. Die voortdurend vragen en meningen van de oppositie wegzet zonder er inhoudelijk op in te gaan.’
Overigens ziet Kardol ook wel lichtpuntjes: ‘Ik merk dat Maarten Prinssen openstaat voor goede ideeën, ongeacht of ze nou van de coalitie of van de oppositie komen. Ik weet dat sommigen hem wegzetten als politiek onervaren, maar misschien juist wel daardoor heeft hij niet de neiging om alles van de oppositie aan de kant te schuiven. Hij gaat in ieder geval het gesprek aan. En aan de oppositiekant moet ik de SP complimenteren. Die partij is constant in gesprek met inwoners van Uden en brengt hun grieven onder de aandacht van de politiek. SP nestor Spencer Zeegers is sowieso één van de weinige politieke zwaargewichten in de Udense raad. Hij heeft enorm veel kennis van het raadswerk, weet wat er speelt in de samenleving, bereidt zich minutieus voor op vergaderingen, houdt zinnige betogen en stelt relevante vragen.’

 

De toekomst volgens UdenPlus

Het is duidelijk. Volgens Kardol heeft het democratisch proces in Uden nog een flinke weg te gaan. Hoe zou zijn partij het oplossen als ze deel uitmaakten van de macht? ‘Of het nu gaat om de verkeersveiligheid of een ander onderwerp, de burgers verdienen een luisterend bestuur. Als UdenPlus willen we met hen in gesprek gaan, problemen beschrijven, samen met de burgers kijken welke oplossingen voorhanden zijn en dit in de gemeenteraad bespreken. Stem geven aan de burger en het gemeentebestuur informeren welke problemen er spelen in de verschillende buurten. Gezamenlijk, maar zeker ook kleinschalig zoeken naar een oplossing. We hebben in Uden bijvoorbeeld gebiedsplatforms. Die vertegenwoordigen de burgers in verschillende delen van de gemeente. Maar die platforms zijn veel te groot. Het gaat om gebieden die niets met elkaar te maken hebben. Ik zie meer in kleinere groepen mensen, bijvoorbeeld in een straat, buurt of wijk. Die kennen vaak de buren, de mensen in de omgeving. UdenPlus wil werk maken van projecten als Buurtzorg, waar het doel is dat kwetsbare mensen omringd worden door buurtgenoten. Zodat ze langer in staat zijn zelfstandig te kunnen blijven wonen. Democratie komt van onderen en is niet het resultaat van allerlei structuren die van bovenaf worden opgezet.’

 

Terug naar de drive van Kardol

Tijd om terug te keren naar het begin. De innerlijke drive van Kardol om de kwetsbare mensen in de maatschappij bij te staan: ‘Als kind woonde ik in een wijk van Uden die grensde aan een straat die niet zo goed bekend stond. Tegenwoordig zouden we het een achterstandswijk noemen. Ik heb het in die tijd meegemaakt dat kinderen om die reden niet met mij mochten spelen. Daar begreep ik destijds helemaal niets van en het heeft me allergisch gemaakt voor zogenaamde klassenverschillen. Daar heb ik dan ook m’n hele leven tegen gevochten. Bij de kinderbescherming, als directeur van de zorginstellingen in Vught, in mijn privéleven en nu als politicus. Ik kies zo nodig de kant van de zwakkeren in de samenleving. Voor mij is iedereen gelijk, hoe kwetsbaar je ook bent. Met in mijn achterhoofd misschien ook altijd de gedachte: “uit welke buurt je ook komt”.

Wilt u reageren? Stuur uw reactie naar informatie@debatcentrumdegrens.nl. Dan voegen wij uw reactie onderaan dit artikel toe.

Lees ook: ‘Openbare Veiligheid in Uden en Landerd krijgt ‘flinke schup’ (blog)

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

En krijg het boek

‘zoete inval. Als in Uden de pot kookt, bloeit de vriendschap.’

cadeau.

 

Boek Zoete Inval

20 maart verkiezingen Provinciale Staten

20 maart verkiezingen Provinciale Staten

20 maart verkiezingen Provinciale Staten:
Niet klagen, maar stemmen!

 

In het kader van de provinciale verkiezingen organiseert Debatcentrum De Grens op woensdag 6 maart een Politiek Café. Tijdens deze avond vertellen de deelnemende partijen wat hun plannen voor de provincie. Ook gaan een aantal kandidaten voor de Provinciale Staten met elkaar in debat. De zaal gaat open om 19.00 uur, het Politiek Café begint om 19.30 uur en duurt tot 21.30 uur. Plaats van handeling is De Pul, Kapelstraat 13, 5401 EC Uden.
In aanloop naar deze bijeenkomst en veel belangrijker de verkiezing op 20 maart een artikel met wat de provincie precies doet en waarom het zo belangrijk is dat wij als burgers gaan stemmen.

 

 

Door Rob Vrolijk

Woensdag 20 maart is het weer zover. Dan mogen wij Nederlandse burgers weer naar de stembus voor de provinciale verkiezingen. En met die wild kakelende symfonie aan protesten van ‘ontevreden burgers’ op sociale media, zou je verwachten dat we massaal gebruik gaan maken van ons stemrecht – dat tot 1970 overigens nog werd beschouwd als een plicht – om het controlerende en het uitvoerende orgaan van onze provincie te kiezen.

 

Niet stemmen levert in ieder geval niets op

Ik vrees alleen dat het percentage aan stemmers (ver) onder de 50% blijft. Onder het mom dat het toch allemaal niets uit maakt. En/of/omdat het allemaal doorgestoken kaart is. En/of/omdat onze democratie een fopspeen is/niet werkt/volstrekt corrupt is. We hebben de negatieve drogredenen om niet te gaan stemmen voor het uitkiezen, maar de enige zekerheid die dat oplevert is dat je niet-stem inderdaad niets oplevert.

 

Wat wij Brabanders willen

Levert een actieve stem dan wel iets op? Jazeker, al betekent het niet dat je voor 100% gelijk krijgt. Het verkiezingsresultaat is de grootste gemene deler van wat wij met z’n allen als Noord-Brabander willen. Niet wat een individu, een kleine groep of zelfs een grote groep wil. Al neemt de invloed natuurlijk wel toe evenredig toe met de grootte van de groep.

 

Democratie: niemand en iedereen krijg z’n zin

Het mooie van onze democratie is dat deze niet perfect is. Niemand krijgt z’n zin, maar tegelijkertijd krijgt iedereen z’n zin. Een beetje wel te verstaan. Misschien dat ik dat het aardigste kan illustreren met het gemodder rondom het kinderpardon onlangs. Dat is inderdaad een landelijk issue, maar is een goede illustratie.
Het conservatieve deel van de natie wilde absoluut geen uitzonderingen. Voorgenomen uitzettingsprocedures moesten zonder aanziens des persoons worden uitgevoerd. De progressieven daarentegen wilden het nu juist wel op individueel niveau beoordelen. Kinderen mochten niet de dupe worden van een falend systeem en/of ouders plus slimme advocaten die hier willens en wetens op aanstuurden.

 

Het democratisch proces is gerommel

Het gevolg was een eindeloze litanie aan gekissebis met als eindresultaat een compromis waar beide partijen zich tegelijkertijd wél en niet in kunnen vinden. De wat extremere conservatieven vinden dat er teveel wordt toegegeven aan de progressieven, de wat extremere progressieven vinden dat er teveel wordt toegegeven aan de conservatieven. Maar zo gaat dat nu eenmaal in een goed functionerende democratie: niemand krijgt voor 100% gelijk. Op het moment dat dát gebeurt, weet je dat je in een dictatuur leeft.

 

Waar stemmen we eigenlijk voor?

Terug nu naar de verkiezingen voor de Provinciale Staten. In principe werkt het provinciaal bestuur net zoals het gemeentelijke bestuur en wat minder zoals het landelijk bestuur. Om te beginnen bepalen de burgers van een provincie wat de samenstelling wordt van de Provinciale Staten. Dat is dus wat we doen op 20 maart, door te stemmen op de kandidaat c.q. partij van onze voorkeur. De aldus gekozen leden van de provinciale staten kiezen vervolgens de leden van de Gedeputeerde Staten. Deze Gedeputeerde Staten vormen als het ware de regering van de provincie (vergelijk met het College van wethouders in de gemeente), onder leiding van de Commissaris van de Koning (vergelijk met de burgermeester).

 

Wie doet wat?

De Gedeputeerde Staten maken de wetsvoorstellen en voeren de aangenomen wetten uit; de Provinciale Staten controleert (vergelijk met de verhouding tussen de landsregering en tweede kamer of College van B & W en gemeenteraad). Zowel de Commissaris van de Koning als de burgermeester worden niet gekozen door ons burgers, maar benoemd. De Commissaris door de regering. De burgermeester door de Kroon, bestaande uit de Koning plus de verantwoordelijke minister. Beide aanstellingen vinden uiteraard plaats in overleg met de op dat moment ‘leidende partijen’.

 

Stem voor Provinciale Staten is tevens stem Eerste Kamer

Er is één onderdeel dat onze stem in de Provinciale Staten extra belangrijk maakt. En dat is dat de leden hiervan – samen met de kiescolleges in Bonaire, Sint-Eustatius en Saba – de leden van de eerste kamer kiezen. Indirect stemmen we tijdens de verkiezingen voor de Provinciale Staten dus óók voor de samenstelling van de Eerste Kamer. En wie het nieuws een beetje volgt, weet dat het Kabinet Rutte III mogelijk zijn meerderheid in de Eerste Kamer gaat verliezen. Het toppunt van de democratische macht en kracht van de burger, lijkt me.

 

Wat doe dat provinciaal bestuur nu eigenlijk?

Blijft over de vraag: wat betekent het provinciaal bestuur voor ons burgers? Wat doen ze precies? Het landelijk bestuur wordt dagelijks gevolgd in de media; het optreden van de gemeente is direct van invloed op ons dagelijkse bestaan. Het provinciale bestuur lijkt meer op de achtergrond te opereren. De provincie heeft niet alleen vast opgelegde taken, maar deze kunnen ook in de dagelijkse praktijk ‘ontstaan’. Tevens kan de provincie zichzelf ook taken opleggen.

 

1. Ruimtelijke ordening en Volkshuisvesting

Het indelen van de beschikbare ruimte in de provincie wordt beschouwd als de belangrijkste taak van het provinciaal bestuur.
Zo bepaalt de provincie waar wegen, spoorweg- en scheepvaartverbindingen, woon- en industriegebieden, agrarische en natuurgebieden en recreatieve voorzieningen komen. Gemeentes hebben wellicht het voortouw bij dit soort initiatieven, maar ze dienen daarbij rekening te houden met de structuurvisie van de provincie. Bij verschillen van inzicht tussen bijvoorbeeld de gemeente, belanghebbende burgers en actiegroepen wordt op provinciaal niveau eerst iedereen zorgvuldig gehoord voordat er besluiten worden genomen.

 

2. Milieubeheer

De provincie houdt toezicht op de naleving van milieuwetten op het gebied van lucht, bodem en water. Ook houdt de provincie zich bezig met de bestrijding van verontreiniging (door bodemsanering en gebruik zuiveringsinstallaties). De provincie geeft aan waar bouwpuin, autowrakken, bedrijfsafval en ander schadelijk afval moet worden opgeslagen.
Het stimuleert gebruik van duurzame energie door bijvoorbeeld de plekken aan te wijzen waar windmolens mogen staan. Ben je dus bijvoorbeeld voor of tegen zonnepaneelparken? Stem dan vooral op een partij die in jouw richting denkt. Maar vergeet ook niet dat iedere partij in een coalitieland als Nederland altijd water bij de wijn moeten doen.

 

3. Samenleving & cultuur

De provincie zorgt ervoor dat er voldoende sportgelegenheden zijn voor iedereen en dat iedere plek binnen vijftien minuten bereikbaar is voor ambulances. Ook subsidieert het culturele activiteiten en is het betrokken bij herstel en behoud van karakteristieke monumenten, archeologie en bibliotheken.
De provincie ondersteunt de regionale radio en stimuleert – samen met de gemeenten – projecten voor onder andere ouderenzorg, vrijwilligerswerk en regionale patiënten en consumentenplatforms.

 

4. Waterstaat

De provincie is verantwoordelijk voor de provinciale waterhuishouding middels het toezicht op de Waterschappen. Die houden zich bezig met het waterpeil en de kwaliteit van het water. Denk bijvoorbeeld ook aan de controles of het water in de recreatieplassen veilig en schoon genoeg is. Dit alles onder de noemer van de Natte Waterstaat.
De provincie is ook verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van provinciale wegen, bruggen en viaducten. Dit wordt dan weer samengevat met Droge Waterstaat.

 

5. Economische en Agrarische zaken

Bevorderen werkgelegenheid door bevordering vestiging bedrijven. Daarbij moet de altijd lastige afweging gemaakt worden tussen werkgelegenheid en milieu.
Ondersteunen en bevorderen recreatiemogelijkheden eigen bewoners en toerisme van buiten de regio.

 

6. Openbaar vervoer

De provincie is verantwoordelijk voor de aanleg en onderhoud van provinciale wegen. Het speelt ook een belangrijke rol bij het organiseren van streekvervoer. Die wordt weliswaar uitgevoerd door commerciële partijen, maar de provincie heeft de belangrijke taak de mobiliteit van de inwoners te garanderen en organiseren. Middels mobiliteitsplannen met een visie voor de langere termijn en goed overleg met de vervoersmaatschappijen.

 

7. Toezicht op gemeenten

Begroting en jaarrekening gemeenten moeten ieder jaar worden goedgekeurd door het College van Gedeputeerde Staten.

 

Waar haalt de provincie het geld vandaan?

Het geld dat nodig is om al deze taken uit te voeren, krijgen ze voor een belangrijk deel van het Rijk uit het Provinciefonds. Daarnaast heeft de provincie eigeninkomsten uit bijvoorbeeld – de belangrijkste – de ‘opcenten’ op de motorrijtuigenbelasting: een toeslag op de wegenbelasting die per provincie verschilt.

 

Het bestuur van Nederland wordt gevormd de grootste gemene deler

Al met al is de invloed van het provinciaal bestuur op het dagelijkse leven van ons burgers behoorlijk ingrijpend. Daarom is het ook zo belangrijk dat we onze stem uitbrengen. Nogmaals niet in directe zin om ons gelijk te halen – want dat gaat toch niet gebeuren -, maar om jouw individuele steentje bij te dragen aan de toekomst van onze provincie zoals jij je die voor je ziet. En tezamen vormen we – in de vorm van de grootste gemene deler – het bestuur van de provincie. Noord-Brabant in ons geval. Stemmen dus.

En wil je weten wat de plannen zijn van de verschillende partijen? Heb je wellicht vragen? Kom dan woensdag 6 maart om 19.00 uur naar het Politiek Café bij Debatcentrum De Grens in De Pul. Tot dan.